© Nico Kroon
  Biografie
  Bibliografie
  Susan in de media
  Lezingen

Home - Auteur - Bibliografie - Wijze vrouwen       

 


Wijze vrouwen - leesfragment

Hoofdstuk 9: De donkere kant

‘Laat het leven lopen. Ga daar niet aan sleutelen. En probeer vooral niet te voorkomen dat verdriet op je af komt, want het pakt je bij de lurven.’
Toon Hermans

Vrede, liefde, schoonheid, het besef van je kracht en de onbegrensde mogelijkheden die tot je beschikking staan: de lessen van de wijze vrouwen gingen tot dusver over de mooie kanten van het bestaan, de dingen waar we naar willen streven. Maar ook de donkere kant van het leven - de wanhoop, de nacht, het verdriet - heeft waardevolle lessen te bieden. Heksen noemen dat, gek op poëtische bewoordingen als we zijn, ‘je schaduw omhelzen’ of ‘reizen naar de Onderwereld’. Als je terugkomt na zo’n duistere reis ben je een ander persoon dan je van tevoren dacht. Niet zelden een completer en rijker persoon.
Geluk is in dit deel van de wereld tot een soort grondrecht verheven. We koesteren de illusie dat we recht hebben op gelukkige omstandigheden. Ons vermogen om met tegenslagen om te gaan is hierdoor ondermijnd. Mijn generatie, die nooit van dichtbij oorlog of armoede heeft meegemaakt, raakt snel van slag als voorspoed verandert in tegenspoed. We zijn zo beschermd en verwend dat we vergeten zijn dat ook ongeluk, verdriet en verlies bij het leven horen.
Ook ik was dat vergeten, maar naarmate ik mijn naïviteit verloor en groeide als heks, ontdekte ik dat alles een plek heeft. In de hekserij leerde ik begrijpen dat vreugde en verdriet, groei en afbraak, genot en pijn allemaal iets te bieden hebben. Ze houden elkaar voortdurend in evenwicht. Verlies en lijden zijn een natuurlijk deel van de cyclus van geboorte, bloei, verval, dood en wedergeboorte. Het hoort bij het leven en bij ons als mens. Toen ik dat werkelijk begreep en accepteerde, maakte die wetenschap me rustig. En uiteindelijk gelukkiger.
Is rampspoed zinloos? Diep vanbinnen denk ik van niet. Het leven is onderhevig aan wetmatigheden die ik niet overzie. Wie kan met zekerheid zeggen dat de gebeurtenissen waar we verdriet van hebben niet een doel dienen? Als ik terugkijk op mijn leven zie ik dat elke ervaring, hoe pijnlijk ook, me uiteindelijk naar iets beters heeft geleid. Ik zie dat ik niet zonder had gekund. ‘Vertrouw op de wijsheid van het universum,’ zei een vriendin eens tijdens een moeilijke periode in mijn leven. Dat is waar het op neerkomt: alles is zinvol en maakt deel uit van een hoger, zich langzaam ontvouwend plan. Dus laat je weerstand varen en geef verdriet een plaats in je leven.
Het is een bevrijdende gedachte. Nooit meer denken: ‘god is onrechtvaardig’ of ‘het leven is oneerlijk’. We kunnen onze levenslessen niet leren als we er ons tegelijkertijd tegen verzetten. Toen ik me liet inwijden als heks nam ik me voor om in moeilijke situaties tegen mezelf te zeggen: dit moment is precies zoals het moet zijn. Hoe moeilijk me dat ook zou vallen.
Ik heb lang nagedacht welke crone voor mij symbool staat voor het omgaan met tegenslagen, verdriet, dood, wanhoop. Uiteindelijk kon het er maar één zijn: de schrijfster Isabel Allende. Zij is in haar boeken in staat om de donkere kant van het leven te omarmen en toch blijk te geven van een aanstekelijke vreugde en levenslust. Haar romans Het huis met de geesten en Eva Luna staan vol met dood en geboorte, rampspoed en liefde.
Isabel Allende (61) is een geboren Chileense met Castiliaans-Baskisch bloed, een kwart Frans bloed en een dosis indiaans bloed – van de Mapuche-indianen. Isabel groeide op bij haar grootouders in een groot huis waar veel intellectuelen, bohémiens en kunstenaars over de vloer kwamen. Nadat haar vader het huwelijk met haar Baskische moeder onwettig liet verklaren, voedde haar moeder haar alleen op. Als nicht van de Chileense president Salvador Allende kwam ze na de militaire coup, die hem het leven kostte, op een zwarte lijst terecht. Ze vluchtte met haar man en kinderen naar Venezuela, waar ze zeventien jaar in ballingschap woonde tot de dictatuur voorbij was. Haar eerste boek begon als brief aan haar grootvader, die tegen de honderd liep en op zijn sterfbed lag. Isabel kon niet naar Chili om afscheid te nemen, dus schreef ze haar herinneringen op in een lange brief die uitmondde in Het huis met de geesten.
Een paar jaar geleden las ik haar meest persoonlijke boek, Paula, dat diepe indruk op me maakte. Hierin beschrijft Allende hoe haar dochter Paula in een coma wegzinkt en uiteindelijk overlijdt. ‘Elke dag sterven er zeventigduizend mensen en er worden er nog meer geboren, maar voor mij ben alleen jij geboren, kun alleen jij sterven,’ schrijft ze. ‘Je grootmoeder bidt voor je tot haar christelijke god en ik doe dat soms tot een heidense, glimlachende godin die weldaad uitstort, een godin die geen kastijding kent, alleen vergeving, en ik spreek tot haar in de hoop dat ze me vanuit de diepte der tijden hoort en je helpt.’
Ik stel alles in het werk om Isabel Allende te spreken te krijgen, maar stuit op afwijzing na afwijzing. Uiteindelijk krijg ik een fax van de Isabel Allende Foundation, die studiebeurzen en subsidies aan kwetsbare groepen uitreikt, waarin haar assistente schrijft dat mevrouw Allende wel tijd voor me wil vrijmaken. Zodra het papier uit de machine rolt, gil ik het uit van blijdschap. Ik kies een datum uit haar lijstje en boek dezelfde dag nog een vlucht naar Californië, waar Isabel met haar nieuwe, Amerikaanse man woont.

De vliegreis voert met een tussenstop in Washington naar San Francisco. Het is een reis van zeventien uur, die ik gebruik om Paula te herlezen. Als ik aankom op het vliegveld komt een vriend met uitgestoken armen op me afgelopen. We omhelzen elkaar en we lopen gearmd naar het parkeerterrein waar zijn auto staat. Ik zal bij hem en zijn gezin logeren in Pleasant Hill, een klein plaatsje aan de overkant van de baai van San Francisco.
San Francisco ziet er prachtig uit. Honderden bootjes met kleurige zeilen dobberen in de baai en joggende mensen draven langs het water, omhoog, de heuvels in. Onwillekeurig moet ik terugdenken aan de laatste keer dat ik hier was en een afspraak had met een wijze heks die bepalend bleek voor mijn eigen ontwikkeling als heks: Zsuzsanna Budapest. Zij had uitgesproken ideeën over de donkere kant van het leven, in het bijzonder die in onszelf. Ze vond dat we in de westerse maatschappij een neiging hebben om een zonnige, blije kant van onszelf te presenteren en al het andere weg te moffelen. ‘Ik kom liever uit voor mijn jaloezie, irritatie of boosheid. Het is onnatuurlijk om die emoties geen ruimte te geven. Om je de waarheid te zeggen,’ zei ze met een ondeugende blik, ‘I think even the Dalai Lama has some shit going on.’
De volgende ochtend neem ik de bus naar het centrum. Van daaruit leidt een andere bus me over de Golden Gate-brug, die in sierlijke, helderrode bogen boven het water staat. Via een slingerende weg naar beneden, langs rotsen en bermen begroeid met palmbomen, cipressen, varens en bloemen, bereik ik Allendes woonplaats Sausolito. Het is een fabelachtig mooi vissersplaatsje. Tegen de rotsen zijn honderden houten huisjes in vrolijke kleuren gebouwd, omringd door gigantische naaldbomen met een rode bast en olijfvormige dennenappels. In de haven liggen oude vissersboten en plezierjachtjes.
Een knappe blonde vrouw laat me binnen in het kantoor van Isabel. Het hangt vol filmposters van Love and War en The House of the Spirits, gesigneerd door de acteurs Meryl Streep en Jeremy Irons, en tientallen covers van haar boeken in verschillende talen. Als ik me omdraai staat ze ineens voor me: klein, stralend, met een expressief gezicht. Bij haar ooghoeken ligt een waaier van fijne rimpeltjes die zich verdiepen als ze glimlacht. Ik schud haar de hand en tientallen zilveren armbanden en ringen rinkelen mee.
Isabel stelt voor om aan de overkant van de straat koffie te gaan drinken omdat de werkmannen in de tuin nogal wat herrie maken. Als ze, midden in een zin van Isabel, de drilboor hanteren begrijp ik wat ze bedoelt. We steken de straat over en gaan bij een kleine, gezellige coffeeshop naar binnen. ‘Het wordt tijd dat de oudere vrouw in ere hersteld wordt,’ zegt ze, verheugd over mijn project. ‘De laatste eeuwen werden vrouwen louter beschouwd als reproductieve wezens. Zodra ze niet meer in hun vruchtbare periode zijn, worden ze afgeschreven. Als de kinderen het huis uitgaan en ze niet meer moederen, verliezen ze hun waarde omdat ze niet meer de rol kunnen vervullen die de maatschappij voor ze bedacht heeft. Na het feminisme mag dat dan onder geschoolde mensen anders zijn; in het grootste deel van de wereld is er nog niets veranderd.’
‘Zie je voor jezelf een rol als crone weggelegd?’ vraag ik.
Ze knikt. ‘Ja zeker. Als crone heb ik de taak om te zorgen voor de jongere vrouwen om me heen. Als je in de reproducerende fase bent, heb je het zo druk. Er is niet veel tijd voor andere dingen dan je kinderen grootbrengen en zorgen dat er brood op de plank komt. De rol van de crone is niet alleen het beschermen van de nabije familie, maar ook van de wereld. Nooit eerder in de geschiedenis was er zo’n groot aantal oudere vrouwen die goed opgeleid zijn, gezondheidszorg ontvangen en economisch onafhankelijk zijn. Het is een enorme groep vrouwen die werkelijk dingen in de wereld kunnen veranderen. En daar wil ik deel van uitmaken!’
Ze geeft lange, weloverwogen antwoorden, ieder woord wordt met aandacht geformuleerd. Haar zinnen vloeien alsof ze geschreven zijn en elk woord heeft impact, helderheid en ritme. Ze heeft iets vurigs over zich, vrouwelijk en gepassioneerd, wat me bijna betovert. Zouden alle Allende-vrouwen dat hebben?
‘Er is een sterke matriarchale lijn in je familie,’ zeg ik, in een poging om haar te laten vertellen over al die krachtige vrouwen die haar gevormd hebben. ‘Je grootmoeder, je moeder, jij en je dochter hebben een bijzondere band.’
Ze knikt instemmend. ‘Mijn moeder is de sterkste, langdurigste aanwezigheid in mijn leven. Ze is altijd mijn beste kameraad geweest. We schrijven elkaar nog steeds elke dag. Als ik eens geen brief krijg van mijn moeder, als ze ziek is of op reis, dan mist er iets aan mijn dag. Het is zoals het poetsen van mijn tanden. We bewaren elkaars brieven en doen er elk jaar een lint omheen. De gedachte is dat, als zij sterft voor mij of ik voor haar, we iedere dag een brief van elkaar hebben om te herlezen voor de rest van ons leven. Haar brieven zijn een leidraad voor me. Ik ben nu zestig en ik hoef maar een brief van mijn moeder uit die periode van háár leven te openen om te weten hoe ze zich toen voelde. Ik weet wat er gebeurde in haar lichaam, haar geest en haar ziel. Ik weet van de angsten die ze had. Ik ben zoals zij toen ze zestig was - maar op een bepaalde manier ben ik wijzer, omdat ik haar ervaring ken. Zij is als een baken. Zoals elke crone een baken is voor de vrouwen die na haar komen.’
‘Je erkent de geesten van overledenen om je heen zoals je de levenden erkent. Is dat altijd het geval geweest?’
‘Ja. Ik groeide op in het huis van mijn grootouders. Mijn grootmoeder was een spiritist. Ze communiceerde met de zielen van de doden, dus het was nogal een drukke boel in huis, als je begrijpt wat ik bedoel. Ook na haar dood. Ze was een heks, ook al noemde ze zichzelf niet zo. Ze gaf me het idee dat we in een mysterieuze wereld leven met veel dimensies – sommige kunnen we met onze ogen zien, andere maken zich via dromen, intuïtie en verbeelding aan ons kenbaar. Er zijn altijd aanwezigheden van doden en ongeborenen om ons heen. Als ik schrijf, maandenlang alleen en in stilte, bereik ik een soort hallucinerende staat waarin ik me bewust ben van de onzichtbare wereld. Mijn lichaam wordt gevoeliger, fijner afgestemd. Schrijven is voor mij niet alleen een intellectueel proces. ’s Nachts droom ik de antwoorden op wat ik me overdag afvraag tijdens het schrijven. Als ik vast zit in een verhaal en ik niet weet hoe ik verder moet, vraag ik mijn grootmoeder me te helpen. Dan voel ik haar aanwezigheid en komt het antwoord vanzelf. Soms, als ik ’s nachts wakker wordt, zie ik mijn overleden dochter op de rand van mijn bed zitten. Tijdens mijn zwangerschappen wist ik altijd of ik een meisje of een jongen zou krijgen. Ik kon ze zien en wist intuïtief welke naam bij ze paste. Mijn kleinkinderen ook.’
‘Geboorte en dood zijn met elkaar verbonden?’
‘In het grootste deel van de wereld weet iedere vrouw die moet bevallen dat ze dichter bij de dood zal komen dan ooit. Misschien minder in een modern land zoals Nederland, maar onbewust speelt deze gedachte toch mee. Geboorte en dood zijn in de psyche van een vrouw totaal verbonden. Ik had het vreemde voorrecht om binnen een paar maanden getuige te zijn van de dood van mijn dochter en de geboorte van mijn kleindochter in dezelfde kamer. Het helpen bij het sterven en het verlossen was een soortgelijke ervaring. In beide gevallen voelde ik een stilte - iets mysterieus en bijzonder krachtigs. Er was pijn en strijd en vreugde. Toen mijn kleindochter werd geboren voelde ik diezelfde kracht van transformatie als bij het moment van sterven. Ik pakte haar lijfje om haar uit het lichaam van haar moeder te draaien. Toen ik haar vasthield, en ze nog steeds met haar navelstreng aan haar moeder verbonden was, wilde ik intuïtief aan haar vragen: “Vertel me, hoe is het daar? Voordat je het vergeet, vertel het me.” Ik wist op dat moment dat ze van dezelfde plek kwam waar Paula naartoe was gegaan.’
‘Wil je iets vertellen over Paula?’ vraag ik voorzichtig.
Ze knikt. ‘Ik vind het nog steeds moeilijk om over haar te praten, ook al is het nu bijna tien jaar geleden dat ze overleed. Toch doe ik het, want ik voel dat ik er anderen mee kan helpen. Iedereen verliest dierbaren tijdens zijn leven - het hoort nu eenmaal bij de reis. Paula leed aan porfyrie, een erfelijke ziekte waarbij een bepaald eiwit niet goed wordt aangemaakt. Het is een ziekte waar je oud mee kunt worden, maar door allerlei omstandigheden is hij haar fataal geworden. De eerstehulppost stelde griep vast, de doktoren wisten niet hoe ze haar moesten behandelen, er zijn te veel kalmeringsmiddelen toegediend, noem maar op. Toevallig was ik in Madrid, waar ze woonde, ter gelegenheid van een boek dat was verschenen. Ik ben direct naar het ziekenhuis gegaan. Ze was nog bij kennis. Op het moment dat ik binnenkwam, kreeg ik het vreselijke voorgevoel dat een onomkeerbare ramp onze levens van elkaar had losgescheurd. Ik begon te huilen. Ze vroeg waarom ik huilde. “Omdat ik bang ben en van je hou,” zei ik. “Ik hou ook van jou, mama,” zei ze. Daarna gaf ze bloed op en zonk weg in een coma.’
Isabel bracht eindeloze uren door in de gangen van het ziekenhuis. Toen Paula van de beademing af kon, nam ze haar mee naar haar huis in Californië waar ze een jaar aan haar bed heeft gezeten - biddend, smekend, hopend. ‘Je voelde dat Paula op je wachtte,’ zeg ik, ‘dat ze pas zou sterven als je haar zou laten gaan.’
‘Misschien is dat iets wat ik zelf heb bedacht, ik weet het niet. Paula was gevangen in een coma, in een vegeterende staat. Wij zorgden zo goed voor haar dat ze nooit wondjes of kramp had. We zorgden ervoor dat ze mooi aangekleed was, dat haar haar gewassen was en dat ze comfortabel lag. Lichamelijk was ze gezond. Op een nacht, toen Paula me in mijn dromen kwam bezoeken, vroeg ze me om me neer te leggen bij haar dood. Een paar dagen later ben ik met haar echtgenoot bij haar bed gaan zitten. We vertelden Paula dat ze mocht gaan, dat we haar zouden loslaten, dat het goed was. We vertelden haar dat we van haar hielden, dat we ons haar altijd zouden herinneren en dat ze niet hoefde te blijven voor ons. Ze lag toen een jaar in coma. Daarna begon ze lichamelijk heel snel achteruit te gaan. Ik zag het en ik wist het, ook al verzekerde de dokter me dat ze stabiel was. Voor die tijd deed ze haar ogen wel eens open, ook al kon ze niets zien, nu sliep ze de hele tijd. Ik zag haar niet meer in mijn dromen verschijnen en ik voelde dat ze van me wegdreef. In minder dan een maand tijd stierf ze.’
In de laatste uren voor haar dood wasten Isabel, haar moeder en haar schoondochter Celia het lichaam van Paula met een spons, kleedden haar mooi aan en kamden haar haren. Isabel legde talismannen op haar borst: een oranjebloesem die haar grootmoeder droeg toen ze trouwde, een zilveren spiegel, foto’s van haar neefje en nichtje, een zilveren theelepeltje. ‘Er was bevrijding,’ zegt Isabel langzaam. ‘Paula kon eindelijk een lichaam verlaten dat niet werkte en een ander stadium betreden. Op dat moment begreep ik het. Ik voelde dezelfde intense bedroefheid die elke moeder voelt als haar kind sterft, maar ik begreep het. Het moment van haar sterven was prachtig en krachtig. Het is een moment van pure stilte, waarover misschien de engelen heersen.’
‘Stilte voor de geboorte,’ schreef Isabel in Paula, ‘stilte na de dood. Het leven is louter geluid tussen twee ondoorgrondelijke stiltes.’
‘In je boek schrijf je dat Paula haar dood voorvoelde,’ zeg ik zacht. ‘Ze wist dat dit haar zou overkomen.’
‘Ja, ze wist het. Paula wilde nooit kinderen. Ze voorspelde nooit dat ze jong zou sterven, maar ze maakte nooit plannen. Ze wilde geen huis kopen, geen wasmachine. Alles was voor haar tijdelijk. Als ik haar kleren gaf, gaf ze die weg. In de weken voor haar dood, toen ik voelde dat ze van me aan het weggaan was, heb ik een brief van haar geopend. “Openen na mijn dood” had ze erop geschreven. Toen ze zevenentwintig was, en net getrouwd, had ze een droom gehad. Ze vertelde haar man niet wat ze had gedroomd, maar schreef het in een brief. De brief begon met de zin: “Ik wil niet in mijn lichaam gevangen blijven zitten.” Als ik eruit bevrijd ben, schreef ze, zal ik dichter bij degenen kunnen zijn van wie ik houd, ook al bevinden zij zich in de verste uithoeken van de planeet. Vergeet mij niet en zet een vrolijk gezicht op. Bedenk dat wij geesten beter hulp, gezelschap en bescherming kunnen bieden aan hen die gelukkig zijn.’
Ik vraag Isabel hoe ze de dood beschouwt. ‘De dood is als een deuropening,’ zegt ze. ‘Net zoals geboorte, de eerste menstruatie, de eerste zwangerschap en de menopauze is de dood een van de drempels die we overgaan. Voor mij is dood gewoon een ander stadium van leven. Een onderdeel, geen einde.’
‘Wat heeft Paula’s dood je geleerd?’ vraag ik.
‘Het heeft me geleerd om de dingen los te laten. Ik weet nu dat ik geen controle heb. Niet over wat er met mijn dochter gebeurt, met mijn kleinkinderen, over niets. Ik moet leren surfen over de golven, ik moet me laten dragen door het water en gaan waar het water me naartoe leidt. Alles wat ik kan doen is proberen om op de golven te blijven - ik heb geen controle over de diepte van de zee, de hoogte van de golven, de kracht van de wind. Ik surf een tijdje en uiteindelijk zal ik vallen en in het water belanden. Dat is onvermijdelijk. Paula leerde me mijn controledwang los te laten en dat heeft me bevrijd. Na haar dood was ik werkelijk vrij. Een sterke wil kan je misschien helpen om moeilijkheden in je leven aan te kunnen, maar de echt belangrijke dingen in je leven gebeuren gewoon. Je hebt er geen enkele controle over.’
Haar blik licht op. ‘Ik werd verliefd op Willie, mijn Amerikaanse man, en ik kon niet anders dan bij hem zijn. De ontmoeting, het verliefd worden, dat is iets wat me overkwam. Ik had geen andere keus dan te emigreren naar Amerika. Sommige mensen zeiden tegen me: “Doe het niet, hoe durf je zoveel risico te nemen. Je zult gekwetst worden.” Natuurlijk zal ik lijden! Het maakt me niet uit. Ik bedoel, lijden hoort bij het leven en dat is prima. Ik geef niet om het lijden en ik geef niet om het risico.’
‘Het lijkt erop dat je je in je leven vaak afscheid hebt moeten nemen. Je bent meerdere keren alles kwijtgeraakt en opnieuw begonnen. Je moest je vaderland verlaten om in ballingschap te gaan, bent gescheiden van je eerste man, hebt je dochter verloren, hebt alles achtergelaten en bent naar Amerika geëmigreerd. Zie je dat als het terugkerende thema van je leven?’
‘Mijn leven is ten eerste en vooral getekend door liefde. Er wordt van me gehouden en ik heb intens liefgehad: mijn moeder, mijn familie, bepaalde mannen in mijn leven. Liefde is de bepalende factor. En dan komt verlies en scheiding. Ik ben een paar keer door omstandigheden gedwongen geweest om mijn hele leven achter me te laten en opnieuw te beginnen met niets op een andere plek. Het is niet meer moeilijk voor me. Ik zou het nog veel vaker kunnen doen als ik dat zou willen. Ik heb geleerd dat het me altijd zal lukken. Ik heb geleerd dat ik altijd mezelf zal zijn, waar ik ook ben. Met mijn eigen gewoontes, verlangens, ergernissen, overtuigingen en gedachten. Weet je, toen ik verliefd werd op Willie en een nieuw leven met hem begon in de Verenigde Staten, dacht ik dat ik een nieuwe ‘ik’ kon uitvinden. Een soort nieuwe en verbeterde versie van mezelf die Willie geweldig zou vinden. Nou, het duurde drie dagen en daarna keerde ik weer terug naar mijn oude zelf. Je draagt jezelf binnen in je. Daar kun je niet aan ontsnappen.’
Ze neemt een laatste, grote slok van haar cappuccino. ‘Iedere keer als ik iets dierbaars verloor, heb ik de belangrijkste lessen van mijn leven geleerd. Iedere keer werd ik sterker, bewuster van mijn innerlijke kracht, van mijn eigen waarde. De eerste les: ik heb geen controle over dingen, behalve op de manier waarop ik ermee omga. De tweede: ik kan alles, en ik bedoel alles, loslaten. Het enige wat je werkelijk hebt, wat echt belangrijk is en wat je rijk maakt, is dat wat je geeft. De liefde die je te geven hebt. Al het andere wordt vergeten, zelfs de liefde die je ontvangt. Ik ben vergeten hoeveel mijn eerste man van me hield en of hij wel van me hield. Ik ben vergeten hoe minnaars mij beminden. Maar ik ben nooit vergeten hoeveel ik van hen hield. Dat blijft me bij. De liefde die ik mijn dochter gaf, ook al kon ze niets meer teruggeven - dat blijft bij me. Liefde is blijkbaar een onuitputtelijke bron die ik in mij draag. Je kunt alles kwijtraken en nog steeds met opgeheven hoofd op deze aarde lopen als je het gevoel hebt dat je liefde hebt om weg te geven.’
‘De grootste angst van mensen is om degene van wie we houden te verliezen,’ zeg ik. Eigenlijk bedoel ik: mijn grootste angst is degene van wie ik hou te verliezen. Isabel lijkt dat onmiddellijk te begrijpen.
‘Als Willie sterft, zal ik kunnen doorgaan met leven. Ik weet dat ik dat kan. Ik zou zelfs verliefd kunnen worden op een andere man, wie weet. Ik kan alleen genieten van wat nu plaatsvindt. Misschien kom ik straks thuis en vind hem met een andere vrouw in bed. Misschien ontdek ik op een bepaald moment dat ik niet meer van hem hou. Dat soort dingen gebeuren. Nadat ik een dochter heb verloren weet ik dat er geen garanties zijn. Toch weerhoudt dat me er niet van om met heel mijn hart van Willie te houden.’
‘Net zoals jij ben ik opgevoed als een zelfstandige vrouw,’ zeg ik, ‘onafhankelijk van mannen. Ik bewonder de manier waarop je je overgeeft aan de liefde. Hoe krijg je dat voor elkaar?’
Isabel glimlacht naar me. ‘Ik geef me over,’ zegt ze, ‘maar ik ben niet afhankelijk. Ik weet dat ik mezelf blijf. Ik ben dol op Willie. Als ik met hem praat of met hem vrij, geef ik me volledig aan hem over. En ik verwacht dat hij zich volledig aan mij overgeeft. Ik verdien mijn eigen geld, ik neem mijn eigen beslissingen over wat ik wil met mijn leven. Het is mijn prioriteit om bij hem te zijn, maar dat is mijn beslissing. Ik kan niet jaloers zijn op de vrouwen die hij beminde voordat ik in zijn leven kwam, dus hoe kan ik bang zijn voor wat er zal gebeuren als hij niet langer in mijn leven is? Het heeft niets te maken met het nu.’
Ze kijkt me liefdevol aan. ‘Wat is het ergste wat kan gebeuren? Dat je hart wordt gebroken, dat hij je ontvalt of dat je verliefd blijkt te zijn op een monsterlijk persoon die je vreselijk behandelt? Dat kan gebeuren. Zeker. Maar het risico om nooit iemand te hebben liefgehad is erger. Veel erger. Je moet het tóch doen! Je moet die sprong in het duister nemen. En je zult merken, als je dat doet, dat je veel sterker bent dan je ooit had gedacht. Verwacht niet dat iemand anders je gelukkig zal maken. Je loopt een gedeelte van de weg samen op met een ander persoon. Dat is het. Ik kan mijn relatie met Willie niet beschermen. Ik kan voor de helft mijn best doen, de andere helft moet hij doen. Als hij dat niet doet, dan kan ik het niet voor zeventig procent doen. Zo werkt het niet. Jij doet jouw deel, en de rest geef je over.’
Ze vertelt het verhaal van haar ontmoeting met Willie. Op een boekentournee, toen ze zat te signeren, kwam hij naar haar toe. Hij belde haar de volgende dag op en vroeg haar mee uit eten. Uiteindelijk deelden ze de nacht samen. Isabel maakte haar tournee af, ging naar Venezuela, haalde wat kleren op en besloot een week met hem door te brengen in zijn huis in Californië. ‘Ik had niets te verliezen. Het slechtste had kunnen gebeuren. Maar in plaats daarvan gebeurde het beste. Neem het risico, Susan! Ik heb in mijn leven veel risico’s genomen die slecht uitpakten, maar dat betekent niet dat ik ze daarom niet meer neem.’
Ik knik en kijk haar zwijgend aan.
‘Het grootste probleem met mensen vandaag de dag is dat ze zo bang zijn voor lijden,’ gaat ze verder, ‘zo bang dat ze dingen verliezen. We zijn vergeten dat verlies een onderdeel van het leven is. Toen mijn dochter in coma lag, voelde ik die angst ook heel sterk. Ik was voortdurend bang en bood goden en godinnen allerlei offers aan in ruil voor het leven van mijn dochter. Het werkte niet. Nadat Paula was overleden, was ik mijn angst kwijt. Waarom zou ik nog bang zijn? Het ergste wat me kon overkomen, was al gebeurd. En ik had het overleefd. Zelfs als ik het niet had overleefd, was het niet belangrijk. Het feit of mijn dochter dood of levend was, was niet belangrijk. Zij was simpelweg. Ze was, in welke vorm dan ook. En ik was ook.
Ik lijd als ik zie dat anderen lijden, natuurlijk. Maar ik heb ontdekt dat lijden een onmisbaar deel van het leven is, een deel van het leerproces. Dus ik accepteer het. Ik ben minder bang dan ooit tevoren. Ik ben niet bang om arm te zijn, om alleen te zijn, om lelijk te zijn. Ik ben niet bang om ouder te worden, ik ben niet bang om dood te gaan. Ik zal hoe dan ook doodgaan en dat is prima. Ik ben er zelfs nieuwsgierig naar! Als je me een dag voordat mijn dochter in coma raakte had verteld dat zoiets te gebeuren stond, had ik me van het leven beroofd. Als ik had geweten van de pijn die ik moest doorstaan, had ik me van het leven beroofd omdat ik had gedacht dat ik die nooit zou hebben overleefd – ik had het niet willen overleven. Maar dan, dag na dag, kun je het aan. Je doorstaat een week en dan de volgende en het hele jaar gaat voorbij. Er gebeuren vreselijke dingen en alles wordt van kwaad tot erger. Je denkt bij iedere stap dat je zult sterven, maar dat gebeurt niet. Je overleeft. Dan, op een zekere dag, hou je je stervende dochter in je armen. Je houdt haar vast, je knuffelt haar en ze gaat vredig dood. Je beseft dat jij niet dood bent, dat je er nog bent. En de angst is weg. De angst voor pijn, de angst om te sterven. De angst voor het leven.’

In het vliegtuig terug naar huis zie ik de besneeuwde bergtoppen van Nevada onder me verschijnen. Wolken vermengen zich met de sneeuw, er is een strakblauwe lucht en een goudgele zon. Het is van een ontastbare en onwerkelijke schoonheid. Wat een kostbare les heeft deze reis me opgeleverd. Isabel Allende, die prachtige, trotse crone, heeft me doen inzien dat je niet alleen verdriet kunt omarmen, maar ook dat er een enorme vrijheid op je wacht als je je angst voor verlies en tegenslag in de toekomst loslaat. Als heks begreep ik dan wel dat verdrietige ervaringen zinvol zijn en een eigen plek verdienen, maar onbewust probeerde ik me er toch tegen ‘in te dekken’. Ik hield mijn handen stevig aan het stuur en zorgde ervoor dat ik zo min mogelijk risico liep om gekwetst te worden. Wat zou er gebeuren als ik nu eens al mijn behoedzaamheid zou laten varen? Volgens Isabel Allende ben ik dan pas werkelijk vrij. In gedachten zie ik hoe mijn krampachtig gespannen handen veranderen in vleugels en zie mezelf wegvliegen.
Ik denk aan mijn vriend en een golf van emotie overspoelt me. De heimwee naar hem is zo scherp dat het me pijn doet. Aan de ene kant is dat een mooie gewaarwording voor me, en aan de andere kant vind ik het doodeng.
De woorden van Isabel schieten me te binnen: ‘Neem het risico, Susan! Neem die sprong in het duister.’ Ik denk aan wat majoor Bosshardt zei: ‘Liefde is misschien wel het meest wezenlijke aspect van het menselijke bestaan. Een mens kan niet zonder liefde.’ Ik denk ook aan de manier waarop Elle Eggels met haar angst omgaat: niet als een teken dat ze haar grenzen heeft bereikt, maar als een teken dat ze kan groeien. ‘Ik voel dat ik trillende knieën heb, maar neem de stap toch.’ Als je geen risico’s in de liefde neemt, begrijp ik eindelijk, neem je een nog veel groter risico: nooit werkelijk te hebben liefgehad.
Ik geef toe aan het gevoel. Het gevoel om zonder voorbehoud, zonder angsten en verwachtingen, zonder grenzen en wetten, lief te hebben. Het is alsof ik een vrije val maak. Ik val en mijn hart gaat open.
Zeventien uur later zie ik mijn tas over de bagageband rollen. Wankelend van vermoeidheid loop ik door de douane en zie mijn vriend tussen de bezoekers staan. Op zijn gezicht staat opluchting en blijdschap te lezen. Ik val hem in zijn armen en hij voelt sterk, jong en warm van liefde. We hebben ons leven voor ons. Samen.

 

Gerelateerde artikelen


- Titelinformatie
- Recensies
- Reacties van lezers
- Leesfragment
- Gerelateerde artikelen

- Gesigneerd exemplaar
- Bol.com
- Proxis.be

   Wijze vrouwen
   Susan Smit
   Paperback. 223 p.
   ISBN: 9049999883
   E 17,95

 


                                                                                                                                Terug naar top

Alle teksten op deze site © Susan Smit, tenzij anders vermeld. / Webdesign: Xntriq.nl