© Nico Kroon
  Biografie
  Bibliografie
  Susan in de media
  Lezingen

Home - Auteur - Susan in de media - Vloed: Interview Hp De Tijd        

 


Een flapuit die van de leugen houdt

Na tien jaar modellenwerk weet Susan Smit hoe ze moet overleven op drie slablaadjes en een bubbeltje. Kwalijke koolhydraten komen het huis van Hollands bekendste heks niet binnen. ‘Ik kan totaal niet koken.’
Door Dirk Koppes - Foto: Christiaan Krop

Een ruime bovenverdieping op een onopvallend plekje in Amsterdam. Brede planken, lichte zandtinten aan de muur en een kille winterzon die door de ramen stroomt. Een behaaglijke plek om aan je nieuwe roman te schrijven. In de werkkamer een grote stapel boeken, ‘Oh, ik weet niet of jullie dat mogen zien. Nou ja, dat is de longlist van de Libris literatuurprijs.’ Een jaar lang heeft Susan Smit zich als jurylid door honderden romans geploeterd, ‘een erebaantje dat ik graag doe’.

Tussen het recenseren voor Goedemorgen Nederland en de Libris door heeft ze tijd gevonden om aan een hartstochtelijke roman over haar overgrootmoeder Adriana te werken. Een eigenzinnige vrouw van goede komaf, die eind negentiende eeuw weigert ‘een goede partij’ te trouwen en droomt van het dichtersbestaan. Dromen zijn bedrog en ze trouwt beneden haar stand met een kelner (een schandaal), krijgt drie kinderen en gaat later gescheiden van haar man wonen in haar geboortedorp Noordwijk aan Zee. Vloed dreigt bijna te overstromen van de onderdrukte emoties, want Adriana krijgt behoorlijk wat voor de kiezen. Smit heeft haar eigenzinnige overgrootmoeder een geheime liefde gegund, de visser Jakob die hunkert naar de vrouw die hij nooit denkt te kunnen krijgen.

Parijs
Smit is opgelucht eindelijk op de merites van haar werk te worden beoordeeld. ‘Er is altijd veel aandacht voor mijn persoon in de media. Mijn liefdes, mijn uiterlijk, mijn tien jaar modellenwerk in Parijs. Nu gaat het echt over mijn werk en dat werd tijd. Zelf heb ik misschien te veel energie gestoken in columns en rubrieken. Met deze derde roman kan ik de wereld laten zien wat ik echt te bieden heb. In dit boek heb ik ook veel meer emoties gelegd dan in mijn columns, die nogal lichtvoetig van toon zijn.’ Niet dat ze zichzelf een zwaarmoedig mens vindt. ‘Ik zou mezelf eerder melancholisch noemen. Dat is een mooie emotie. Liefde en dood horen in de literatuur. Het leven is niet altijd lichtvoetig.’

De overheersende onderdrukte emotie bij het begin van deze lunch is een kater, de straf voor de night before. Een uitvloeisel van een chatsessie samen met dokter Frank voor De Telegraaf-lezers. Smit heeft spijt dat ze zich na de chat heeft laten meetronen door gossipkoningin Wilma Nanninga, die haar de bekentenis van een vroegere date met Peter R. de Vries ontlokte. ‘Ik blijf een flapuit. Ik zeg wel eens dingen die eigenlijk niet nodig zijn. Ik ben openhartig in vriendschappen of op feestjes en ook bij journalisten. Ik probeer terughoudend te zijn, maar dat druist in tegen mijn aard. ’

Voordat we het weer over haar roman Vloed hebben, moeten we aan de slag met de lunch. ‘Ik kan absoluut niet koken’, had ze telefonisch aangekondigd, maar dat blijkt in de praktijk wel mee te vallen. Dankzij de nieuwe liefde in haar leven vindt ze inspiratie om vaker achter het fornuis te staan. Met haar eigen dieet, want kwalijke koolhydraten komen er niet in. Groenten, noten, een klein stukje vis voldoen. Tien jaar modellenwerk hebben Susan Smit getraind in de kunst van het overleven op drie slablaadjes en een bubbeltje. Boezemvriend en lunchgast Joris van de Weerd erkent dat uit eten gaan met Susan niet altijd een lolletje is, omdat ze zo weinig eet. Smit vindt het zelf wel meevallen, ‘ik heb gewoon een kleine maag’.

Doperwtensoep met munt
Ze schrikt even van het hoofdgerecht, zwarte pasta met sint jakobsschelpen, tomaat en rucola. Maar de doperwtensoep met yoghurt en munt kan haar goedkeuring wegdragen. ‘Eigenlijk eet ik nooit pasta, maar die zwarte met inktvisinkt is wel erg lekker.’

In het gebruikelijke pijpenlaatje dat in Amsterdam ook wel een keuken genoemd wordt, stuiten we al snel op een probleem. De diepvrieserwten moeten gaargestoofd worden met munt en knoflook en dan gepureerd. ’Ik heb geen staafmixer!’, roept Smit vertwijfeld. Met een stamppotstamper en vork weten we toch een min of meer egale groene brij te creëren. Uiteindelijk een paar met de hand gescheurde blaadjes munt toevoegen en we schuiven aan tafel.

Eigenlijk had ik een heksensoep willen klaarmaken. Helaas zijn de enige gerechten op internet Harry Potter-achtige mengsels met padden, eksterogen en zwibzwabberkruid. Serieuze recepten ontbreken. Smit, die zich met haar eerste boek als heks aan de natie bekendmaakte, vermoedt dat je aan gerechten met veel kruiden moet denken. ‘Een combinatie van planten en kruiden die geneeskundig werkt.’ Het verbaast haar niet dat er zo weinig op internet te vinden is. ‘Hekserij is een vergiftigde term. Terwijl het om de oudste natuurreligie in Europa gaat. Helemaal niet schokkend, eerder vredelievend. Je kijkt naar de natuur, naar de cycli van de zon en maan.’ In de keuken vertaalt ze die houding door bij de natuurwinkel boodschappen te doen en vooral naar de seizoenen te eten.

Ongehuwd
Terug naar Vloed, een boek waaraan ze begon na een suggestie van haar moeder. Want die zag wel overeenkomsten tussen overgrootmoeder Adriana en Susan. ‘De onafhankelijkheid, eigenzinnigheid, gevoeligheid voor romantiek en schoonheid, liefde voor taal, zij wilde ook dichteres worden. Op haar 36e was ze nog altijd ongetrouwd. Ik ben ook 35 en ongehuwd, wat in deze tijd niet zo bijzonder is. In haar tijd was je oma op die leeftijd.’ Smit raakte gefascineerd door de verhalen over Adriana. Dat hoofdpersoon en schrijfster af en toe samenvallen, blijkt als ze Adriana de kracht van taal, van het verhalen laat bezingen. Adriana: ‘Zonder verhaal staat de werkelijkheid krachteloos, betekent ze niets, is ze onbegrijpelijk en ongrijpbaar. Waarom zou ik de werkelijkheid niet stofferen met aanvaardbare veinzerij en zo een voorschot nemen op de ultieme leugen die herinnering heet?’ Zo erkent Smit er zelf ook over te denken.

‘Ik houd van de leugen. Verbeelding is een verrijking voor het leven, al kan het voor de liefde een plaag zijn. Verliefd worden is per definitie een illusie, je maakt een versie van iemand die niet klopt. Die illusie loslaten is voor de een beter dan de ander. Ik hecht eraan, kan ervan genieten andermans zwarte kant juist te romantiseren. Het is wel zaak om die roze bril op tijd af te zetten. Hé, past deze persoon bij wie ik ben? Dat duurt bij mij even. Schrijven helpt daarbij. Het verhaal van Vloed droeg ik al drie jaar mee, ik had research gedaan bij de familie en in Noordwijk. Toen het uitging met mijn toenmalige vriend, zat ik weer alleen in mijn oude huis. Het daadwerkelijke schrijven begon hier. Ik heb zoveel van mezelf doorgrond. Dan zit ik aan de schrijftafel dingen uit te knobbelen. Als kind had ik dat al: als ik schreef, begreep ik pas goed wat ik meemaakte. Door te schrijven zie je de rode draden in je leven, hoe je persoonlijkheid verandert.’

Zelfontwikkeling staat centraal in haar leven. ‘Susan kan af en toe wel erg streng voor zichzelf zijn’, vindt boezemvriend Joris. Smit: ‘Waarom zou je anders allerlei dingen ervaren, als je niet reflecteert? Alleen op die manier word je een wijzer persoon. Het leven is bedoeld om te groeien. Soms moet je daarbij je donkere gevoelens onder ogen zien, je gekwetstheid. Ik ben een zelfschaver, blijf aan mezelf klussen. Je hoort veel mensen die teleurgesteld zijn in de liefde, beschuldigend naar de ander wijzen, maar dat lost niets op. Waarom ben je op die ander gevallen? Dat moet je doorgronden. Je illusies doorprikken. Dat zie je Adriana voortdurend doen. Ik heb een hang naar schoonheid en esthetiek en toch piep, prik ik er af en toe doorheen.’

Coquilles
Als het om esthetiek gaat, levert de zwarte pasta met groene rucola en rode tomaatjes meer genot op dan de yoghurtsoep. Gelukkig stelt de bereiding van het hoofdgerecht vergeleken met de soep niets voor. Het water voor de pasta kookt al, de tomaten staan stijf van de knoflook en nu moeten we in 5 minuten de coquilles bakken. Daar heeft Smit een prachtig gietijzeren steelpannetje voor.

Ziet ze zichzelf terugkeren naar Noordwijk, net als Adriana? ‘De zee blijft altijd aantrekkingskracht uitoefenen. De Noordzee met zijn grijze noordtinten, eerder dan de Mediterranee. De zee kolkt en ruist voordat we waren geboren en nadat wij zijn gestorven. Een mooi gevoel van tijdloosheid, die de kortstondigheid van onze leventjes en zorgen relativeert.’ Toch beschouwt ze zichzelf als stadsmeisje. ‘Op mijn vijftiende wist ik niet hoe snel ik weg moest komen. Naar Parijs voor modellenwerk. Ik koester de herinneringen aan de tijd dat mijn vader badman was en ik eindeloze zomers op het strand beleefde. Desondanks heb ik gekozen voor het levenspad dat bij mij past en waar ik het diepste geluk uithaal. Luisteren naar wat je ziel wil, dat is heel moeilijk. De liefde beheerst je hart, maar je hart is grillig en beïnvloedbaar. Het hoofd is alleen goed voor rationele argumenten. Waarop kun je vertrouwen, dat is ook de vraag die Adriana zichzelf stelt. Het kost een heel leven om erachter te komen wat je ziel van je wil.’

 

 

 


Terug naar top                                                                              Terug naar overzicht

Alle teksten op deze site © Susan Smit, tenzij anders vermeld. / Webdesign: Xntriq.nl