© Nico Kroon
  Biografie
  Bibliografie
  Susan in de media
  Lezingen

Home - Auteur - Susan in de media - Wat er niet meer is: Interview Parool       

 



‘Ik kijk naar de wereld met heksenogen’

Susan Smit (1974) is schrijfster, columniste en literair recensent. Ook staat ze bekend als heks nadat ze in 2000 een artikel over moderne heksen schreef en daarna het boek Heks. Andere non-fictie werken van haar zijn Wijze vrouwen en De zweefmolen, een bundeling van columns uit het tijdschrift Happinez.
Haar romandebuut maakte ze met Elena’s vlucht in 2005. Deze maand verschijnt haar tweede roman: Wat er niet meer is.


Tekst: Els Quaegebeur
Foto’s: www.markvanderzouw.com






Noordwijk
“Ik kom uit een geslacht van badmannen. Mijn vader, opa en mijn grootvader waren alledrie badman, en mijn broer is het nu ook weer. Dat zijn mannen met een strandhuisje die schermen en stoelen verhuren. In mijn herinneringen speelde mijn jeugd zich haast uitsluitend op het strand af. Vanaf de puberteit voelde ik een soort culturele leegte in Noordwijk, een gemis aan gelijkgestemden die verder keken dan hun neus lang was.
Ik was thuis de enige die altijd naar de bibliotheek ging en met armen vol boeken weer naar buiten liep. Ik ben altijd een ontzettende veellezer geweest. Dat was gedeeltelijk een vlucht uit het saaie dorp. Lezen is toch een soort reizen in gedachten. Op mijn zeventiende ben ik echt vertrokken.”

Sartre
“Als je weinig aangereikt krijgt door je ouders op het gebied van filosofie of bepaalde levensovertuigingen, kun je je eigen geestelijke vaders zoeken. Bij mij zat er niets tussen, ik kon gelijk door naar de grote denkers. Eigenlijk is dat mooi, mijn geest is geen kamer die ik door anderen laat inrichten.”
“Een van de eerste denkers van wie ik onder de indruk raakte, was Jean-Paul Sartre en zijn ideeën over existentialisme. Hé, dacht ik, dit is gaaf, wij zíjn onze keuzes. Zijn opvatting over de vrije wil en eigen scheppingskracht sprak me aan. Ik geloof wel in het lot maar niet dat alles erdoor bepaald is.”

Gebroeders Leeuwenhart
“Een van de boeken waar ik als kind op leefde; als een spons nam ik het in me op. Astrid Lindgren had ook dat mystieke in haar werk, dat trok me toen al aan. Mijn rijke verbeelding is mijn kracht maar het is ook een zwakte. Ik kan me er volledig in verliezen, toen al. Ik maakte mezelf wijs dat ik het leven had van de hoofdpersoon en daar kon ik me dan moeilijk van lostrekken. Het echte bestaan leek dan zo kaal. Maar ik was geen buitenbeentje. Ik heb altijd twee kanten gehad. Enerzijds een sociale kant: zoeken naar gezelligheid, lol trappen, drinken. Anderzijds een hang naar het introspectieve, alleen willen zijn. De gebroeders Leeuwenhart heb ik nooit herlezen uit angst dat het tegenvalt.”

Parijs
“Op mijn vijftiende werd ik op het strand aangesproken door een fotograaf die me voorstelde bij een aantal modellenbureaus. Toen er interesse kwam vanuit Parijs zei iedereen dat ik moest gaan maar het was nooit echt mijn droom. Dat is het grote verschil met veel meisjes nu. Het beroep van menselijke kleerhanger is nog steeds de ultieme wens van het gemiddelde tienermeisje en dat stemt me altijd treurig. Waarom nou niet wetenschapster of ondernemer? Het is een tamelijk suf en eenzaam beroep. Je bent een paneel waar anderen hun creativiteit op botvieren.” “In Parijs leerde ik jong wat sommige mensen pas beseffen als ze al een bedrijf hebben opgezet en in een dikke Mercedes rijden: leef je eigen droom en bezwijk nooit voor de illusie van succes: status, geld, roem of aandacht. Ik moest zo snel mogelijk naar Amsterdam om te studeren en te schrijven want anders zou ik naar de verkeerde middelen grijpen om me goed te voelen: drugs, mannen. Dat ben ik gelukkig voor geweest.”

Culturele Studies
“Toen ik ging studeren, wist ik diep in mijn hart al wel dat ik boeken wilde schrijven. Maar ik durfde nog niet te geloven dat ik dat al kon. Ik dacht dat je ouder moest zijn en meer geestelijke bagage moest hebben om de lezer iets te bieden te hebben. Bij Culturele Studies leer je schrijven over cultuur. Van Michaël Zeeman heb ik de liefde voor recensies opgepikt. Lezen en daarvoor betaald krijgen, dat leek me wel wat. De combinatie met het schrijverschap gaat prima. Er is niets waar je zo goed van leert schrijven dan van veel lezen. Toen ik mijn eerste roman schreef - best op een jonge leeftijd -  had ik al zoveel gelezen dat ik valkuilen herkende voordat ik erin trapte. Volgens mij was ik daardoor al een paar stappen verder toen ik begon.”

Troetelheks
“Voordat ik me er in verdiepte, dacht ik ook dat hekserij duivels en duister was. Maar het is een eeuwenoude Europese natuurreligie. Het gaat ook over de scheppingskracht die me al zo aansprak bij Sartre, met magie als ultieme scheppingskracht. De hekserij is aan me blijven plakken en dat mag ook want ik kijk nog steeds met heksenogen naar de wereld.”
“Alleen de rol van de troetelheks van Nederland, daar wil ik vanaf. Mensen kunnen mijn spirituele kant maar moeilijk verbinden met mijn literaire kant. Als ze me alleen kennen van mijn boekbesprekingen snappen ze niet dat ik mezelf heks noem. De reactie is vaak: Hè? Dat is toch dat vrouwtje op die hakjes die zo kittig en kritisch over boeken praat?”
“Het is heel Nederlands om romans die nogal vlak en nuchter zijn hoger in te schalen dan boeken die ruimte geven aan het ontastbare. Dat wordt hier snel kitsch gevonden. Dat vind ik zo’n ouderwetse misvatting. Wat dat betreft heb ik het idee dat ik iets nieuws aan het doen ben.”

Writers on heels
“We hebben het gezelschap niet opgericht met de bedoeling ons te profileren als sexy schrijfsters. Ik zie er goed uit maar ik kan wel wat, is het laatste dat ik wil benadrukken. Maar schrijven is een solitair beroep dus het is prettig om op een bepaalde manier verbonden te zijn met anderen uit het vak. We kunnen elkaar adviseren als we vast zitten, we gaan samen naar boekpresentaties en houden lezingen. Ontzettend leuk, normaal gesproken zit je in je eentje in de trein naar Sint Oedenrode en nu met zijn vijven lachend en gierend in een mokkelmobiel.”

Nightwriters
“Ik heb de behoefte de letteren op een podium te zetten om jongeren in contact te brengen met boeken. Er is een groot publiek dat nooit in aanraking komt met literatuur terwijl het zo’n mooi middel is om je te verheffen. Door het belang van lezen naar voren te brengen in een uitgaanssetting met muziek, een leuke presentatie en visuele effecten gaat het leven. Ik wil de literaire wereld graag laten sprankelen. En het werkt, Panama zit elke keer bomvol met jonge mensen.”

Roem
“Soms heb ik bedenkingen bij het  BN’er-gehalte van sommige schrijvers en mijzelf. Zoals Hella Haasse zegt: “Ik besta in mijn werk en dat moet genoeg zijn.” Maar ja, als schrijver begeef je je op het publieke terrein. Ik breng zaken de wereld in en ik zie het als mijn plicht daar over door te praten. Het verbaast me altijd dat tijdens lezingen mensen die drie keer zo oud zijn als ik met levensvragen komen waarvan ze denken dat ik de antwoorden heb. Gewoon doordat ze mijn boeken lezen en denken dat ik het begrijp.”
“Bij alles waar ik voor word gevraagd maak ik de afweging of het mijn schrijverschap ondersteunt. Ik ga geen showbizzrubriek presenteren. Tuurlijk, je mag best een beetje een personality worden maar ik blijf trouw aan mijn passie: literatuur. Ik wil op mijn werk worden beoordeeld.”

Benoîte Groult
“Zout op mijn huid is een van de boeken die mij altijd is bijgebleven en dat ik vaak herlees. Haar erotische scènes zijn geweldig: niet ordinair maar toch gedurfd. Ik heb dat in mijn nieuwe roman ook geprobeerd te doen. Lust kan een ontwrichtende kracht zijn, je kunt  belangrijke aspecten van je leven er rücksichlos voor in de waagschaal stellen.
De ruimte die het in het leven inneemt moet je het ook in een boek geven. Zeker als je vanuit een man schrijft zoals ik nu heb gedaan. Als je bedenkt hoe vaak een man aan seks denkt. Ik vind het fascinerend om vanuit het mannelijk perspectief te schrijven; het geeft me creatieve vrijheid omdat het verder van me afstaat.”

Willem Holleeder
“Eerst interesseerde die affaire me nooit zo maar naarmate de intriges en de afrekeningen zich opstapelen, begin ik het fascinerender te vinden. Vooral als een verhaal dat ik zou lezen of schrijven: hoe gaat dit aflopen? Hoewel, de zaak leent zich eigenlijk niet voor een boek, niemand zou het geloofwaardig vinden, zo absurd is het allemaal. Reve zei het al: “Echt gebeurd is geen excuus.”

Mijke de Jong
“Ik ken haar alleen uit het boek van haar geliefde Jan Eilander: What’s on a man’s mind. Daarin komt ze nadrukkelijk aan bod. Hij beschrijft haar heel liefdevol en geestig. Ze lijkt me een eigenzinnig wijf en daar houd ik wel van.”

Susan Smit: Wat er niet meer is, Lebowski, 15 euro (verschijnt 19 november




 

 


Terug naar top                                                                              Terug naar overzicht | Volgende blz.

Alle teksten op deze site © Susan Smit, tenzij anders vermeld. / Webdesign: Xntriq.nl