© Nico Kroon
  Biografie
  Bibliografie
  Susan in de media
  Lezingen

Home - Auteur - Susan in de media - Wat er niet meer is: Interview JFK       

 

 

‘Het is heel spannend om in de huid te kruipen van iemand van het andere geslacht’

Dat ze de mooiste en meest stijlvolle schrijfster van ons land is, wisten we al. Dat Susan Smit (33) ook de meest sexy schrijfster van ons land is weten we sinds deze fotoserie. Als langbenige blondine werd ze uitgeroepen tot één van de meest gewilde vrouwen van 2007, maar boven alles is Smit schrijfster. JFK sprak met haar over haar nieuwste boek ‘Wat er niet meer is’, literaire feestjes, vooroordelen en emotioneel vreemdgaan. 

Tekst: Flax Producties - Beeld: Alek

Voor je nieuwste boek ‘Wat er niet meer is’ ben je in de huid van een man gekropen. Hoelang heb je in de mannenwereld geleefd?
“Ongeveer een half jaar lang heb ik de wereld geobserveerd als een man. En ik moet zeggen: dat viel best mee! Mensen denken al snel dat het voor een vrouw onmogelijk is om in een mannenhuid te kruipen. Wat ze daarbij vergeten is dat ik als schrijver altijd in de huid van iemand anders kruip. En of dat nu een man of een vrouw is, dat maakt verrassend genoeg heel weinig uit.”

Waarom wilde je dan toch een mannelijke hoofdpersoon?
 “Het is heel spannend om in de huid te kruipen van iemand van het andere geslacht. Het observeren van vrouwen, relaties en erotiek vanuit het mannelijk oogpunt vind ik heel boeiend. Ergens denk ik dat ik mannen wel een beetje snap, maar aan de andere kant blijft het toch altijd gissen. Dus misschien komt mijn drang om vanuit een mannelijk perspectief te schrijven uiteindelijk wel voort uit het verlangen om de andere sekse beter te leren begrijpen.”

Was je vroeger een jongensmeisje of een meisjesmeisje?
“Een meisjesmeisje. Ik was nooit zo van het in bomen klimmen en wild doen, maar meer het dromerige type. In mijn fantasie beleefde ik de wildste avonturen, terwijl ik in het echte leven vrij weinig meemaakte.”

En nu? Heb je meer mannelijke of vrouwelijke vrienden?
“Ik heb meer vriendinnen dan vrienden, maar ik denk dat ik gemiddeld wel meer vrienden heb dan de meeste andere vrouwen. Daaronder zijn veel nichtenvriendjes met wie ik ga stappen of overdag een bakje koffie drink. Schrijvende vrienden heb ik ook veel. Dat zijn toch vaak gelijkgestemden die dezelfde dingen meemaken als jijzelf.”

Heb je van tevoren veel research gedaan voor je boek?
“Ik heb me verdiept in opera’s, hoe dat praktisch in z’n werk gaat, wat er allemaal bij komt kijken, een aantal opera’s zelf geluisterd en bekeken. Verder heb ik een jaar lang met een notitieboekje op zak gelopen en elke ingeving die ik kreeg daarin opgeschreven. En daar ben ik vervolgens mee aan de slag gegaan.”

Hoofdpersoon Thomas is de weg een beetje kwijt in je boek. Was het moeilijk om hem na een dag schrijven weer uit je hoofd te zetten?
“Soms wel. Zo’n hoofdpersoon wordt toch een soort huisvriend. Hij staat tegelijkertijd met je op, zit naast je aan de ontbijttafel en loopt bij wijze van spreken met je mee als je tussendoor even boodschappen doet. Tijdens het schrijven denk je dat die situatie altijd zo blijft bestaan, maar zodra het boek afgerond is begint de hoofdpersoon direct te vervagen. Dat is een natuurlijk proces waar ik langzamerhand aan gewend ben geraakt.”

Merkte je dat je jezelf mannelijker ging gedragen naarmate je langer met het boek bezig was?
Lachend: “Ik ging geen boeren laten of zoiets. Maar ik was wel heel erg bezig met hoe Thomas naar vrouwen keek en daardoor bekeek ik vrouwen zelf ook op een andere manier. Hoe gedragen vrouwen zich? Hoe stellen ze zich ten opzichte van mannen op? Zijn ze ongenaakbaar of juist heel toegankelijk? Normaal let ik daar nooit zo op, terwijl ik het nu ontzettend interessante materie vond.”

Op wat voor soort mannen val je zelf?
“Dat is heel wisselend. In de drie minuten dat ik single was tussen mijn huidige en mijn vorige vriend viel ik opeens op heel mannelijke mannen. Heel apart was dat. Mijn nieuwe vriend heeft trouwens ook een heel mannelijk beroep: hij is piloot. Maar in z’n algemeenheid val ik op geesten, niet op uiterlijkheden. Een man moet mij kunnen boeien met zijn gedachten, gepassioneerd zijn en absoluut te vertrouwen. En of dat nu een lelijke of een knappe man is… Ik kan me ook heel erg aangetrokken kan voelen tot lelijke mannen. Hoe iemand er ook uitziet, een boeiende, warmbloedige en intelligente man krijgt uiteindelijk altijd iets moois. Dat schemert als het ware door zijn huid heen. Terwijl een bloedmooie jongen net zo goed een lege huls kan zijn. In de tijd dat ik als model werkte, had ik vaak genoeg dat soort types om me heen. En geloof me, zo’n man wordt met de minuut lelijker.”

Vond je het niet jammer om zo snel weer single-af te zijn?
“Nee, het kostte me bijzonder weinig moeite om het single-zijn vaarwel te zeggen. En dat terwijl ik aanvankelijk dacht dat ik nog helemaal niet klaar was om alweer een nieuwe verbintenis aan te gaan. Maar uiteindelijk geniet ik liever van één man voor wie ik helemaal kies dan dat ik meerdere mannen heb met wie ik me verbind. Dat geldt ook op seksueel gebied. Ik ontdek liever alles met één partner dan dat voortdurende gescharrel wat ik bij vriendinnen zie. Doodvermoeiend, lijkt me dat.”
 
Als heks, recensent in ‘Goedemorgen Nederland’ en gevierd schrijfster ben je in een paar jaar tijd uitgegroeid tot ‘Bekende Nederlander’. Hoe vind je dat?
“Omdat ik vanaf mijn vijftiende als model heb gewerkt, was ik er al aan gewend om bekeken te worden en de nodige kritiek te krijgen. Toen in 2001 mijn boek ‘Heks’ werd gepubliceerd, kwam daar nog wat aandacht bij. En sindsdien is het zo doorgegaan, heel geleidelijk naar mijn idee. Ik heb niet het gevoel dat ik ‘opeens’ een Bekende Nederlander ben geworden: het is gewoon een logisch gevolg van wat ik doe. Als je schrijft – of dat nu columns of romans zijn – breng je iets in het publieke domein en als mensen daar vervolgens op reageren, dan moet je daar niet over klagen.”

Schrok je niet toen je jezelf dit jaar in de roddelbladen terugzag?
“Natuurlijk was dat schrikken. Maar ik dacht vooral: who the fuck cares? Sindsdien ben ik wel iets voorzichtiger geworden met wat ik doe en zeg. Ik ben een heel open mens en aan de ene kant is dat een kwaliteit van me, omdat ik denk dat het mijn werk ten goede komt. Aan de andere kant is het ook een valkuil dat ik misschien iets te openhartig ben in interviews en zo.”

Er wordt je soms verweten dat je iets té graag in het middelpunt van de belangstelling staat.
“Tsja, dan lees ik ergens dat ik op elk literair feestje te vinden ben. Alsof dat een zónde is. De mensen die daar komen zijn gewoon mijn collega’s. Ik vind het hartstikke leuk om te ze te zien en te spreken, daarom ga ik naar die feestjes. Niet omdat ik wil dwepen met bekende namen.”

Maar je bent ook niet vies van publiciteit, toch?
“Ik vind het absoluut niet vervelend om in de belangstelling te staan. Als mensen twee uur lang naar een lezing van mij komen luisteren, dan vind ik dat een warm bad. Maar er moet bij mij wel een balans zijn tussen de tijd waarin ik alleen ben en heel erg naar binnen gericht kan schrijven en de tijd waarin ik naar buiten treed. Is die balans verstoord, dan word ik heel erg ongelukkig.”

In je boek is hoofdpersoon Thomas verliefd op een getrouwde vrouw. Heb je zelf wel eens in zo’n situatie gezeten?
“Nee. Het verhaal ontvouwde zich tijdens het schrijven. Dat Thomas verliefd werd op een getrouwde vrouw, had ik van tevoren niet kunnen bedenken. Het enige wat ik wist was: dit is de man en dit zijn de thema’s die ik aan bod wil laten komen.”

Zitten er in totaal geen autobiografische elementen in het boek? Grinnikend: “Zo op driekwart van elk boek blijkt het verdorie tóch weer over jezelf te gaan. Dan ben je heel ingewikkeld aan het doen met personages, maar kruipen er allerlei thema’s en onderwerpen in waar jij nét op dat moment heel erg mee aan het worstelen bent. Niet dat er herkenbare situaties in mijn boek zitten, het is meer de thematiek waarin je dat terugleest.”

In je boek maak je een onderscheid tussen emotionele en fysieke intimiteit. Heb je liever dat je vriend fysiek of emotioneel vreemdgaat?
“Emotionele intimiteit is erger dan lichamelijke intimiteit. Een ontmoeting van lichamen is vluchtig, terwijl een ontmoeting van zielen veel blijvender is. Het laatste zou voor mij veel heftiger zijn dan een slippertje van mij of mijn partner. Ik zou het zien als een bedreiging voor mijn relatie.”

En ‘gewoon’ vreemdgaan niet?
“Ik ben zelf heel ouderwets monogaam en geloof niet in open relaties. Ik zeg niet dat je een goede relatie direct moet beëindigen als iemand een keer uit de band springt, maar zelf ben ik zo trouw als een hond.”

Je staat erom bekend dat je uiterlijk altijd tiptop in orde is. Ben je ijdel? “Ja, ik ben ijdel. Ik vind het leuk om mezelf mooi te maken en dat heb ik mijn hele leven al gedaan. Zelfs als ik een hele dag in m’n eentje achter de pc aan het tikken ben, dan maak ik mezelf op. Mijn moeder heb ik in mijn hele leven nog nooit een minuut zonder make-up gezien. Ik kom uit een gezin waarin dat heel normaal is. Je moet het leven een beetje versieren en jezelf ook. Je moet er iets van proberen te máken.”

Tegelijkertijd moet je door diezelfde aandacht voor je uiterlijk ook tegen een heleboel vooroordelen opboksen.
“Tsja, er zijn nog steeds mensen die denken dat ik niets inhoudelijks te melden heb omdat ik blond haar heb en jurkjes draag. Maar ik weiger te capituleren voor dat soort vooroordelen. Ik ga echt niet opeens coltruien dragen. Ik lees de krant, houd mijn literatuur bij en heb óók nog tijd om mijn lippen te stiften.”

Vind je het vervelend dat er zo’n stempel op je wordt gedrukt? “Ik denk dat iedereen te maken heeft met vooroordelen, of je nu dik bent, een oude blanke vent, een jonge Surinamer of een blonde griet. Vervolgens is het aan jou om die vooroordelen te ontkrachten door te laten zien wat je kan. Wat dat betreft heb ik het lang zo slecht nog niet met mijn vooroordelen. Wacht maar tot ik oud en grijs ben, en nog steeds boeken schrijf, dan zingen ze wel anders.”

In ‘Wat er niet meer is’ zitten een aantal erotische fantasieën. Vond je het lastig om die te schrijven?
“Eerst is er een soort terughoudendheid, een soort gêne omdat je weet dat je moeder dit ook gaat lezen en mensen gelijk gaan denken: oh, dus dat vindt Susan Smit lekker in bed! Terwijl het er helemaal niet om gaat hoe ík me gedraag in bed, maar mijn hoofdpersoon. Heb je jezelf van al die ongemakkelijke gevoelens ontdaan, dan kun je gaan schrijven en jezelf laten meevoeren. En dan zijn erotische scènes prachtig om te schrijven. Seksuele kracht is een van de sterkste drijfveren van de mens: het is een thema waar je als schrijver heel veel mee kunt.”

Wat voor gevoel hoop je dat mensen na het lezen van je nieuwste boek overhouden?
“Ik hoop dat ik ze aan het denken heb gezet over ons verlangen naar de liefde en hoe zij zich zelf opstellen in de liefde. Wat is beminnen en bemind worden, is de grote vraag in mijn boek. Het zou mooi zijn als mensen na het lezen van mijn boek inzien dat uiteindelijk álles in het leven draait om beminnen en bemind worden.”

 

 


Terug naar top                                                                              Terug naar overzicht | Volgende blz.

Alle teksten op deze site © Susan Smit, tenzij anders vermeld. / Webdesign: Xntriq.nl