| |
Wijze vrouwen
-
leesfragment
Hoofdstuk
9: De donkere kant
‘Laat het leven
lopen. Ga daar niet aan sleutelen. En probeer vooral niet
te voorkomen dat verdriet op je af komt, want het pakt je
bij de lurven.’
Toon Hermans
Vrede, liefde, schoonheid,
het besef van je kracht en de onbegrensde mogelijkheden die
tot je beschikking staan: de lessen van de wijze vrouwen gingen
tot dusver over de mooie kanten van het bestaan, de dingen
waar we naar willen streven. Maar ook de donkere kant van
het leven - de wanhoop, de nacht, het verdriet - heeft waardevolle
lessen te bieden. Heksen noemen dat, gek op poëtische
bewoordingen als we zijn, ‘je schaduw omhelzen’
of ‘reizen naar de Onderwereld’. Als je terugkomt
na zo’n duistere reis ben je een ander persoon dan je
van tevoren dacht. Niet zelden een completer en rijker persoon.
Geluk is in dit deel van de wereld tot een soort grondrecht
verheven. We koesteren de illusie dat we recht hebben op gelukkige
omstandigheden. Ons vermogen om met tegenslagen om te gaan
is hierdoor ondermijnd. Mijn generatie, die nooit van dichtbij
oorlog of armoede heeft meegemaakt, raakt snel van slag als
voorspoed verandert in tegenspoed. We zijn zo beschermd en
verwend dat we vergeten zijn dat ook ongeluk, verdriet en
verlies bij het leven horen.
Ook ik was dat vergeten, maar naarmate ik mijn naïviteit
verloor en groeide als heks, ontdekte ik dat alles een plek
heeft. In de hekserij leerde ik begrijpen dat vreugde en verdriet,
groei en afbraak, genot en pijn allemaal iets te bieden hebben.
Ze houden elkaar voortdurend in evenwicht. Verlies en lijden
zijn een natuurlijk deel van de cyclus van geboorte, bloei,
verval, dood en wedergeboorte. Het hoort bij het leven en
bij ons als mens. Toen ik dat werkelijk begreep en accepteerde,
maakte die wetenschap me rustig. En uiteindelijk gelukkiger.
Is rampspoed zinloos? Diep vanbinnen denk ik van niet. Het
leven is onderhevig aan wetmatigheden die ik niet overzie.
Wie kan met zekerheid zeggen dat de gebeurtenissen waar we
verdriet van hebben niet een doel dienen? Als ik terugkijk
op mijn leven zie ik dat elke ervaring, hoe pijnlijk ook,
me uiteindelijk naar iets beters heeft geleid. Ik zie dat
ik niet zonder had gekund. ‘Vertrouw op de wijsheid
van het universum,’ zei een vriendin eens tijdens een
moeilijke periode in mijn leven. Dat is waar het op neerkomt:
alles is zinvol en maakt deel uit van een hoger, zich langzaam
ontvouwend plan. Dus laat je weerstand varen en geef verdriet
een plaats in je leven.
Het is een bevrijdende gedachte. Nooit meer denken: ‘god
is onrechtvaardig’ of ‘het leven is oneerlijk’.
We kunnen onze levenslessen niet leren als we er ons tegelijkertijd
tegen verzetten. Toen ik me liet inwijden als heks nam ik
me voor om in moeilijke situaties tegen mezelf te zeggen:
dit moment is precies zoals het moet zijn. Hoe moeilijk me
dat ook zou vallen.
Ik heb lang nagedacht welke crone voor mij symbool staat voor
het omgaan met tegenslagen, verdriet, dood, wanhoop. Uiteindelijk
kon het er maar één zijn: de schrijfster Isabel
Allende. Zij is in haar boeken in staat om de donkere kant
van het leven te omarmen en toch blijk te geven van een aanstekelijke
vreugde en levenslust. Haar romans Het huis met de geesten
en Eva Luna staan vol met dood en geboorte, rampspoed en liefde.
Isabel Allende (61) is een geboren Chileense met Castiliaans-Baskisch
bloed, een kwart Frans bloed en een dosis indiaans bloed –
van de Mapuche-indianen. Isabel groeide op bij haar grootouders
in een groot huis waar veel intellectuelen, bohémiens
en kunstenaars over de vloer kwamen. Nadat haar vader het
huwelijk met haar Baskische moeder onwettig liet verklaren,
voedde haar moeder haar alleen op. Als nicht van de Chileense
president Salvador Allende kwam ze na de militaire coup, die
hem het leven kostte, op een zwarte lijst terecht. Ze vluchtte
met haar man en kinderen naar Venezuela, waar ze zeventien
jaar in ballingschap woonde tot de dictatuur voorbij was.
Haar eerste boek begon als brief aan haar grootvader, die
tegen de honderd liep en op zijn sterfbed lag. Isabel kon
niet naar Chili om afscheid te nemen, dus schreef ze haar
herinneringen op in een lange brief die uitmondde in Het huis
met de geesten.
Een paar jaar geleden las ik haar meest persoonlijke boek,
Paula, dat diepe indruk op me maakte. Hierin beschrijft Allende
hoe haar dochter Paula in een coma wegzinkt en uiteindelijk
overlijdt. ‘Elke dag sterven er zeventigduizend mensen
en er worden er nog meer geboren, maar voor mij ben alleen
jij geboren, kun alleen jij sterven,’ schrijft ze. ‘Je
grootmoeder bidt voor je tot haar christelijke god en ik doe
dat soms tot een heidense, glimlachende godin die weldaad
uitstort, een godin die geen kastijding kent, alleen vergeving,
en ik spreek tot haar in de hoop dat ze me vanuit de diepte
der tijden hoort en je helpt.’
Ik stel alles in het werk om Isabel Allende te spreken te
krijgen, maar stuit op afwijzing na afwijzing. Uiteindelijk
krijg ik een fax van de Isabel Allende Foundation, die studiebeurzen
en subsidies aan kwetsbare groepen uitreikt, waarin haar assistente
schrijft dat mevrouw Allende wel tijd voor me wil vrijmaken.
Zodra het papier uit de machine rolt, gil ik het uit van blijdschap.
Ik kies een datum uit haar lijstje en boek dezelfde dag nog
een vlucht naar Californië, waar Isabel met haar nieuwe,
Amerikaanse man woont.
De vliegreis voert met een
tussenstop in Washington naar San Francisco. Het is een reis
van zeventien uur, die ik gebruik om Paula te herlezen. Als
ik aankom op het vliegveld komt een vriend met uitgestoken
armen op me afgelopen. We omhelzen elkaar en we lopen gearmd
naar het parkeerterrein waar zijn auto staat. Ik zal bij hem
en zijn gezin logeren in Pleasant Hill, een klein plaatsje
aan de overkant van de baai van San Francisco.
San Francisco ziet er prachtig uit. Honderden bootjes met
kleurige zeilen dobberen in de baai en joggende mensen draven
langs het water, omhoog, de heuvels in. Onwillekeurig moet
ik terugdenken aan de laatste keer dat ik hier was en een
afspraak had met een wijze heks die bepalend bleek voor mijn
eigen ontwikkeling als heks: Zsuzsanna Budapest. Zij had uitgesproken
ideeën over de donkere kant van het leven, in het bijzonder
die in onszelf. Ze vond dat we in de westerse maatschappij
een neiging hebben om een zonnige, blije kant van onszelf
te presenteren en al het andere weg te moffelen. ‘Ik
kom liever uit voor mijn jaloezie, irritatie of boosheid.
Het is onnatuurlijk om die emoties geen ruimte te geven. Om
je de waarheid te zeggen,’ zei ze met een ondeugende
blik, ‘I think even the Dalai Lama has some shit going
on.’
De volgende ochtend neem ik de bus naar het centrum. Van daaruit
leidt een andere bus me over de Golden Gate-brug, die in sierlijke,
helderrode bogen boven het water staat. Via een slingerende
weg naar beneden, langs rotsen en bermen begroeid met palmbomen,
cipressen, varens en bloemen, bereik ik Allendes woonplaats
Sausolito. Het is een fabelachtig mooi vissersplaatsje. Tegen
de rotsen zijn honderden houten huisjes in vrolijke kleuren
gebouwd, omringd door gigantische naaldbomen met een rode
bast en olijfvormige dennenappels. In de haven liggen oude
vissersboten en plezierjachtjes.
Een knappe blonde vrouw laat me binnen in het kantoor van
Isabel. Het hangt vol filmposters van Love and War en The
House of the Spirits, gesigneerd door de acteurs Meryl Streep
en Jeremy Irons, en tientallen covers van haar boeken in verschillende
talen. Als ik me omdraai staat ze ineens voor me: klein, stralend,
met een expressief gezicht. Bij haar ooghoeken ligt een waaier
van fijne rimpeltjes die zich verdiepen als ze glimlacht.
Ik schud haar de hand en tientallen zilveren armbanden en
ringen rinkelen mee.
Isabel stelt voor om aan de overkant van de straat koffie
te gaan drinken omdat de werkmannen in de tuin nogal wat herrie
maken. Als ze, midden in een zin van Isabel, de drilboor hanteren
begrijp ik wat ze bedoelt. We steken de straat over en gaan
bij een kleine, gezellige coffeeshop naar binnen. ‘Het
wordt tijd dat de oudere vrouw in ere hersteld wordt,’
zegt ze, verheugd over mijn project. ‘De laatste eeuwen
werden vrouwen louter beschouwd als reproductieve wezens.
Zodra ze niet meer in hun vruchtbare periode zijn, worden
ze afgeschreven. Als de kinderen het huis uitgaan en ze niet
meer moederen, verliezen ze hun waarde omdat ze niet meer
de rol kunnen vervullen die de maatschappij voor ze bedacht
heeft. Na het feminisme mag dat dan onder geschoolde mensen
anders zijn; in het grootste deel van de wereld is er nog
niets veranderd.’
‘Zie je voor jezelf een rol als crone weggelegd?’
vraag ik.
Ze knikt. ‘Ja zeker. Als crone heb ik de taak om te
zorgen voor de jongere vrouwen om me heen. Als je in de reproducerende
fase bent, heb je het zo druk. Er is niet veel tijd voor andere
dingen dan je kinderen grootbrengen en zorgen dat er brood
op de plank komt. De rol van de crone is niet alleen het beschermen
van de nabije familie, maar ook van de wereld. Nooit eerder
in de geschiedenis was er zo’n groot aantal oudere vrouwen
die goed opgeleid zijn, gezondheidszorg ontvangen en economisch
onafhankelijk zijn. Het is een enorme groep vrouwen die werkelijk
dingen in de wereld kunnen veranderen. En daar wil ik deel
van uitmaken!’
Ze geeft lange, weloverwogen antwoorden, ieder woord wordt
met aandacht geformuleerd. Haar zinnen vloeien alsof ze geschreven
zijn en elk woord heeft impact, helderheid en ritme. Ze heeft
iets vurigs over zich, vrouwelijk en gepassioneerd, wat me
bijna betovert. Zouden alle Allende-vrouwen dat hebben?
‘Er is een sterke matriarchale lijn in je familie,’
zeg ik, in een poging om haar te laten vertellen over al die
krachtige vrouwen die haar gevormd hebben. ‘Je grootmoeder,
je moeder, jij en je dochter hebben een bijzondere band.’
Ze knikt instemmend. ‘Mijn moeder is de sterkste, langdurigste
aanwezigheid in mijn leven. Ze is altijd mijn beste kameraad
geweest. We schrijven elkaar nog steeds elke dag. Als ik eens
geen brief krijg van mijn moeder, als ze ziek is of op reis,
dan mist er iets aan mijn dag. Het is zoals het poetsen van
mijn tanden. We bewaren elkaars brieven en doen er elk jaar
een lint omheen. De gedachte is dat, als zij sterft voor mij
of ik voor haar, we iedere dag een brief van elkaar hebben
om te herlezen voor de rest van ons leven. Haar brieven zijn
een leidraad voor me. Ik ben nu zestig en ik hoef maar een
brief van mijn moeder uit die periode van háár
leven te openen om te weten hoe ze zich toen voelde. Ik weet
wat er gebeurde in haar lichaam, haar geest en haar ziel.
Ik weet van de angsten die ze had. Ik ben zoals zij toen ze
zestig was - maar op een bepaalde manier ben ik wijzer, omdat
ik haar ervaring ken. Zij is als een baken. Zoals elke crone
een baken is voor de vrouwen die na haar komen.’
‘Je erkent de geesten van overledenen om je heen zoals
je de levenden erkent. Is dat altijd het geval geweest?’
‘Ja. Ik groeide op in het huis van mijn grootouders.
Mijn grootmoeder was een spiritist. Ze communiceerde met de
zielen van de doden, dus het was nogal een drukke boel in
huis, als je begrijpt wat ik bedoel. Ook na haar dood. Ze
was een heks, ook al noemde ze zichzelf niet zo. Ze gaf me
het idee dat we in een mysterieuze wereld leven met veel dimensies
– sommige kunnen we met onze ogen zien, andere maken
zich via dromen, intuïtie en verbeelding aan ons kenbaar.
Er zijn altijd aanwezigheden van doden en ongeborenen om ons
heen. Als ik schrijf, maandenlang alleen en in stilte, bereik
ik een soort hallucinerende staat waarin ik me bewust ben
van de onzichtbare wereld. Mijn lichaam wordt gevoeliger,
fijner afgestemd. Schrijven is voor mij niet alleen een intellectueel
proces. ’s Nachts droom ik de antwoorden op wat ik me
overdag afvraag tijdens het schrijven. Als ik vast zit in
een verhaal en ik niet weet hoe ik verder moet, vraag ik mijn
grootmoeder me te helpen. Dan voel ik haar aanwezigheid en
komt het antwoord vanzelf. Soms, als ik ’s nachts wakker
wordt, zie ik mijn overleden dochter op de rand van mijn bed
zitten. Tijdens mijn zwangerschappen wist ik altijd of ik
een meisje of een jongen zou krijgen. Ik kon ze zien en wist
intuïtief welke naam bij ze paste. Mijn kleinkinderen
ook.’
‘Geboorte en dood zijn met elkaar verbonden?’
‘In het grootste deel van de wereld weet iedere vrouw
die moet bevallen dat ze dichter bij de dood zal komen dan
ooit. Misschien minder in een modern land zoals Nederland,
maar onbewust speelt deze gedachte toch mee. Geboorte en dood
zijn in de psyche van een vrouw totaal verbonden. Ik had het
vreemde voorrecht om binnen een paar maanden getuige te zijn
van de dood van mijn dochter en de geboorte van mijn kleindochter
in dezelfde kamer. Het helpen bij het sterven en het verlossen
was een soortgelijke ervaring. In beide gevallen voelde ik
een stilte - iets mysterieus en bijzonder krachtigs. Er was
pijn en strijd en vreugde. Toen mijn kleindochter werd geboren
voelde ik diezelfde kracht van transformatie als bij het moment
van sterven. Ik pakte haar lijfje om haar uit het lichaam
van haar moeder te draaien. Toen ik haar vasthield, en ze
nog steeds met haar navelstreng aan haar moeder verbonden
was, wilde ik intuïtief aan haar vragen: “Vertel
me, hoe is het daar? Voordat je het vergeet, vertel het me.”
Ik wist op dat moment dat ze van dezelfde plek kwam waar Paula
naartoe was gegaan.’
‘Wil je iets vertellen over Paula?’ vraag ik voorzichtig.
Ze knikt. ‘Ik vind het nog steeds moeilijk om over haar
te praten, ook al is het nu bijna tien jaar geleden dat ze
overleed. Toch doe ik het, want ik voel dat ik er anderen
mee kan helpen. Iedereen verliest dierbaren tijdens zijn leven
- het hoort nu eenmaal bij de reis. Paula leed aan porfyrie,
een erfelijke ziekte waarbij een bepaald eiwit niet goed wordt
aangemaakt. Het is een ziekte waar je oud mee kunt worden,
maar door allerlei omstandigheden is hij haar fataal geworden.
De eerstehulppost stelde griep vast, de doktoren wisten niet
hoe ze haar moesten behandelen, er zijn te veel kalmeringsmiddelen
toegediend, noem maar op. Toevallig was ik in Madrid, waar
ze woonde, ter gelegenheid van een boek dat was verschenen.
Ik ben direct naar het ziekenhuis gegaan. Ze was nog bij kennis.
Op het moment dat ik binnenkwam, kreeg ik het vreselijke voorgevoel
dat een onomkeerbare ramp onze levens van elkaar had losgescheurd.
Ik begon te huilen. Ze vroeg waarom ik huilde. “Omdat
ik bang ben en van je hou,” zei ik. “Ik hou ook
van jou, mama,” zei ze. Daarna gaf ze bloed op en zonk
weg in een coma.’
Isabel bracht eindeloze uren door in de gangen van het ziekenhuis.
Toen Paula van de beademing af kon, nam ze haar mee naar haar
huis in Californië waar ze een jaar aan haar bed heeft
gezeten - biddend, smekend, hopend. ‘Je voelde dat Paula
op je wachtte,’ zeg ik, ‘dat ze pas zou sterven
als je haar zou laten gaan.’
‘Misschien is dat iets wat ik zelf heb bedacht, ik weet
het niet. Paula was gevangen in een coma, in een vegeterende
staat. Wij zorgden zo goed voor haar dat ze nooit wondjes
of kramp had. We zorgden ervoor dat ze mooi aangekleed was,
dat haar haar gewassen was en dat ze comfortabel lag. Lichamelijk
was ze gezond. Op een nacht, toen Paula me in mijn dromen
kwam bezoeken, vroeg ze me om me neer te leggen bij haar dood.
Een paar dagen later ben ik met haar echtgenoot bij haar bed
gaan zitten. We vertelden Paula dat ze mocht gaan, dat we
haar zouden loslaten, dat het goed was. We vertelden haar
dat we van haar hielden, dat we ons haar altijd zouden herinneren
en dat ze niet hoefde te blijven voor ons. Ze lag toen een
jaar in coma. Daarna begon ze lichamelijk heel snel achteruit
te gaan. Ik zag het en ik wist het, ook al verzekerde de dokter
me dat ze stabiel was. Voor die tijd deed ze haar ogen wel
eens open, ook al kon ze niets zien, nu sliep ze de hele tijd.
Ik zag haar niet meer in mijn dromen verschijnen en ik voelde
dat ze van me wegdreef. In minder dan een maand tijd stierf
ze.’
In de laatste uren voor haar dood wasten Isabel, haar moeder
en haar schoondochter Celia het lichaam van Paula met een
spons, kleedden haar mooi aan en kamden haar haren. Isabel
legde talismannen op haar borst: een oranjebloesem die haar
grootmoeder droeg toen ze trouwde, een zilveren spiegel, foto’s
van haar neefje en nichtje, een zilveren theelepeltje. ‘Er
was bevrijding,’ zegt Isabel langzaam. ‘Paula
kon eindelijk een lichaam verlaten dat niet werkte en een
ander stadium betreden. Op dat moment begreep ik het. Ik voelde
dezelfde intense bedroefheid die elke moeder voelt als haar
kind sterft, maar ik begreep het. Het moment van haar sterven
was prachtig en krachtig. Het is een moment van pure stilte,
waarover misschien de engelen heersen.’
‘Stilte voor de geboorte,’ schreef Isabel in Paula,
‘stilte na de dood. Het leven is louter geluid tussen
twee ondoorgrondelijke stiltes.’
‘In je boek schrijf je dat Paula haar dood voorvoelde,’
zeg ik zacht. ‘Ze wist dat dit haar zou overkomen.’
‘Ja, ze wist het. Paula wilde nooit kinderen. Ze voorspelde
nooit dat ze jong zou sterven, maar ze maakte nooit plannen.
Ze wilde geen huis kopen, geen wasmachine. Alles was voor
haar tijdelijk. Als ik haar kleren gaf, gaf ze die weg. In
de weken voor haar dood, toen ik voelde dat ze van me aan
het weggaan was, heb ik een brief van haar geopend. “Openen
na mijn dood” had ze erop geschreven. Toen ze zevenentwintig
was, en net getrouwd, had ze een droom gehad. Ze vertelde
haar man niet wat ze had gedroomd, maar schreef het in een
brief. De brief begon met de zin: “Ik wil niet in mijn
lichaam gevangen blijven zitten.” Als ik eruit bevrijd
ben, schreef ze, zal ik dichter bij degenen kunnen zijn van
wie ik houd, ook al bevinden zij zich in de verste uithoeken
van de planeet. Vergeet mij niet en zet een vrolijk gezicht
op. Bedenk dat wij geesten beter hulp, gezelschap en bescherming
kunnen bieden aan hen die gelukkig zijn.’
Ik vraag Isabel hoe ze de dood beschouwt. ‘De dood is
als een deuropening,’ zegt ze. ‘Net zoals geboorte,
de eerste menstruatie, de eerste zwangerschap en de menopauze
is de dood een van de drempels die we overgaan. Voor mij is
dood gewoon een ander stadium van leven. Een onderdeel, geen
einde.’
‘Wat heeft Paula’s dood je geleerd?’ vraag
ik.
‘Het heeft me geleerd om de dingen los te laten. Ik
weet nu dat ik geen controle heb. Niet over wat er met mijn
dochter gebeurt, met mijn kleinkinderen, over niets. Ik moet
leren surfen over de golven, ik moet me laten dragen door
het water en gaan waar het water me naartoe leidt. Alles wat
ik kan doen is proberen om op de golven te blijven - ik heb
geen controle over de diepte van de zee, de hoogte van de
golven, de kracht van de wind. Ik surf een tijdje en uiteindelijk
zal ik vallen en in het water belanden. Dat is onvermijdelijk.
Paula leerde me mijn controledwang los te laten en dat heeft
me bevrijd. Na haar dood was ik werkelijk vrij. Een sterke
wil kan je misschien helpen om moeilijkheden in je leven aan
te kunnen, maar de echt belangrijke dingen in je leven gebeuren
gewoon. Je hebt er geen enkele controle over.’
Haar blik licht op. ‘Ik werd verliefd op Willie, mijn
Amerikaanse man, en ik kon niet anders dan bij hem zijn. De
ontmoeting, het verliefd worden, dat is iets wat me overkwam.
Ik had geen andere keus dan te emigreren naar Amerika. Sommige
mensen zeiden tegen me: “Doe het niet, hoe durf je zoveel
risico te nemen. Je zult gekwetst worden.” Natuurlijk
zal ik lijden! Het maakt me niet uit. Ik bedoel, lijden hoort
bij het leven en dat is prima. Ik geef niet om het lijden
en ik geef niet om het risico.’
‘Het lijkt erop dat je je in je leven vaak afscheid
hebt moeten nemen. Je bent meerdere keren alles kwijtgeraakt
en opnieuw begonnen. Je moest je vaderland verlaten om in
ballingschap te gaan, bent gescheiden van je eerste man, hebt
je dochter verloren, hebt alles achtergelaten en bent naar
Amerika geëmigreerd. Zie je dat als het terugkerende
thema van je leven?’
‘Mijn leven is ten eerste en vooral getekend door liefde.
Er wordt van me gehouden en ik heb intens liefgehad: mijn
moeder, mijn familie, bepaalde mannen in mijn leven. Liefde
is de bepalende factor. En dan komt verlies en scheiding.
Ik ben een paar keer door omstandigheden gedwongen geweest
om mijn hele leven achter me te laten en opnieuw te beginnen
met niets op een andere plek. Het is niet meer moeilijk voor
me. Ik zou het nog veel vaker kunnen doen als ik dat zou willen.
Ik heb geleerd dat het me altijd zal lukken. Ik heb geleerd
dat ik altijd mezelf zal zijn, waar ik ook ben. Met mijn eigen
gewoontes, verlangens, ergernissen, overtuigingen en gedachten.
Weet je, toen ik verliefd werd op Willie en een nieuw leven
met hem begon in de Verenigde Staten, dacht ik dat ik een
nieuwe ‘ik’ kon uitvinden. Een soort nieuwe en
verbeterde versie van mezelf die Willie geweldig zou vinden.
Nou, het duurde drie dagen en daarna keerde ik weer terug
naar mijn oude zelf. Je draagt jezelf binnen in je. Daar kun
je niet aan ontsnappen.’
Ze neemt een laatste, grote slok van haar cappuccino. ‘Iedere
keer als ik iets dierbaars verloor, heb ik de belangrijkste
lessen van mijn leven geleerd. Iedere keer werd ik sterker,
bewuster van mijn innerlijke kracht, van mijn eigen waarde.
De eerste les: ik heb geen controle over dingen, behalve op
de manier waarop ik ermee omga. De tweede: ik kan alles, en
ik bedoel alles, loslaten. Het enige wat je werkelijk hebt,
wat echt belangrijk is en wat je rijk maakt, is dat wat je
geeft. De liefde die je te geven hebt. Al het andere wordt
vergeten, zelfs de liefde die je ontvangt. Ik ben vergeten
hoeveel mijn eerste man van me hield en of hij wel van me
hield. Ik ben vergeten hoe minnaars mij beminden. Maar ik
ben nooit vergeten hoeveel ik van hen hield. Dat blijft me
bij. De liefde die ik mijn dochter gaf, ook al kon ze niets
meer teruggeven - dat blijft bij me. Liefde is blijkbaar een
onuitputtelijke bron die ik in mij draag. Je kunt alles kwijtraken
en nog steeds met opgeheven hoofd op deze aarde lopen als
je het gevoel hebt dat je liefde hebt om weg te geven.’
‘De grootste angst van mensen is om degene van wie we
houden te verliezen,’ zeg ik. Eigenlijk bedoel ik: mijn
grootste angst is degene van wie ik hou te verliezen. Isabel
lijkt dat onmiddellijk te begrijpen.
‘Als Willie sterft, zal ik kunnen doorgaan met leven.
Ik weet dat ik dat kan. Ik zou zelfs verliefd kunnen worden
op een andere man, wie weet. Ik kan alleen genieten van wat
nu plaatsvindt. Misschien kom ik straks thuis en vind hem
met een andere vrouw in bed. Misschien ontdek ik op een bepaald
moment dat ik niet meer van hem hou. Dat soort dingen gebeuren.
Nadat ik een dochter heb verloren weet ik dat er geen garanties
zijn. Toch weerhoudt dat me er niet van om met heel mijn hart
van Willie te houden.’
‘Net zoals jij ben ik opgevoed als een zelfstandige
vrouw,’ zeg ik, ‘onafhankelijk van mannen. Ik
bewonder de manier waarop je je overgeeft aan de liefde. Hoe
krijg je dat voor elkaar?’
Isabel glimlacht naar me. ‘Ik geef me over,’ zegt
ze, ‘maar ik ben niet afhankelijk. Ik weet dat ik mezelf
blijf. Ik ben dol op Willie. Als ik met hem praat of met hem
vrij, geef ik me volledig aan hem over. En ik verwacht dat
hij zich volledig aan mij overgeeft. Ik verdien mijn eigen
geld, ik neem mijn eigen beslissingen over wat ik wil met
mijn leven. Het is mijn prioriteit om bij hem te zijn, maar
dat is mijn beslissing. Ik kan niet jaloers zijn op de vrouwen
die hij beminde voordat ik in zijn leven kwam, dus hoe kan
ik bang zijn voor wat er zal gebeuren als hij niet langer
in mijn leven is? Het heeft niets te maken met het nu.’
Ze kijkt me liefdevol aan. ‘Wat is het ergste wat kan
gebeuren? Dat je hart wordt gebroken, dat hij je ontvalt of
dat je verliefd blijkt te zijn op een monsterlijk persoon
die je vreselijk behandelt? Dat kan gebeuren. Zeker. Maar
het risico om nooit iemand te hebben liefgehad is erger. Veel
erger. Je moet het tóch doen! Je moet die sprong in
het duister nemen. En je zult merken, als je dat doet, dat
je veel sterker bent dan je ooit had gedacht. Verwacht niet
dat iemand anders je gelukkig zal maken. Je loopt een gedeelte
van de weg samen op met een ander persoon. Dat is het. Ik
kan mijn relatie met Willie niet beschermen. Ik kan voor de
helft mijn best doen, de andere helft moet hij doen. Als hij
dat niet doet, dan kan ik het niet voor zeventig procent doen.
Zo werkt het niet. Jij doet jouw deel, en de rest geef je
over.’
Ze vertelt het verhaal van haar ontmoeting met Willie. Op
een boekentournee, toen ze zat te signeren, kwam hij naar
haar toe. Hij belde haar de volgende dag op en vroeg haar
mee uit eten. Uiteindelijk deelden ze de nacht samen. Isabel
maakte haar tournee af, ging naar Venezuela, haalde wat kleren
op en besloot een week met hem door te brengen in zijn huis
in Californië. ‘Ik had niets te verliezen. Het
slechtste had kunnen gebeuren. Maar in plaats daarvan gebeurde
het beste. Neem het risico, Susan! Ik heb in mijn leven veel
risico’s genomen die slecht uitpakten, maar dat betekent
niet dat ik ze daarom niet meer neem.’
Ik knik en kijk haar zwijgend aan.
‘Het grootste probleem met mensen vandaag de dag is
dat ze zo bang zijn voor lijden,’ gaat ze verder, ‘zo
bang dat ze dingen verliezen. We zijn vergeten dat verlies
een onderdeel van het leven is. Toen mijn dochter in coma
lag, voelde ik die angst ook heel sterk. Ik was voortdurend
bang en bood goden en godinnen allerlei offers aan in ruil
voor het leven van mijn dochter. Het werkte niet. Nadat Paula
was overleden, was ik mijn angst kwijt. Waarom zou ik nog
bang zijn? Het ergste wat me kon overkomen, was al gebeurd.
En ik had het overleefd. Zelfs als ik het niet had overleefd,
was het niet belangrijk. Het feit of mijn dochter dood of
levend was, was niet belangrijk. Zij was simpelweg. Ze was,
in welke vorm dan ook. En ik was ook.
Ik lijd als ik zie dat anderen lijden, natuurlijk. Maar ik
heb ontdekt dat lijden een onmisbaar deel van het leven is,
een deel van het leerproces. Dus ik accepteer het. Ik ben
minder bang dan ooit tevoren. Ik ben niet bang om arm te zijn,
om alleen te zijn, om lelijk te zijn. Ik ben niet bang om
ouder te worden, ik ben niet bang om dood te gaan. Ik zal
hoe dan ook doodgaan en dat is prima. Ik ben er zelfs nieuwsgierig
naar! Als je me een dag voordat mijn dochter in coma raakte
had verteld dat zoiets te gebeuren stond, had ik me van het
leven beroofd. Als ik had geweten van de pijn die ik moest
doorstaan, had ik me van het leven beroofd omdat ik had gedacht
dat ik die nooit zou hebben overleefd – ik had het niet
willen overleven. Maar dan, dag na dag, kun je het aan. Je
doorstaat een week en dan de volgende en het hele jaar gaat
voorbij. Er gebeuren vreselijke dingen en alles wordt van
kwaad tot erger. Je denkt bij iedere stap dat je zult sterven,
maar dat gebeurt niet. Je overleeft. Dan, op een zekere dag,
hou je je stervende dochter in je armen. Je houdt haar vast,
je knuffelt haar en ze gaat vredig dood. Je beseft dat jij
niet dood bent, dat je er nog bent. En de angst is weg. De
angst voor pijn, de angst om te sterven. De angst voor het
leven.’
In het vliegtuig terug naar
huis zie ik de besneeuwde bergtoppen van Nevada onder me verschijnen.
Wolken vermengen zich met de sneeuw, er is een strakblauwe
lucht en een goudgele zon. Het is van een ontastbare en onwerkelijke
schoonheid. Wat een kostbare les heeft deze reis me opgeleverd.
Isabel Allende, die prachtige, trotse crone, heeft me doen
inzien dat je niet alleen verdriet kunt omarmen, maar ook
dat er een enorme vrijheid op je wacht als je je angst voor
verlies en tegenslag in de toekomst loslaat. Als heks begreep
ik dan wel dat verdrietige ervaringen zinvol zijn en een eigen
plek verdienen, maar onbewust probeerde ik me er toch tegen
‘in te dekken’. Ik hield mijn handen stevig aan
het stuur en zorgde ervoor dat ik zo min mogelijk risico liep
om gekwetst te worden. Wat zou er gebeuren als ik nu eens
al mijn behoedzaamheid zou laten varen? Volgens Isabel Allende
ben ik dan pas werkelijk vrij. In gedachten zie ik hoe mijn
krampachtig gespannen handen veranderen in vleugels en zie
mezelf wegvliegen.
Ik denk aan mijn vriend en een golf van emotie overspoelt
me. De heimwee naar hem is zo scherp dat het me pijn doet.
Aan de ene kant is dat een mooie gewaarwording voor me, en
aan de andere kant vind ik het doodeng.
De woorden van Isabel schieten me te binnen: ‘Neem het
risico, Susan! Neem die sprong in het duister.’ Ik denk
aan wat majoor Bosshardt zei: ‘Liefde is misschien wel
het meest wezenlijke aspect van het menselijke bestaan. Een
mens kan niet zonder liefde.’ Ik denk ook aan de manier
waarop Elle Eggels met haar angst omgaat: niet als een teken
dat ze haar grenzen heeft bereikt, maar als een teken dat
ze kan groeien. ‘Ik voel dat ik trillende knieën
heb, maar neem de stap toch.’ Als je geen risico’s
in de liefde neemt, begrijp ik eindelijk, neem je een nog
veel groter risico: nooit werkelijk te hebben liefgehad.
Ik geef toe aan het gevoel. Het gevoel om zonder voorbehoud,
zonder angsten en verwachtingen, zonder grenzen en wetten,
lief te hebben. Het is alsof ik een vrije val maak. Ik val
en mijn hart gaat open.
Zeventien uur later zie ik mijn tas over de bagageband rollen.
Wankelend van vermoeidheid loop ik door de douane en zie mijn
vriend tussen de bezoekers staan. Op zijn gezicht staat opluchting
en blijdschap te lezen. Ik val hem in zijn armen en hij voelt
sterk, jong en warm van liefde. We hebben ons leven voor ons.
Samen.
Gerelateerde artikelen
|
|