| |
Susan Smit: Blonde Ambition
Tekst: Minou op den Velde. Beeld: Corné van
der Stelt.
Schrijfster Susan Smit brak door met haar boeken over hekserij. Deze week verschijnt haar nieuwe roman Wat er niet meer is, waarin de hoofdpersoon Thomas worstelt met de liefde. 'Elk boek gaart uiteindelijk toch weer over jezelf.
Je roman Wat er niet meer is is net verschenen.
Waar gaat het over?
“Voordat ik begon aan het boek zetten mijn vriend en
ik na 11 jaar een punt achter onze relatie. Dat ging me niet
in de koude kleren zitten. Ik ben verhuisd, mijn hele leven
is veranderd. Als je begint met schrijven heb je nooit het
idee dat het met jezelf te maken heeft, maar halverwege het
boek blijkt het toch zo te zijn. Mijn roman gaat over de worsteling
tussen overgave en autonomie in de liefde. Aan de ene kant
willen versmelten met de ander en aan de andere kant denken:
o als ik maar mijn eigen leven niet kwijtraak. Dat is een
heet hangijzer voor me. Ik geloof dat iedereen een kamer in
zichzelf nodig heeft waar de deur dicht is. Een man moet me
mijn eenzaamheid gunnen. Ik ben wel trouw en monogaam, maar
mijn diepste gedachten houd ik lang voor mezelf. Ik schrijf
er nog eerder over dan ik er over praat. Tegelijkertijd verlang
ik ernaar me meer emotioneel met een man te verbinden dan
ik tot nu toe gedaan heb. De hoofdpersoon in mijn boek, Thomas,
is daar net als ik bang voor maar wordt dan diep geraakt door
een vrouw en heeft niets meer te willen.”
Hoe zag jouw liefdesleven eruit na die lange relatie?
“Ik heb ontdekt dat ik niet zo geschikt ben voor daten.
Dat losse gedoe waarbij je niet weet hoeveel liefjes hij er
op na houdt...ik voelde dat sommige mannen al zo lang vrijblijvend
aan het daten waren dat ze de liefde geen kans gaven. Dat
zie ik nu ook bij sommige vriendinnen: ze zoeken zo krampachtig
naar liefde. Dan zijn ze op relatieplanet.nl in de weer met
profielen die moeten matchen. Het gaat er heel berekenend
aan toe. Ik geloof helemaal niet in internetdaten. Een lijstje
maken waar een man aan moet voldoen heeft niets te maken met
gevoel. Ik geniet van het spel, de mysterieuze dans tussen
man en vrouw. Ik ben veel te romantisch voor deze tijd geloof
ik.”
Inmiddels heb je weer een nieuwe liefde?
“Ik ontmoette hem gewoon in de kroeg. Voordat we het
wisten stonden we Koot en Bie-scenes af te maken en over metafysica
te praten. Ik dacht: hee, deze is leuk! Hij is piloot en hij
moest daarna 11 dagen op reis, maar hij belde steeds, heel
grappig. Gelukkig kende hij me niet uit de media, dat vind
ik heel belangrijk. Als mannen weten wie ik ben is het hele
evenwicht zoek. Sommige mannen mailen naar mijn website of
ik met ze uit wil. Dat vind ik raar en eng. Of ze komen op
me af omdat ze me kennen van Goedemorgen Nederland, en beginnen
over “beauty and brains.” Maar ik wil niet met
een soort fan iets beginnen, het moet gelijkwaardig zijn.
Natuurlijk vindt Floris het leuk om naast me over de rode
loper te lopen, hij is trots en leest mijn boeken, maar hij
viel op me om wie ik was.”
Hoe voel je je als je schrijft?
“Als je met een roman bezig bent komen de grote levenskwesties
aan bod en je bent erg naar binnen gericht. Literatuur is
het bestaan verbeelden, graven naar wat ons werkelijk drijft.
Om me niet te verliezen in zwaarmoedigheid zorg ik dat ik
andere mensen opzoek, en geniet van de lichtvoetige kant van
het leven, de feestjes en het uitgaan.”
 |
foto: Corné
van der Stelt |
Hoe eenzaam is het schrijversbestaan?
“Ik heb natuurlijk geen kantoorcollega’s. Maar
ik ken wel dat maandagochtendgevoel van: ojee de werkweek
begint weer. Dan zit ik thuis alleen achter mijn computer
en is het zo stil ineens...dat heb ik opgelost door maandagochtend
een aerobicsklasje te volgen met huisvrouwen en studenten.
Die vragen me dan: “hoe was je weekeind?” Dat
helpt. Ik heb een zittend en denkend beroep dus ik wil af
en toe voelen dat ik nog een lijf heb. Meestal werk ik tot
een uur of zes. Maar bij een roman tik ik soms de hele nacht
door met een glas wijn erbij. De inspiratie komt van binnenuit
opborrelen. Het is alsof ik me dan alleen maar hoef over te
geven aan de stroom.”
Je eerste boek in 2001 was Heks. Hoe belangrijk
is die religie nu nog voor je?
Met dat boek kwam ik uit de bezemkast, haha. Die religie past
me als een jas. Als kind was ik al een dromerig heksje, de
wereld leek magisch en ik voelde altijd krachten om me heen.
Tijdens mijn studie analyseerde ik het leven tot ik er doodmoe
van werd. Hekserij heeft me teruggebracht bij mijn intuïtie
en het geloof in de wijsheid van het lichaam. Ik voel in mijn
buik onmiddellijk of ik links of rechts moet. Ik ben dol op
dingen verbranden in mijn heksenketeltje. Dan schrijf ik op
rijm iets dat ik los wil laten, iets dat me beperkt, en zie
het letterlijk in rook opgaan. Perfect! Oud en Nieuw is daar
bijvoorbeeld een mooi moment voor.”
Je hebt inmiddels je zevende boek uitgebracht. Maar
het lijkt alsof je uiterlijk nog steeds meer aandacht trekt
dan je werk.
“Daar word ik wel eens moe van. Als ik weer
eens een recensie lees waarin het voor driekwart gaat over
mijn tandpastasmile en dat ik op mijn hakjes literaire feestjes
afloop, en maar voor een kwart over mijn boek, dan denk ik:
dit is absurd. Een boek van een man zou nooit zo besproken
worden.”
Bij Goedemorgen Nederland zag ik vorig seizoen een
heel lang shot van je decolleté met een boek ernaast.
“Ja, ik hield dat boek toevallig ter hoogte van mijn
borsten. Die week mailde iemand: ‘ze moeten het programma
omdopen in Borsten en boeken.’ Ik maak me ook druk om
de bimbocultuur, maar het verschil is dat ik in mijn jurkjes
praat over mijn vak. Ik leg de nadruk op de inhoud, maar daarvoor
hoef ik de vorm niet te vergeten. Ik weiger mijn uiterlijk
te downplayen door coltruien te gaan dragen. Mijn moeder is
65 en ze ziet er uit naar haar leeftijd. Ze is slank, heeft
geföhnd blond haar en zit altijd vol in de make-up. Zo
zou ik ook wel oud willen worden. Maar mijn zelfbeeld is meer
afhankelijk van wat ik schrijf en hoe ik mijn leven leid dan
van wat ik in de spiegel zie. Ik wil net als Hella Haasse
tot mijn tachtigste blijven schrijven. Ik bewonder haar enorm.
Zij bleef temidden van de mannelijke grootheden van het literaire
circuit, de Mulischen en de Reves, stug doorschrijven aan
haar oeuvre, vond haar eigen publiek en bleef trouw aan zichzelf.
Ik houd me eraan vast dat ook ik vanzelf ouder word. Wacht
maar… Dan heb ik grijze haren, geen ‘tandpastasmile’
meer en ben ik nog steeds aan het schrijven!”
 |
foto: Corné
van der Stelt |
De wereld van......Susan Smit
*beste vriend: Joris
“Ik ben een faghag, ik ben dol op nichten. Mijn beste
vriendje is Joris, voor hem ben ik in dezelfde straat gaan
wonen. Ik eet vaak bij hem, we kijken samen tv, en laten zijn
hond uit. Hij is als een zus voor me, een echte zielsverwant.”
*Moleskine notitieboekjes van leer
“Die heb ik altijd bij me, omdat anders mijn hoofd overloopt
van ideeën. Ik kan alleen in mooie boekjes schrijven,
heel neurotisch.”
*Susan schrijft columns in Happinez, Marie Claire
en Boek Magazine.
“Als ik geen columns schrijf raakt mijn hoofd verstopt.
Maar ik ben nog steeds oprecht verbaasd als iemand op straat
me aanspreekt: “Je hebt een nieuw vriendje he?”
Ik heb teveel het hart op mijn tong. Maar als je de lezer
echt wil raken moet je genadeloos eerlijk zijn.”
*favoriete artiesten: Aimee Mann en Tori Amos.
“Hun muziek is een hele grote inspiratiebron, een onmiddellijke
stemmingmaker.”
*Writers on Heels: het schrijverscollectief dat Smit oprichtte
met Siska Mulder, Saskia Noort, Simone van der Vlught, Marion
Pauw, Manon Spierenburg, Sophie van der Stap en Karin Giphart.
“We zijn begonnen uit protest tegen het zonder meer
plaatsen van jonge schrijfsters in chiclit-hoek. Je hoeft
geen man van middelbare leeftijd te zijn om iets te schrijven
dat dieper graaft dan dat.”
|
|