Zweven van geluk
Twee jaar geleden nog maar zat ze tussen de verhuisdozen, in haar eentje. Kort daarop ontmoette Susan Smit (37) de man van haar dromen en kreeg ze het kind waarnaar ze zo hevig verlangde. ,,Alles wat ik te bieden heb,’’ zegt ze in de aanloop naar het verschijnen van een boek over haar zwangerschap, ,,kan ik nu kwijt. Zo voelt het. Als schrijver, als moeder, als geliefde.’’
Door: Albert Kok Fotografie: Pim Ras
Haar entree in het café om de hoek mag er zijn: stralende lach, energieke tred, op en top verzorgd. ,,Ik kom rechtstreeks bij Playboy vandaan,’’ geeft ze als verklaring voor de dikke laag make-up. ,,Nee,’’ is ze de voor de hand liggende vraag voor, ,,ik ging keurig gekleed op de foto. Ter illustratie van een kort verhaal dat ze binnenkort van mij publiceren. Naakt poseren – daar ben ik wel eens voor gevraagd, maar daar begin ik niet aan. Dat bewaar ik voor mijn vriendje.’’
Ze is niet speciaal preuts, vindt ze zelf, maar evenmin bijzonder exhibitionistisch. Ergens in het midden tussen die twee uitersten mag ze graag met haar vrouwelijkheid spelen. ,,Als ze zich bijvoorbeeld voorbereidt op een lezing ergens in het land, denkt ze eerst: wat wil ik vertellen? En aansluitend: wat zal ik aantrekken? ,,Ik word nu eenmaal blij van een mooi jurkje en hoge hakken. Zelfs thuis, in mijn eentje, zit ik niet in een vormeloze joggingbroek te werken. Ik ga niet zover om te beweren dat ik mezelf niet herken als ik me niet heb opgemaakt, maar helemaal zonder make-up… Dat stáát zo ongezellig.’’
Aanleiding voor een ontmoeting is geen gedurfde fotoshoot voor Playboy, maar een nieuw boek: Zwanger met lichaam en ziel. De titel doet terecht vermoeden dat Smit de zwangerschap die tot de geboorte van haar eerste kind heeft geleid, niet zonder spirituele ervaringen is doorgekomen. Het fysieke en het mystieke element van een zwangerschap worden net zo soepel met elkaar vervlochten als het gemak waarmee ze sensualiteit en schrijverschap laat samenvloeien. Zo is het in het deze week te verschijnen boek nogal wiedes dat haar ongeboren kind een oude ziel is die zich in haar groeiende lichaam op een nieuw verblijf op aarde voorbereidt.
Voor de niet zo lenige geest van haar tafelgenoot wordt het bij dit onderdeel van het gesprek even aanpoten. Smit: ,,Voor mij is het bovennatuurlijke net zo gewoon en belangrijk als het tastbare. In de babykamer hing een geest of iets dergelijks, die ik in mijn eentje niet weg kreeg. Vandaar dat ik iemand heb ingehuurd die de boel energetisch heeft gezuiverd. Dat ging met een geweld – ongelooflijk. Die krachten kunnen ongelooflijk sterk zijn. Maar het heeft geholpen: op het kamertje van Linde is het nu alsof de zon schijnt.’’
Van een beetje abracadabra is ze nooit vies geweest en bij de stichting Skepsis moeten ze niks van haar hebben, maar het is ook weer niet zo dat Smit alles maar voor zoete koek slikt. ,,Ik weet dat de kwaliteit in dit circuit varieert van zeer goed tot zeer slecht. Met dus ook veel prutsers en oplichters. Dokter Kowalski biedt honderd procent garantie – dat soort aanprijzingen moet je wantrouwen. En: nooit vooruit betalen. Ik beschouw mezelf als welwillend kritisch.’’
Bij een eerdere gelegenheid had ze zich geafficheerd als ‘nuchtere heks’. Als zodanig wilde ze een brug slaan tussen spiritualiteit en sensualiteit, tussen hekserij en hoge hakken, tussen kruidenthee en Ebay. Dat is aardig gelukt. Haar vroegste inzichten op het terrein van de spiritualiteit verwerkte ze in 2001 in een boek waarin ze haar lezers leerde dat eigentijdse heksen niet op bezemstelen rondvliegen, maar gewoon goed zijn ingevoerd in het bovennatuurlijke en geneeskrachtige kruiden. Heks was een instant succes en prijkte vervolgens jaren op de bestsellerslijst. Mede dankzij een warme belangstelling van talkshows en tijdschriften, die de mooie, mediagenieke en ook nog eens welbespraakte blondine graag ruim baan wilden geven.
Zelf zal ze de laatste zijn om te ontkennen dat haar uiterlijk haar op weg heeft geholpen. In die dingen is ze nuchter. ,,Zo werkt dat, ja. Als ik een oud gebocheld vrouwtje was geweest had ik er ongetwijfeld harder aan moeten trekken. Ik was fotomodel, ik ben romanschrijver, ik hou van spiritualiteit… Dat zijn ogenschijnlijke tegenstrijdigheden waarmee je opvalt bij journalisten en programmamakers. Maar de mensen zijn niet gek. Ze zijn misschien uit nieuwsgierigheid met lezen begonnen, maar als ze daarna inhoudelijk in mijn werk teleurgesteld waren geraakt, dan zouden ze daarna snel hebben afgehaakt.’’
En dat is niet gebeurd, mogen we - tien goed verkochte boeken later – inderdaad vaststellen. Deze zomer is het helemaal raak. Zo komen er een laag geprijsde editie en een toneelbewerking van haar jongste roman Vloed, een jubileumuitgave van Heks en een bundeling van de boeken Wijze mannen en Wijze vrouwen. Dat ze ook haar ervaringen met de zwangerschap en de geboorte van dochter Linde aan het papier heeft toevertrouwd, was nog niet zo vanzelfsprekend: ,,Ik had me plechtig voorgenomen om het niet te doen. Er is al zoveel over dat onderwerp geschreven. Maar tijdens mijn zwangerschap voelde het alsof er twee zielen in één lichaam huisden. En daar kon ik niks over vinden. Toen begon het te kriebelen. Het is mijn doel geweest om vrouwen aan te sporen de periode van de zwangerschap te gebruiken waarvoor die is bedoeld: de overgang maken van vrouw naar moeder. Keer je naar binnen voor reflexie, maak contact met je ongeboren kind en wees je bewust van de invloed die jouw gemoedstoestand heeft op zijn of haar ontwikkeling in de baarmoeder.’’
Aan haar kinderwens ging een donkere periode vooraf. ,,Ik kwam uit een moeilijke relatie. Waarin ik het gevoel had dat ik me moest inhouden, dat ik mezelf niet mocht zijn. In een verliefdheid kun je soms van jezelf wegdrijven, doordat je de ander meer centraal stelt dan gezond is. Ik wilde dat hij mij leuk vond, zonder mezelf af te vragen of ik hem wel leuk genoeg vond. Maar goed, over hem wil ik het verder niet hebben; hij is niet hier, hij kan zich niet verdedigen.’’
Maar goed, daar zat ze dan. Tussen de verhuisdozen, op haar 35ste, in haar eentje. ,,Ik had tijd nodig om tot mezelf te komen, waarbij ik het risico onder ogen moest zien dat ik misschien nooit meer iemand zou ontmoeten van wie ik kon houden en met wie ik een kind zou willen krijgen. Met dat laatste kon ik trouwens leven. Liever geen kind bij de goede man dan wel een kind bij de verkeerde man.’’
Dat was een mooi uitgangspunt, totdat inmiddels anderhalf jaar geleden haar biologische klok het overnam. Voor een televisieprogramma van omroep Llink was ze naar Bangladesh getogen voor een reportage over meisjes van amper acht jaar oud die veertien uur per dag moeten werken. ,,Liefst had ik die meisjes in mijn koffer mee naar huis willen nemen. Toen was het niet langer: misschien ooit. Vanaf dat moment was het: nu!’’
Kort daarvoor was ze in het Amsterdamse uitgaansleven Peter Veldhoven, een vijf jaar jongere industrieel ontwerper, tegen het lijf gelopen. Het had meteen raak kunnen zijn, maar dat was het niet. Liever wilde ze eerst in haar eentje uitzoeken waarom ze zichzelf in haar vorige relatie zo kwijt was geraakt. ,,Totdat ik dacht: wat ben ik aan het doen? Ik voel van alles, ik wil van alles, en ik houd me in. Nog geen zes maanden later woonde hij bij me en hadden we het al over kinderen. Het klinkt misschien onbezonnen, maar onder mijn verliefdheid zat een bijna vanzelfsprekende, innerlijke zekerheid. Ik heb eerder al wel eens elf jaar een relatie gehad met een leuke, lieve muziekjournalist. Dat was ook goed. Maar dit is het summum. Sinds ik met Peter samen ben, weet ik wat er echt toe doet in een relatie – dat je elkaar alle ruimte geeft die je nodig hebt en je toch helemaal met de ander durft te verbinden. Zodat je het beste in elkaar naar boven brengt. (lacht) Is het niet heel erg dom dat ik daar pas op mijn 36ste ben achtergekomen?’’
Vertrouwen in de liefde was geen vanzelfsprekendheid toen Susan opgroeide in Noordwijk aan Zee, waar haar vader als ‘badman’ op het strand windschermen en stoelen verhuurde. Als kind beschikte ze al over goed ontwikkelde voelsprieten, waardoor ze snel in de gaten kreeg dat het niet zo boterde tussen haar ouders. ,,Mijn vader hield van de drank.’’ Het komt er aarzelend uit, alsof het haar na zoveel jaren nog steeds tegenstaat om de vuile was buiten te hangen. Haar vader sloot zich steeds meer van het gezin af. Zoals je dat vaker ziet bij iemand voor wie een uit de hand gelopen behoefte op de eerste plaats is gekomen. ,, Uiteindelijk, ik was achttien, heb ik mijn moeder geholpen om bij hem weg te gaan.’’
Haar moeder is altijd belangrijk voor Susan geweest. Met haar vader heeft ze minder intensief contact, maar de tijd van verwijt is voorbij. ,,Hij gaf liefde tot zover hij daartoe in staat was. Meer kun je van een mens niet verlangen.’’ Met een zucht: ,,Maar ik ben nog steeds gevoelig voor signalen die er bij een man op kunnen duiden dat hij zich terugtrekt. Tijdens mijn zwangerschap liet mijn vriend zich in een onbewaakt ogenblik ontvallen dat hij na de komst van de baby niet minder zou gaan werken, zoals we hadden afgesproken, hij ging ánders werken. Ik ontplofte.’’
Daar is ze niet trots op. Voor jezelf opkomen is niet hetzelfde als een ander onderuit de zak te geven. Smit houdt niet van wat ze bestempelt als ‘een toenemende plaag’. ,,Op televisie zie je niets anders dan huilbuien en emotionele uitbarstingen. Niet alles wat je dwarszit, hoef je meteen te zeggen. Dat wordt versleten voor authenticiteit, terwijl het in feite getuigt van een botte, grofbesnaarde persoonlijkheid. Mensen die zogenaamd het hart op de tong hebben, gaan doorgaans totaal voorbij aan wat hun uitingen met de ander doen. Het getuigt van veel meer gevoeligheid om eerst je emoties te doorvoelen en vervolgens met een enigszins gefilterde, genuanceerde reactie te komen.’’
Een eenmaal aangebrachte kras op de kinderziel laat zich zomaar niet wegpoetsen. Toch is dat wel wat ze probeert. ,,Ik heb er ook bij anderen een hekel aan als ze zeggen: ‘zo ben ik nu eenmaal’. De zo-ben-ik-nu-eenmaal mensen staan stil. Die ontwikkelen zich niet. Dat is zonde van de tijd. Als ik ruzie heb, is het bij mij een automatische reflex om me af te vragen: wat is mijn aandeel in dit conflict en wat ik daarvan leren? Dat maakt mij op den duur een leukere partner en het nodigt de ander – als het goed is – ook uit om aan zelfreflectie te doen. Tijdens mijn zwangerschap was ik meer dan ooit een zelfschaver. Door alles wat er met je gebeurt, word je in die toestand vanzelf extra bewust en gevoelig.’’
Haar zwangerschap ging wel ten koste van haar lustgevoelens. In haar boek schrijft ze daar openhartig over. ,,Peter vond het niet zo’n goed idee dat ik dat aan de grote klok hing,’’ vertelt ze met enig leedvermaak. ,,Dat hoofdstuk kreeg ik er bij hem met moeite doorheen. Maar in een boek of column moet je genadeloos eerlijk durven zijn, anders heeft niemand er iets aan. Ik geloof dat je alleen lezers kunt raken als je vanuit je hart, en niet je ego, schrijft. Zo wil ik nu ook wel bekennen dat meteen na de bevalling de vonken er niet meteen weer vanaf vlogen. De komst van een kind is nu eenmaal een overweldigende ervaring. Elk lachje van mijn dochter gaat rechtstreeks mijn hart in. Dit is het allerbelangrijkste wat ik heb gedaan heb en wat ik nog zal doen in mijn leven: haar grootbrengen. En dan is het wennen om met Peter weer uit een ander vaatje te tappen. Maar nu ik de borstvoeding aan het afbouwen ben en hij mij vaker helpt met het geven van de fles vind ik hem weer onweerstaanbaar sexy. Hij is op zulke momenten man, vader en minnaar in één. Dat geeft wat mij betreft beslist een extra dimensie aan onze relatie. Ik heb drie maanden na de bevalling weer zin om mijn hakken aan te trekken en me helemaal vrouw te voelen.’’
Met haar goed ontwikkelde intuïtie had ze erop gerekend dat de band tussen moeder en kind van meet af aan hecht zou zijn. Dat viel nog tegen: ,,Toen ze nog in mijn buik zat, voelde ik een sterk contact met haar. Maar na de geboorte was het alsof ik haar opnieuw moest leren kennen. Een huiltje tegen de honger, van pure angst of van de kou – ik hoorde het verschil niet. De eerste maand zou ik niet graag over willen doen. Dat was een tegenvaller. Ik was heel onzeker en snel in paniek. Moest enorm in mijn moederrol groeien. Peter zei: ‘zo ken ik jou helemaal niet’. Hij mag dan vijf jaar jonger zijn, maar van onzekerheid viel bij hem niets te bespeuren. Hij ging met Linde om alsof hij al tien kinderen had grootgebracht.’’
Dat ze vier maanden na de geboorte van haar dochter alweer met een nieuw boek komt, zegt genoeg over het genot dat het schrijven haar oplevert. Ze heeft nooit anders gedaan. Al in haar vroege jeugd mocht Susan zich graag terugtrekken in wat ze de ‘veilige wereld van mijn verbeelding’ noemt. Overgevoelig als ze was voor de soms beklemmende sfeer in huis. ,,Ik ben een Vissen,’’ geeft ze haar sterrenbeeld de schuld. ,,Als kind kon ik al last hebben van de pijn van iemand die toevallig naast me in de bus zat. Ik heb moeten afleren om me te veel met de gevoelens van anderen bezig te houden. Tijdens het schrijven van een roman maak ik er juist gebruik van en verplaats me voortdurend in mijn personages.’’
Net als in haar volwassen leven koos ze haar onderwerpen toen al dicht bij huis. Op school, om precies te zijn. Ze herinnert zich een jongen op wie ze verliefd was: ,,Hij zat een paar klassen hoger. Omdat ik hem niet durfde aan te spreken, verzon ik van alles om hem heen. Dat waren verhalen vol van lust en liefde. Als ik hem dan op de gang tegenkwam, bonsde mijn hart in mijn keel. Terwijl die arme jongen van niets wist. Bij mijn moeder op zolder ligt een hutkoffer vol met verhalen uit die tijd. Niemand die ze mocht lezen. Om te voorkomen dat iemand het toch stiekem deed, had ik alle pagina’s dicht geniet.’’
Het schrijven zou haar nooit meer loslaten. Ook al leek het daar dan even op nadat op het strand in Noordwijk een fotograaf haar had aangeklampt en ze zich liet overhalen om als fotomodel haar brood te verdienen. Een paar jaar speelde Smit voor ‘menselijke kleerhanger’, zonder te bezwijken aan de verlokkingen van verdovende middelen en foute mannen. Totdat ze op een ochtend wakker werd, haar kleren bij elkaar raapte en het vliegtuig naar Amsterdam nam. Ze koos voor een studie Nederlands en toen ze daarmee klaar was, mocht ze wekelijks boeken bespreken voor het toenmalige programma Goedemorgen Nederland. En dat alles met de zekerheid dat ze ooit zelf besproken zou gaan worden.
Daarvoor heeft Smit trouwens het nodige geduld moeten betrachten. Met de verkoopresultaten van haar boeken mag ze dik tevreden zijn, maar de serieuze pers heeft haar lang links laten liggen.,,Mijn grootste probleem was niet dat critici negatief over mij schreven,’’ zegt ze met zelfspot, ,,maar dat ze niet over mij schreven. Dat veranderde eigenlijk pas met de verschijning van Vloed (haar laatste roman, red.). Toen kreeg ik voor het eerst positieve kritieken van de recensenten. Dat deed me goed, daar zal ik geen doekjes om winden. Critici zijn veellezers. Hun mening – mits beargumenteerd – doet ertoe.’’
Maar hoe positief anderen eventueel nog eens over haar boeken zullen oordelen – als ze ergens tot in lengte van dagen trots op zal blijven is het haar eigen vasthoudendheid: ,,Op verschillende momenten in mijn leven heb ik consequent keuzes gemaakt die me dichter bij mijn doel brachten. Nooit heb ik voor geld of roem gekozen, altijd ben ik trouw gebleven aan mijn grootste passie: de literatuur.’’
Daar is goed beschouwd weinig zweverigs aan. Zweven doet Susan Smit deze dagen hoofdzakelijk vanwege de huidige kwaliteit van haar bestaan. ,,Ik heb de liefde van mijn leven gevonden, ik heb een kindje gekregen en ik mag in alle vrijheid boeken schrijven. Alles wat ik te bieden heb, kan ik nu kwijt. Zo voelt het. Als schrijver, als moeder, als geliefde. Huilen doe ik de laatste tijd bijna alleen nog maar van geluk.‘’
‘Zwanger met lichaam en ziel. Spiritualiteit rondom zwangerschap, geboorte en kraamtijd’, Susan Smit, uitgeverij Lebwoski, ligt nu in de winkel.
Paspoort
Geboren: 24 februari 1974 in Leiden.
Opleiding: Atheneum, studie Nederlands.
Carrière: Na een uitstapje als fotomodel maakt ze in 2001 naam met een boek waarin ze als heks uit de kast komt. Na Heks volgen meer boeken. Non-fictie, waarin ze haar geloof in reïncarnatie, intuïtie en spiritualiteit verder uitwerkt. En fictie, in historische romans als Elena’s Vlucht (2005) en Vloed (2010). Van 2005 tot 2009 recenseert ze boeken in het programma Goedemorgen Nederland.
Privé: Sinds eind 2009 woont ze samen met industrieel ontwerper Peter Veldhoven, met wie ze in februari 2011 een kind kreeg. Eerder deelde ze haar leven onder andere gedurende elf jaar met popjournalist Menno Pot. |