| |
Wat er niet meer is (20
november 2007)
Met Wat er niet meer is maakt Susan
Smit een wending als auteur. Het is een liefdesverhaal vol
passie, verlangen en muzikaliteit, geschreven in een opvallend
heldere en zelfverzekerde stijl.
‘Van iemand houden zegt iets over het ik, over míjn
gevoelens, wat de ander voor míj betekent. Of de ander
die gevoelens nu beantwoordt of niet. Dat is de reden dat
liefde de dood overleeft’.
In een lange nacht, in de beslotenheid van een Amsterdamse
peeskamer, vertelt Thomas, een librettist, zijn verhaal aan
een prostituee. Hij rouwt om de dood van de pianiste Judith,
de enige vrouw in zijn leven die hem raakte en die vervolgens
getrouwd bleek te zijn. Hij kijkt terug op hun platonische
liefde. Nu, na haar dood, lijkt ze als dolende ziel dichterbij
dan ooit en heeft hij erotische ontmoetingen met haar waarmee
hij zich geen raad weet.
‘Liefdesrelaties zijn doordrongen van een doodsbesef.
De liefde kan alleen maar zo diep raken omdat je weet dat
het ooit allemaal voorbijgaat. Het bederft, scheurt, ebt weg.
Het is voorbij. En toch is het nooit echt voorbij. Wat er
niet meer is, laat een echo horen. Het leeft voort in andere
dingen. Dat is de ware triomf.’
De enige persoon die hem kan helpen een weg te vinden
uit zijn obsessieve liefde voor Judith is haar echtgenoot
Egbert, die hij nooit kon uitstaan. Egbert is de enige man
die inzicht kan verschaffen in de ongenaakbare vrouw die hij
adoreerde en die zijn muze tot een echt mens kan maken.
‘Wanneer ken je iemand werkelijk? Als je haar eerste
leugentje detecteert? Als je haar hondsberoerd ziet? Ik durf
te zeggen dat het enige moment waarop je iemand echt leert
kennen het moment van orgasme is. Een vrouw is zichzelf als
ze klaarkomt, hortend en stotend, vloekend, lieflijk, schreeuwend,
zachtjes of ingehouden. Dan kun je een glimp opvangen van
haar ware natuur, van het dier dat ze is.’
|
|