Ode aan overgrootmoeder
Haar moeder deed haar het idee aan de hand. Susan Smit hoorde haar zo vaak vertellen over (over)grootmoeder Adriana dat het idee voor een roman als vanzelf opkwam.
door Theo Hakkert
FOTO: Dingena Mol
“Ik vind het belangrijk dit boek de wereld in te begeleiden. Met liefde, zoals je ook een kind niet meteen naar de crèche stuurt, maar in bescherming houdt.”
Susan Smit (35) gaat de rest van de maand op tournee om haar nieuwe roman aan de lezer te brengen. Niet in de laatste plaats omdat deze roman, Vloed, heel dicht bij haar staat.
Overgrootmoeder van moeders kant stond model voor het hoofdpersonage Adriana. Haar leven, zo vanaf begin twintigste eeuw tot na de Eerste Wereldoorlog, vormt de ruggengraat van de roman.
“Mijn moeder had het vaak over Adriana. Ik weet dat ze bepaalde overeenkomsten zag tussen haar oma en mij: de onafhankelijkheid, de eigenzinnigheid, de liefde voor taal – zij wilde ook dichteres worden. Ik raakte gefascineerd door de verhalen over die vrouw.”
Adriana groeit op in de gegoede kringen van Noordwijk, eind negentiende eeuw. Smit vertelt haar verhaal vanaf ongeveer 1900. Adriana gaat niet in op een huwelijksaanzoek van een oudere man. Haar moeder, die nog leeft naar de ongeschreven wetten van de verarmde familieadel, is verbijsterd. Wanneer Adriana, die liefst dichteres zou willen zijn, later kiest voor een man uit lagere kringen en al zwanger raakt vóór het huwelijk, wordt ze door haar moeder verstoten en onterfd. Ook die man was eigenlijk niet haar eerste keus. Ze was verliefd op de visser Jacob, en Jacob op haar. Maar het kon niet zijn. Misverstanden en valse verwachtingen over en weer dreven de geliefden uit elkaar.
“Bij mij groeide verwondering over haar veelbewogen leven”, vertelt Susan Smit. “Ik kreeg bewondering ook voor de moed die ze heeft getoond door later haar huwelijk ook nog eens de rug toe keren, wat toen toch not done was. En om mannen af te wijzen omdat ze literaire ambities had.”
Vloed is echt een roman. Adriana mag dan zo veel mogelijk naar het leven zijn getekend; visser Jacob is geheel fictief. Susan Smit gunde haar overgrootmoeder een minnaar. “Het speelt zo ver terug in de tijd dat je niet meer weet wat ze heeft gedacht en gevoeld. Als je hier een lopend verhaal van wilt maken, moet je romantiseren.”
Een personage van een andere orde is het dorp Noordwijk zelf. “De transformatie van vissersdorp naar badplaats, die in deze periode plaatsvond, vond ik intrigerend. Hoe zo’n dorp totaal van aard kan veranderen en in zo’n sneltreinvaart. Die twee milieus, het vissersmilieu en het ondernemersmilieu, wilde ik beide belichten. De periode vóór de Eerste Wereldoorlog was heel dynamisch. Snelheidsrecords werden gebroken, uitvindingen gedaan. Het ging heel snel.” Behalve op sociaal gebied. Dat de ontwikkeling van de persoonlijke vrijheid de technische ontwikkeling niet kon bijbenen, is één van thema’s van Vloed. “Daar ging het traag. Het idee dat alle mannen mochten kiezen was al revolutionair.”
Haar overgrootmoeder was een speelkameraadje van de latere dichteres Henriette Roland Holst. Wat zij wel wist te bereiken, een leven in de kunst, was voor Adriana niet weggelegd. “Zij heeft veel tegenwerking ondervonden, zeker toen ze móest trouwen. Ze werd verstoten, verbannen en onterfd. Alles liep ten einde. De combinatie van een huwelijk en schrijfcarrière bleek niet mogelijk. Het is jammer dat ze zo door haar familie is tegengewerkt. Ze kreeg geen aandacht, geen middelen. Zelfs voor die tijd was haar moeder vrij conventioneel.”
Adriana was een slachtoffer van haar tijd. “Dankzij dat soort vrouwen – en ik wil haar absoluut niet op één lijn stellen met iemand als Aletta Jacobs – die het durfden weerbarstig en eigenzinnig te zijn, heb ik het leven dat ik nu heb. Ik ondervond helemaal geen tegenwerking bij wat ik heb willen doen. Ik ben iets aan haar verplicht.”
Vloed is een bewuste poging van haar om de lezer terug te brengen naar de tijd van toen zonder dat het in die tijd geschreven lijkt te zijn. “Het is nú geschreven. Maar ik heb wel geprobeerd in de stijl wat klassieker te zijn. Lyrisch en bloemrijk, maar niet in een Tachtigers-stijl. Ik blijf wel redelijk to the point. Ik kan erg genieten van schoonheid van de taal om de taal. Er wordt je snel verweten dat je dan doet aan krullendraaierij. Ik zit nu in de jury van de Libris. Ik hoor dat regelmatig voorbij komen. Ik maak daar altijd bezwaar tegen. Je kunt slecht bloemrijk schrijven, maar je kunt ook heel slecht eenvoudig schrijven, en kaal. Het lijkt wel of je als schrijver geen groter compliment kunt krijgen dan: er staat geen woord te veel in. Nou, ik houd ook wel van Arthur Japin, en van Tom Lanoye en Erwin Mortier. De Vlamingen, daar ben ik verzot op. Die zijn niet te bang om er een woord te veel in te zetten.”
Tijdens de voorbereiding herlas ze schrijvers als Marcellus Emants. Niet voor de stijl, maar voor de tijdgeest. “In romans uit die tijd staat nog overeind wat men toen dacht en vond. Het is mooi om te zien hoe de denkbeelden verschuiven. Wat wij nu normaal vinden én wat wij gek vinden, is de totale waan van de dag. Van die fragiliteit en grilligheid word je je pas bewust als je in de geschiedenis duikt. Dan zie niet alleen wat er gebeurd is, maar ook wat de overwegingen en overtuigingen waren. Daardoor leer je eigenzinniger te zijn in het nu en zelf na te denken in plaats van mee te gaan in wat je geacht wordt te vinden.”
Jacob verzucht tegen het eind van de roman: ‘Het enige wat je kunt doen is meegaan met de veranderingen die op til zijn, wendbaar zijn, aan de wind in je rug voelen of de tijd rijp is en je dan laten voortstuwen door de kracht van het water.’ Daar klinkt toch een zeker fatalisme in door. Hij heeft niet alles in eigen hand.
“Het is misschien gedeeltelijk fatalistisch dat je erkent dat er processen die groter zijn dan jouw eigen willetje. Maar als je die passage goed leest, zegt Jacob dat je moet keren mét het tij in plaats van het tij keren, zoals wel gezegd wordt. Als je aan bepaalde gebeurtenissen merkt, zoals een zeeman weet wanneer hij de zeilen moet verzetten, welke kanten je op moet en daarin meegaat, dan kun je samenwerken met het lot. De eeuwige vraag dringt zich op of er een lot is of een vrije wil. Het is een combinatie, denk ik. Er is zoiets als een grote ontwikkeling, maar er is ook zoiets als een vrije wil waarmee jij besluit om daar je voordeel uit te te halen of er het beste van te maken. Je eigen wensen moet je realiseren op het juiste moment. In een bomschuit moet je niet willen aanmeren bij eb.”
Susan Smit: Vloed. Lebowski, E 18,90.