© Nico Kroon
  Biografie
  Bibliografie
  Susan in de media
  Lezingen

Home - Auteur - Bibliografie - De stad en de sterren       

 


De stad en de sterren - leesfragment

Het S-woord

Nog liever trek ik een paar haren uit mijn hoofd of laat ik een kies vullen, zo’n hekel heb ik eraan. Het is veel makkelijker om te blijven hangen in onredelijkheid, boosheid of een kan-me-lekker-toch-niks-schelen-houding. Maar uiteindelijk moet het toch, natuurlijk - schoorvoetend, met hangende pootjes en de staart tussen de benen. Het heeft maar twee lettergrepen, maar het is toch het moeilijkste woord uit het woordenboek: ‘sorry’. Na een stomme fout of een ordinaire ruzie krijg ik het mijn mond niet uit. De woorden vormen zich wel in mijn hoofd maar weigeren zich simpelweg naar buiten te verplaatsen. Mijn fout, ik had ongelijk, sorry, zal het nooit meer doen, het spijt me. Ver-schrik-ke-lijk.
Als puber maakte ik thuis dagelijks ruzie over, nou ja, alles. Na afloop liep ik stampend de trap op en gaf mijn slaapkamerdeur een ferme zwieperd. Vijf minuten later liep ik weer fluitend naar beneden -- ik zweer je, ik was het hele incident vergeten -- en deed iedereen weer aardig tegen elkaar. Eigenlijk hoopte ik dat het in volwassen relaties ook zo werkte, maar nee. Er moet over Gepraat Worden. Zelfs met een in mijn liefste kleinemeisjesstemmetje uitgesproken ‘Zijn we weer vriendjes?’ kom ik er niet meer vanaf. Er dient een goed gesprek gevoerd te worden, aan de keukentafel, met begrijpende gezichten en verstandige analyses, oprechte excuses, mooie beloften en een goedmaakzoen. Het zal vast heel verantwoord zijn, maar ik kan er niet aan wennen.
Om het allemaal nog lastiger te maken blijft M. altijd onuitstaanbaar redelijk tijdens ruzies en verhitte discussies. Geen woord dat niet gemeend is ontsnapt aan zijn lippen, zelfs niet in het heetst van de strijd. Het ergste wat kan gebeuren is een diep gekwetste blik, een ‘dit heb ik niet verdiend’ of de mededeling dat hij geen zin heeft in moddergooierij en een blokje om gaat. Om gek van te worden, want daardoor ga ik natuurlijk nog harder tieren om ten minste een reactie te ontlokken en moet ik daarna nog dieper door het stof om mijn welgemeende, diepgevoelde en oprechte excuses aan te bieden.
Waarom vind ik het zo moeilijk om het S-woord uit te spreken? Er is niets ergs aan een fout maken op z’n tijd. Geen vis is zonder graat en geen mens zonder fout. Misschien komt het omdat ik denk dat de fouten die ik openlijk toegeef extra meetellen. Ik zie ze al, vet onderstreept en met een uitroepteken, bijgeschreven worden op mijn conto van Gemaakte Fouten Tijdens De Relatie. En je weet: een fout kun je doorstrepen, maar nooit uitgummen. Een oude koe is in no time weer uit de sloot gehaald en zie ‘m daar maar weer eens in terug te duwen. Daarom zijn mensen tot alles bereid om zich eruit te draaien.
Een vriend van mij heeft zich onsterfelijk belachelijk gemaakt door wat we in mijn vriendenkring ‘het boomincident’ noemen. Hij reed zijn nieuwe, peperdure auto bij het inparkeren tegen een boom, stapte kalm zijn huis binnen en deed of er niets was gebeurd. De volgende ochtend keerde hij rood aangelopen en briesend terug aan de ontbijttafel: iemand was tegen zijn auto gebotst en was doorgereden. ‘Ja,’ zei zijn vriendin, die het hele gebeuren de vorige avond door het zolderraam had gezien, zonder op te kijken van de ochtendkrant, ‘dat zag ik gisteravond. Er kwam zó een boom tegenaan lopen.’ Hij verkleurde van rood naar lijkbleek en liep met gebogen hoofd de deur uit.


Spirituele eerlijkheid

Laatst zag ik het weer gebeuren. Ik stond in de rij bij de bioscoop toen een platinablonde vrouw ongezouten kritiek gaf op de partnerkeuze van haar vriendin. Ze besloot haar tirade met: ‘Ik ben in ieder geval eerlijk tegen je’. Ze keek er triomfantelijk bij. Haar kon niets verweten worden. De vriendin wist even niet hoe ze moest reageren. Ertegen ingaan of boos worden betekent alleen maar dat er blijkbaar iets van klopt, en met zwijgen stem je in. Ze opende haar mond om iets te zeggen, maar de blonde vrouw was haar voor. ‘Het is geen persoonlijke aanval, hoor, het is gewoon hoe ik het voel.’ Einde discussie.
Beteuterd bestelde de vrouw twee kaartjes voor de film van half negen. En ze betaalde ze ook nog allebei. Natuurlijk zal ze zich tijdens de film opvreten en precies weten wat ze had moeten zeggen: ‘Zeg, nu we toch zo openhartig tegen elkaar zijn. Je zou eens een andere kleurspoeling moeten overwegen, want met dit peroxideblond stoppen de auto’s achter het Centraal Station voor je. Dat is verder niet persoonlijk bedoeld, hoor, ik ben gewoon eerlijk.’
Eerlijkheid wordt schandelijk overgewaardeerd. Het toppunt van persoonlijke groei is eerlijk zijn over alles. Het staat zo’n beetje boven aan het lijstje van verlichte eigenschappen. Hoe pijnlijker de opmerking, hoe heldhaftiger de eerlijkheid. Talkshows zitten vol met mensen die last hebben van oprispingen van eerlijkheid. Ze beweren, liefst op een groot podium zodat iedereen ze goed kan zien, de vreselijkste dingen. Als een man zegt: ‘Ik walg van mijn vrouw als ze me wil knuffelen, want ik vind haar veel te dik,’ dan prijst de talkshowpresentator zijn moed en eerlijkheid en krijgt hij een respectvol applaus van het publiek. Terwijl zijn vrouw ter plekke door de grond wil zakken om de publieke vernedering wordt hij doodleuk beloond voor zijn onbeschoftheid.
Overmatig eerlijke mensen hebben zo’n onuitstaanbare zelfgenoegzaamheid over zich. Zo’n ik-ben-alle-spelletjes-voorbij-houding. Aardig gevonden willen worden? Dat heb ik gehad. Beleefd zijn? Passé. Het leuk houden? Alsjeblieft, zeg. Het frappante van al die verlichte eerlijkheid is dat die altijd betrekking heeft op anderen en dat het zonder uitzondering negatieve boodschappen zijn. Of heb jij wel eens iemand horen zeggen: ‘Luister, ik zal het je maar eerlijk vertellen: je ziet er prachtig uit vanavond’? Nee, toch?
Bij spirituele cursussen en zelfontplooiingworkshops is het helemaal niet te harden met die eerlijkheid. Alle grenzen vallen weg en een soort doorgeslagen oprechtheid slaat verwoestend om zich heen. Mensen die hun spirituele zoektocht zijn begonnen met vijf assertiviteitstrainingen doen de meest ongenuanceerde en beledigende uitspraken met een ‘dat zegt mijn gevoel-schuine-streep-intuïtie gewoon’ en daarmee is de kous af. Discussie gesloten. Met een superieure glimlach zeggen ze:‘Ik merk dat ik je al het hele weekend negeer, want je lijkt me nogal oppervlakkig.’ Tuurlijk, gooi het er maar uit! Deel het met de groep! Hou vooral geen greintje van je boosaardige gedachten achter, want we kunnen er allemaal van leren.
Ik zit niet te wachten op dat soort ontboezemingen. Schrijf ze op in je kringlooppapieren schriftje en val mij er niet mee lastig. Ik vind het onbeschoft en onbeschaafd. Wie heeft trouwens bedacht dat het altijd goed is om alles uit te spreken? Wat is er mis met de subtiele tussen-de-regels-door-aanpak, afstandelijke beleefdheid of iemand die je niet ligt gewoon lekker uit de weg gaan?
En werp me nu geen medelevende blik toe die zegt: ‘Och ja, jij wilt nog aardig gevonden worden door iedereen.’ Nee. Ik wil niet aardig gevonden worden; ik wil aardig zijn.


Zelfhulp

‘Dit móet je lezen,’ roept een vriendin terwijl ze me een stukgelezen exemplaar van Gelukkig zijn kun je leren in handen drukt, ‘ik heb er zóveel aan gehad!’ Om niet ondankbaar te lijken, luister ik naar haar relaas over herwonnen eigenwaarde en teruggevonden zelfliefde. Of ik dan zo miserabel overkom, wil ik haar vragen, maar ze houdt maar niet op over de geweldige inzichten van de auteur, die zichzelf uiteraard van een diepe depressie tot ultiem geluk heeft opgewerkt. ‘Kijk,’ ze priemt met een vinger op de achterflap, ‘zelfs Nastassja Kinski zegt dat dit boek haar leven veranderd heeft.’ En dus beloof ik het een kans te geven.
Die avond staart het glimlachende hoofd van de schrijver me vanaf de cover aan. Ik sla het boek open. ‘Waar liefde is, zijn wonderen’, staat er. ‘Word één met het universum’, ‘zing het lied van het leven’. Bijna geef ik me gewonnen als ik me bedenk: wat betékent dat eigenlijk? Hoe doe je dat – het lied van het leven zingen?
Ooit was ik zo’n meisje dat je in de trein kon zien zitten lezen in De weg van het hart of Meester over eigen denken, gele markeerstift in de aanslag om treffende passages aan te strepen en heftig knikkend onder het lezen, want het was allemaal zó waar. Maar wat had ik dertig zelfhulpboeken, twintig workshops en een seizoen Oprah Shows later geleerd? Een handjevol bedrieglijk diepzinnige maar eigenlijk heel vrijblijvende slogans, wat mooi geformuleerde niemendalletjes en een dozijn affirmaties (zeg iets honderd keer en je gaat het vanzelf geloven). Toen ik in het huis van een bekende Chinese romanschrijfster binnenkwam voor een interview en ik overal gele plakbriefjes met inzichten zag hangen, kwam ik tot inkeer. Op de koelkast hing een briefje met ‘Ik sta in mijn kracht’, in de spiegel boven de schoorsteenmantel stond ‘Leef in het nu’, in het toilet ‘Ik ben liefde’. Op dat moment wist ik zeker dat zelfhulpwijsheden mij geen geluk zouden brengen – laat staan verlichting.
Dat soort boeken, workshops en televisieprogramma’s spelen handig in op onze perfectiedrang: het verlangen om ons rommelige leven glad te strijken en onze onhebbelijkheden weg te moffelen. Want als we ons leven op orde hebben en de scherpe randjes van onze persoonlijkheid afgeschaafd zijn, zullen we het geluk vinden. Helaas. Van perfectionisme is nog nooit iemand gelukkig geworden. Je voelt je extra waardeloos als je even niet helemaal ‘zen’ bent. O jee, een negatieve gedachte. Oeps, boos uitgevallen tegen iemand. Wat moet Dr. Phil daar wel niet van denken?
Mooie inzichten en doorleefde wijsheden zijn heus wel te vinden, maar volgens mij niet in het vijfstappenplan van een gesjeesde workshopgoeroe. De geheimen van geluk zijn te horen uit de mond van je grootmoeder, in de relativerende humor van je bovenbuurman, in de wonderlijke uitspraken van een kind. Voor mij geen oefeningen en zelftesten meer. Ik loop het gangpad ‘populaire psychologie’ met opgeheven hoofd voorbij. Als zelfhulpboeken immers écht zouden werken, dan hadden uitgeverijen een groot probleem. Bovendien bén ik niet altijd liefde. Soms ben ik verveeld. Boos. Onredelijk. Of chagrijnig. Dan biedt alleen echte zelfhulp uitkomst: ik koop een bos bloemen om me op te vrolijken en vergeef mezelf voor mijn imperfecte leven.


Nu! Nu! Nu!

Ik zou willen dat ik van het type laat-maar-waaien was. We zien wel hoe het loopt, geen haast, het leven komt zoals het komt, dat werk. Ik zou -- helemaal zen -- de rust willen hebben om de dingen zich rustig te laten voltrekken. Of niet. En dan was het blijkbaar niet de bedoeling. ‘Het heeft niet zo mogen zijn’, zou ik dan met een berustende glimlach zeggen.
Helaas zit ik niet zo in elkaar. Integendeel zelfs: ik ben ongeduldig. Op het manische af. Als ik iets heb bedacht, moet het meteen en zonder verder oponthoud gebeuren. Een idee dringt zich op, nestelt zich in mijn hoofd, krijgt steeds meer details en ontwikkelt zich in razend tempo tot een full colour-fantasie in 3-D waar niet meer aan te ontkomen valt. Het is al bijna waar -- ik moet het alleen nog even laten gebeuren. En snel een beetje. Ik beken, ik ben een instant gratification victim. Engelengeduld bij anderen irriteert me dan ook mateloos. Ik word kriegelig als mensen voor mijn neus ellenlange sms-berichten zitten te priegelen, een recept kalm en nauwgezet navolgen (‘De courgette moet in middelgrote plakjes gesneden worden – denk je dat het zo goed is?’) of tergend langzaam een doos waskrijtjes op kleur sorteren. Ik vind het een ware marteling.
Het is voorgekomen dat ik in de kiosk bladerde door een woontijdschrift, mijn blik op een foto van een roze wand viel, ik op weg naar huis de verfwinkel binnenwipte en de hele handel op de muren kwakte. Toen M. een paar uur later thuiskwam, was de huiskamer roze. Ik ben een totale sucker voor 2 in 1- producten, dat zal je ook niet verbazen. Lippenstift en gloss ineen, shampoo en conditioner ineen, wasmiddel en wasverzachter ineen, doekjes die vuil niet alleen opnemen, maar ook aantrekken, you name it en ik heb het in de kast staan. Zo kom je van a naar c zonder via b te hoeven gaan. Dat scheelt tijd!
Ik mis het gen om rustig af te wachten. Er valt al genoeg te wachten in het leven, vind ik. Bij de kapper, in de rij voor de kassa, bij de pinautomaat, totdat je bent ingelogd op een website, bij de tramhalte, op je vriendinnen die ineens één voor één naar de wc moeten als je naar een andere club wil gaan. De afdeling ‘wachten’ is al ruimschoots ingevuld, dus daar ga ik niet nog eens zelf aan bijdragen. Ergens ‘een nachtje over slapen’ behoort gewoon niet tot de mogelijkheden. Het moet nu! Nu! Nu! Er dienen zo snel mogelijk spijkers met koppen geslagen te worden. Soms letterlijk: als ik een schilderijtje op de rommelmarkt heb gekocht, ram ik direct een spijker in de muur -- met mijn jas nog aan.
Die uit de hand gelopen doortastendheid van mij pakt niet altijd even goed uit. Het heeft een hele reeks rampen tot gevolg gehad. Eerst een zoompje afspelden als ik een oude rok weer up-to-date wil maken? Welnee, veel te veel gedoe. Ik zet meteen de schaar erin en eindig natuurlijk met een veel te kort vodje dat ik weg kan gooien. Om over de gevolgen van te haastig gelezen gebruiksaanwijzigingen van blondeermiddelen en textielverf maar te zwijgen. De werkelijkheid in mijn hoofd kent geen beperkingen en praktische bezwaren. Die buiten mijn hoofd wel. Reality bites en dat kan knap zeer doen.
Het schijnt dat je meer geduld krijgt naarmate je ouder wordt. Had ik maar het geduld om daar op te wachten.

Gerelateerde artikelen


- Titelinformatie
- Recensies
- Reacties van lezers
- Leesfragment
- Gerelateerde artikelen

- Gesigneerd exemplaar
- Bol.com
- Proxis.be

   De stad en de sterren
   Susan Smit
   Paperback. 249 p.
   ISBN: 9069746298
   E 17,95

 


                                                                                                                                Terug naar top

Alle teksten op deze site © Susan Smit, tenzij anders vermeld. / Webdesign: Xntriq.nl