| |
‘Ik heb altijd naar de veilige liefde gezocht’
Susan Smit komt uit een geslacht van mannen die van de elementen houden. Haar vader en opa waren badman. Haar carrière is opmerkelijk: ze werd fotomodel, liet zich tot heks wijden, schrijft nu fictie.
Door: Hugo Camps

Foto: Frits de Beer |
‘Mystieke liefde is het echte naakt. Liefde ontdaan van koketterieën en houdinkjes. Nee, ik geloof niet dat je daar eerst oud voor moet worden, anders heb ik mezelf goed voor de gek gehouden. Liefde staat buiten de tijd. Een huwelijk van vijftig jaar of een vakantieliefde van drie weken, het maakt niet uit.’
In januari komt schrijfster Susan Smit met haar nieuwe roman Wat er niet meer is. Een boek waarin mystieke liefdesrelaties doordrongen zijn van het doodsbesef. Maar wat er niet meer is, laat toch nog een echo horen: de ware triomf. Zo gaat het ook in haar eigen leven. Vorig jaar beëindigde ze een relatie die elf jaar had geduurd. ‘De liefde verandert van vorm, maar blijft bij mij altijd bestaan. Als een soort energie, als verbinding tussen twee mensen. Ik zal nooit zeggen: dit hoofdstuk is afgesloten.
Liefde hoeft niet eens wederkerig te zijn om liefde te zijn. Je trekt aan wat je nodig hebt om verder te kunnen groeien. Zo is de menselijke geest, soms onbewust. Ik geloof dat we precies die persoon aantrekken die ons de les leert. Keer op keer soms. Waarom zeggen vrouwen dat ze steeds op foute mannen vallen? Ze hebben de les niet geleerd. Ik ben met iedere partner wijzer geworden. Dan is de les van beide kanten geleerd. Ik heb altijd lange relaties gehad, heb geen talent voor korte affaires. Iets is iets of iets is niets. Mijn ex zie ik niet meer in het vlees, maar ik heb niet het idee dat hij verdwenen is uit mij. Daardoor hoef ik ook niet echt afscheid te nemen.’
Susan Smit (33) werkte tien jaar als fotomodel in binnen- en buitenland. In Nederland werd ze wereldberoemd toen ze zich in 2001 liet inwijden als heks. Over haar ervaringen schreef ze het boek ‘Heks’. Een magische reis door de westerse spiritualiteit. De blondine werd een mediahype. Ze kwam omstandig aan het woord bij Barend & Van Dorp. De Telegraaf schreef dat ze ‘een brug slaat tussen spiritualiteit en sensualiteit, tussen hekserij en hoge hakken, tussen kruidenthee en Ebay’. Voor Elle was ze vorig jaar nog de best geklede schrijfster en Marie Claire riep haar uit tot een van de meest Gewilde Vrouwen van 2007: ‘Smit = it’.
Ze ziet er heel normaal uit, voor een heks. Proeft gracieus van de gemarineerde zalm en een wijntje. De lippen gestift. Oorbelletjes. De bochel heeft ze thuisgelaten. ‘Hekserij is een eeuwenoude levensbeschouwing. Een natuurreligie waarvan de principes mij passen als een jas. Helemaal niet des duivels. Na grondige research van de geschiedenis, de rituelen, de magie en de kruiden wilde ik er een boek over schrijven en halverwege het boek ging ik voor de bijl. In het begin had ik nog de naïeve gedachte dat ik het negatieve aura rondom de heks wel eens zou omdraaien met een goed bedoeld boekje. Geen sprake van. Een eeuwenlange lastercampagne van christenen kun je niet zomaar omver blazen met een leuk boekje.
‘Hekserij is een oeroude spirituele traditie die niets te maken heeft met toverdrankjes. Het gaat om meditatie, magie, reïncarnatie, natuurgeneeswijzen en verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leven. Zoals de werkelijkheid georganiseerd is op het tastbare niveau, zo is ze ook georganiseerd op het ontastbare niveau. Heksen zijn heerlijk aards. In het christendom is de mens de speelbal van Gods wil. Wij gaan uit van het gegeven dat de mens samenwerkt met hogere krachten.’
Er bestaat zoiets als spiritueel feminisme. ‘De terugkeer van het vrouwelijke in religie blijkt ook uit de enorme populariteit van Maria Magdalena. Dat is een daad van spiritueel feminisme. Ik heb mijn steentje bijgedragen door mijn boek over heksen. Ik heb me laten inwijden omdat het bij me past. Heks is wat ik ben, wat ik adem. Ik hoef het niet te uiten in kleding of in bepaalde gebruiken. Symbolen hebben slechts betekenis als ze de innerlijke intentie weerspiegelen. Je kan dus ook heks worden op het strand van Noordwijk.
‘Een freelance-heks? Op beleving en ervaring kun je niet terugkomen. Je ontdekt wie je bent en ik bleek dus een heks te zijn. Daar kan ik het prima mee doen.’
In haar boek De zweefmolen doet Susan Smit verslag van haar rondgang in het alternatieve circuit. Niet als een vedisch astroloog, als een vrouw van vlees en bloed. Aan frases als: ‘Je zonnevlecht draait niet goed’ heeft de schrijfster geen boodschap. Ze kan het ook niet helpen dat ze in het leven twee passies heeft: literatuur en spiritualiteit.
‘Religie is iets geheel anders dan spiritualiteit. Religie is de schil, spiritualiteit is het zaad. Religie is een vorm, een set van tradities, rituelen en mythen. Spiritualiteit is een ervaring. Dat is een belangrijk onderscheid: het maakt het individueel. Ik ben een solitair iemand. Meestal vind je spiritualiteit terug in het rek duisternissen. Voor mij is het heel simpel: het is de innerlijke beleving van het ongrijpbare. En dat probeer je dan in het dagelijkse leven te plaatsen. Het moet niet verheven blijven, of gereserveerd zijn voor de zondag. Ik heb geen bekeerdrang. Het bovennatuurlijke is een werkelijkheid die bij me hoort. Ja, het ligt naast je bij het ontbijt.
‘Laatst zat ik in een tv-programma met Ed Nypels. De Commissaris van de Koningin bleef maar doorvragen. Hij had gelezen dat mijn moeder in een interview had gezegd dat ik zo’n meisje was dat met geesten praatte en met haar overleden grootvader. Ed Nypels kwam er de hele tijd op terug: hoe zit dat dan? Ik vond het zo intiem, ik vertel het mijn vriendje niet eens. Het is iets wat je zelf amper begrijpt, niet in woorden te vatten. Ik hoef niet iets te kunnen verklaren om het te kunnen omarmen. Er zijn dingen die je gewoon niet moet willen benoemen. Nypels respecteerde mijn terughoudendheid niet. Ik had bijna liever gehad dat hij naar mijn liefdesleven had gevraagd.’
Vrouw met geheimen? ‘Ja, natuurlijk. Sommige geheimen moeten gekoesterd worden. Als je inzichten en gedachten deelt, kunnen ze ook vervliegen. Het mystieke laat zich prachtig vangen in fictie. Daarom ben ik zo verslaafd aan fictie. Het is een genre dat versluiert. Schrijvers zijn laffe exhibitionisten.
‘Kun je iemand echt kennen? Deze vraag werp ik op in mijn nieuwe roman. Juist onvolkomenheden doen je echt van iemand houden. Zij doorbreken de categorieën muze en daemon. Liefde beziet de werkelijkheid met mededogen.’
Haar vader was badmeester in Noordwijk. Levensgenieter pur sang die drank niet uit de weg ging. ‘De relatie met mijn vader is erg bepalend geweest voor hoe ik in de liefde sta. Hij had twee gezichten: of vrolijk of depressief. Door de drankzucht van mijn vader voelde ik mij onveilig. Ik heb altijd naar de veilige liefde gezocht. Nu niet meer, nu ben ik klaar voor avonturen, klaar voor moed in de liefde.
‘Mijn opa en oom waren ook badman, mijn broer is het nu. Ik kom uit een geslacht van mannen die van de elementen houden, van vrij zijn. Ja, vrouwen komen ook voor in het leven van een badman. Mijn vader was een vrijbuiter, en dat ben ik ook. Ik vind het heerlijk om in columns lekker dwars te zijn. Meestal hebben kinderen een vader die de draak met ze steekt, Plagerijtjes. Dat kende ik niet en dus was ik als kind vrij weerloos tegen plagerijen. Gevolg: ik ging nog extremer vluchten in mijn dromerijen. Soms denk ik dat ik journalist ben geworden om de mensen een stap voor te zijn, zodat ze me niet meer in de maling konden nemen. Nu is dat niet meer nodig.’
Op het strand van Noordwijk werd ze door een fotograaf aangesproken. ‘Ik was zestien, en voor ik het wist zat ik het modellenwereldje. Ook nog in Parijs. Iedereen vond het geweldig. Ik zat daar met meisjes in een appartement. Niemand was gelukkig: of te veel werk of te weinig werk. Drugs kwamen voorbij. Ik voelde me algauw een vreemde eend in de bijt. Wist: dit is een droom van iemand anders. Tien jaar heb ik het volgehouden, de laatste jaren als halfbaan. Het was een belangrijk moment toen ik besefte: dit is niet mijn droom. Ik ben Nederlands gaan studeren en toen mijn eerste boek uitkwam ben ik een nieuw leven begonnen: als schrijfster. Ik kon toch niet de ene dag in het krantje van de Schoenenreus staan en de volgende dag een interview geven aan De Telegraaf.
‘Als ik in de modellenwereld was gebleven, had ik ook troost gezocht in de verkeerde dingen. Het is een leegte die niet op te vullen valt. Geld, drugs, status, snelle mannen, wat moet je er mee? Ik ben op tijd weggegaan. En sinds die dag is alles in mijn leven secundair geworden aan het schrijven.’
Schoonheid is vergankelijkheid, maar niet bij haar, niet op haar 33ste. De maten kloppen nog, het voorhoofd is strak, niets hangt en van rimpels heeft ze geen last. ‘Ik vier het leven met schoonheid. Je aankleden, je opkleden, het leven leuk maken: mag het? Ik ben jong, blond en vrouw. Soms heb ik het gevoel dat de mensen denken dat alles mij komt aanwaaien. Dat het mij te doen is om aandacht. Maar ik kán niet anders dan schrijven. Ja, ik ga graag naar feestjes en premières, ik ben tenslotte geen 65. Maar daarom ben ik nog geen dromerig ex-model dat gezien wil worden. Al mijn hele leven kan ik mij verliezen in fantasieën. Ik kan werelden verzinnen op het gevaar af dat ik er zelf in verdwijn. Ik ben een naar binnen gekeerd mens. Soms loop ik na een dag schrijven door de Jordaan en zeggen mensen mij gedag. O ja, denk ik dan, ik moet ook wat terugzeggen.
‘Bekendheid doet mij niet zoveel. Bij mij is het geleidelijk gegaan. Vanaf mijn vijftiende heb ik mij langzaam in het publieke leven begeven. Ik ben er niet als een soapsterretje ingerold, van de ene dag op de andere. Televisie, lezingen, mijn boekenrecensies in het tv-programma Goedemorgen Nederland, panelgesprekken, het is mij eerder overkomen dan dat ik er naar gezocht heb. Alles wat ik doe is bijkomstig, aan het schrijven. Ik weet wel dat aandacht verslavend kan zijn. Maar ik ben het al zo lang gewend dat mensen op straat naar mij kijken. Voor je het weet gaat het weer om jou en zit je weer over jezelf te praten. Daar ben ik op bedacht. Uiterlijkheden worden je gegeven, maar ze worden je ook zo weer afgenomen. Daar heb ik vrede mee. Op televisie wil ik als schrijfster gevraagd worden, anders hoeft het voor mij niet.’
Verslaafd aan weemoed is ze wel. ‘In een weemoedige bui kan ik soms zwelgen. Ik heb vaak de aanvechting om een beetje de grenzen op te zoeken. Voorzichtig. Ja, ik heb ooit geestverruimende paddo’s gebruikt. Je ziet echt waanbeelden. Maar het is toch mijn ding niet. Ik heb al zoveel moeite om de fantasie van de werkelijkheid te onderscheiden dat als ik drugs zou gebruiken ik helemaal zou verdwalen in illusies en waanbeelden. De grens tussen zin en waanzin is een dunne grens. Het enige wat je hoeft te doen is de deur openen en de demonen zijn zo binnen. De verleiding is soms groot, want de duistere kant het van het leven is ook je schatkamer.
‘Ingmar Bergman heeft altijd gezegd: ik besta in mijn films. Hella Haasse zegt: ik besta in mijn werk. Zo ver ben ik nog niet. Er is nog te veel gedoe rond mijn boeken. Interviews bijvoorbeeld. Ik moet nog onzichtbaarder worden. Maar ik heb altijd wel meegevoeld met de Zweedse cineast. Ik heb er van geleerd: weemoed is vaak de poëtische vorm van zelfmedelijden. Niets kan mij zo verdrietig maken als dingen die voorbij gaan. Gemiste kansen vind ik ook zo erg, het blijft aan je zeuren. Ik heb er gelukkig niet zoveel, maar de paar die ik heb laten zich horen.
‘Energie gaat nooit verloren, het verandert alleen van vorm. Dat is troostrijk.’
Er zijn niet veel goeroes die diepe indruk op Susan Smit hebben gemaakt. Integendeel. ‘Ik was gauw klaar met types als Deepak Chopra en Paulo Coehlo. Ze bleken een enorm ego te hebben en zijn womanizers. Doe mij maar filosofen als Alain de Botton. Zij houden er een rustige, bescheiden wijsheid op na. Dat interesseert me meer dan tien nieuwe stappen naar zen.’
In 2005 maakte Susan Smit haar romandebuut met Elena’s vlucht. Het is een historische roman over de onmogelijke liefde tussen een Roma-zigeunermeisje en een katholieke jongen in het onrustige Europa tussen de twee wereldoorlogen. ‘De roman is bij de tijd. De samenstelling van de bevolking roept weerstand op. Zo was het vroeger ook toen de Portugezen Amsterdam overspoelden. Het is de fase waar we nu doorheen moeten. Uiteindelijk zullen alle volkeren door elkaar lopen. Ik zie het niet als een bedreiging. Xenofobie past niet bij Nederland. ‘Maar je kunt niet van de ene orde naar de andere orde gaan zonder chaos. Nu zitten we midden in de chaos. Het kan beangstigend zijn. Als er een soort collectieve aanname is dat er oorlog komt dan komt er ook oorlog. Het begint in de salons en in gesprekken van de mensen op straat. Je ziet het in de gezichten. Daarom zeg ik: hou op met te benadrukken dat we in een crisis zitten. Je moet niet voeden wat je vreest.’
Ze schrijft nog steeds columns voor het tijdschrift Happinez. ‘De spectaculaire groei van dit blad zegt veel over de zoektocht van de hedendaagse mens, over het verlangen naar verdieping. Ik heb nooit gezocht naar de toeters en bellen van esoterie of naar de gekkigheid van paragnosten. Waar gaat het om? Het gaat om balans en kwaliteit. Het gaat om herstel van het energetische evenwicht. Meditatie, introspectie, dát maakt vrij. En het hoeft daarom niet in een lotushouding. Het kan ook met een glas wijn in je luie stoel of, zoals ik het doe, bij het hardlopen door het park. Meditatie met open ogen. Balans tussen binnenkant en buitenkant, dát is de kunst. Ik kan soms duizelig worden als ik mij te lang naar buiten richt.’
Het schrijven van fictie is geluk. ‘Het is zo mooi dat ik weleens bang ben kinderen te krijgen. Kan ik dan nog wel schrijven, met kinderen? Ik word een heel naar mens als ik niet schrijf. Nou ja, het moederschap speelt nu niet. Ik woon in een schoenendoos in de Jordaan. Mijn vriend, die piloot is, ken ik nog maar een half jaar. Nee, de roep van de buik is er niet. Al moet ik toegeven dat ik soms door een rare gedachte wordt besprongen. Ik zie mij dan zitten als een vrouw van zestig met twintig boeken achter haar naam en een paar leuke minnaars. Maar er zijn geen kinderen aan wie ik heb doorgegeven wie ik ben. Het is toch een schrikbeeld.’
|
|