| |
‘Als ik schrijf, ben ik vrij’
Als spiritueel
blond ex-model dat romans schrijft, stuit ze geregeld op
vooroordelen. Gelukkig trekt Susan zich daar
niets van aan. Haar carrière gaat van een leien dakje
en ook over haar persoonlijke groei heeft ze niets te klagen.
Ondanks – of misschien wel dankzij – de breuk
met haar vriend. Een gesprek oer intuïtie, de liefde
en de literatuur.
Tekst: Charlotte Latten.
Ze stelt voor af te spreken in een
lunchtentje bij haar om de hoek, want daar hebben ze ‘zulke lekkere broodjes
en biologische sapjes’. A ze aankomt, mooi opgemaakt
en goed verzorgd zoals we haar kennen van tv, geeft ze al
gauw aan zich ‘een beetje wankel’ te voelen: “Mijn
relatie is net uit, dus ik ben niet helemaal op mijn best”.
Toch is daar weinig van te merken, als Susan, achter een
glas met het veelzeggende sapje Wortelopkikker, eenmaal begint
te praten. Hoewel bedachtzaam, spreekt ze snel en enthousiast.
Bevlogen zelfs. Vooral als het gaat over haar grote passie,
de literatuur, lichten haar ogen consequent op.
Voor je nieuwe
boek 100 spirituele plekken die je
gezien moet hebben reisde je de hele aardbol over.
Geen straf om zoiets te maken...
“Het project
paste me als een jas. Voordat ik ervoor gevraagd werd, bezocht
ik al jaren historische, religieuze
plekken voor bezinning en reflectie. Het zijn toch allemaal
bepaalde krachtplekken met een zekere energie. Wij mensen
reageren daar als vanzelf op. Het schudt je los, het transformeert.
Het mystieke zit in je lijf. Daar hoef je niet zoveel van
te begrijpen, je hoeft je er alleen maar voor open te stellen
en te voelen.”
Heb je nog iets over jezelf geleerd tijdens
die vele tripjes? “Oh zoveel! Ik heb op
een heel intense manier ervaren dat je ontwikkeling echt
sneller gaat als
je reist. Je laat
denkpatronen en gedrag makkelijker achter je en staat helemaal
open voor verandering, nieuwe dingen en inzichten. Hierdoor
kun je weer met een frisse blik naar iets kijken en komen
dingen waar je mee worstelt soms in een stroomversnelling.”
Je
bent bekend geworden als moderne heks, maar eigenlijk horen
we daar nooit meer iets over. Ben je nog heks?
“Ja,
zeker. Dat is een bepaalde levensovertuiging - leven in het
ritme van de seizoenen, de zon en de maan
- die ik in mijn leven heb geïntegreerd. Zozeer zelfs
dat ik niet meer zo’n behoefte voel allerlei rituelen
uit te voeren of er steeds weer over te praten; de inhoud
is genoeg is voor mij. Maar hekserij, of, zoals ik het liever
noem de oude religie, heeft me heel veel mooie aanknopingspunten
gegeven om in evenwicht te komen.”
Hoe werkt dat dan?
“Wij zijn zó verbonden met
de cycli van de natuur. Als het volle maan is, slapen mensen
beduidend slechter
en zijn dromen helder. Vaak komen allerlei dingen dan ook
tot een uitbarsting, positief maar ook negatief. Als je al
eens ruzie hebt met je partner, is het vaak bij volle maan.
En als je rond wassende maan uiteten gaat en je lekker laat
gaan, raak je wat je aankomt minder makkelijk weer kwijt
dan bij afnemende maan.
Als je met deze cycli meegaat, of, zoals ik de luxe hebt
erin mee te kúnnen gaan omdat ik geen kinderen heb
en niet voor een baas werk, dan heb je altijd de wind in
je rug. Dan is het allemaal zoveel lichter. Ik wilde bijvoorbeeld
aan mijn nieuwe roman beginnen maar het zou pas over drie
dagen nieuwe maan zijn - een prachtig moment om nieuwe dingen
te starten. Toen heb ik dus bewust even gewacht.”
Je bent
in de loop der jaren een soort boegbeeld voor de spiritualiteit
geworden. Toch kom je niet zweverig over.
“Ben ik
ook totaal niet! Spiritualiteit is voor mij een innerlijke
beleving.
Het helpt me een volledig mens te
zijn en dingen als geboorte, dood en leven na de dood een
plek te geven in mijn leven.”
Als kind heb je toch ook
spirituele ervaringen gehad?
Laconiek: “Ach ja, zoals zoveel mensen, ik ben daar
helemaal niet zo bijzonder in. Vanaf een jaar of acht zag
ik mensen en dieren om me heen, die ik niet kon aanraken.
Dat vond ik heel normaal; kinderen zijn nog heel ontvankelijk
voor dit soort dingen, die denken nog niet ‘dat hoort
niet’, of ‘dat is raar’. Soms zag ik een
man staan in mijn kamer. Van één had ik het
gevoel dat hij me in de gaten hield en dat vond ik niet fijn.
Om hem weg te krijgen, deed ik het licht aan. Toen ik iets
ouder werd en me realiseerde dat niet iedereen dit soort
dingen zag, heb ik me ervoor afgesloten. Die echte schimmen
gingen weg, maar mijn overleden opa en mijn geestelijke vrienden,
gidsen zeg maar, die bleven. Ik voel nog steeds op sommige
momenten dat ze me helpen of steunen. Toen ik aan het begin
van mijn journalistieke carrière de bekende Engelse
paragnoste Rosemary Altea interviewde, vertelde zij me ook
dat mijn opa doorkwam en vaak bij me was. Dat was een mooie
bevestiging.”
Wel een veilig idee, zo’n geestelijk
vangnetje om je heen...
“Ik denk dat iedereen het heeft, maar niet
iedereen het voelt. Op momenten dat je het heel erg nodig
hebt, en
bewust denkt: willen jullie me laten voelen dat jullie er
zijn, kan het heel subtiel doorkomen. Neem zeker serieus
wat je dan ervaart.”
 |
| Foto: Paul Berends voor McGregor |
| |
| Susan Smit (35) was altijd al gefascineerd door
literatuur. Als meisje verliet ze de bibliotheek
met haar armen vol boeken en schreef ze hele schriften
vol verhalen. Gedurende tien jaar werkte ze als model,
al vindt ze dat zelf ‘nogal opgeblazen door
de media’: “Ik stond in folders van Blokker
en de Schoenenreus. Ik heb me daar nooit helemaal
ingegooid”. Ze studeerde Nederlands en ging
daarna boeken recenseren voor tijdschriften. Acht
jaar geleden verscheen haar eerste boek, Heks,
waarmee ze landelijke bekendheid verwierf. Sindsdien
is ieder jaar wel een boek - zowel fictie als non-fictie
- van haar hand verschenen en schrijft ze columns
voor diverse bladen. Ze recenseerde de boeken in
het tv-programma Goedemorgen Nederland en interviewde
schrijvers voor de zender Het Gesprek. Eind april
ligt haar reisgids 100 spirituele plekken die
je gezien moet hebben in de winkel en op dit
moment werkt ze vooral devoot aan haar nieuwe roman,
die in 2010 uitkomt. |
|
| |
Geloof je in mensen als Char en
Derek Ogilvy?
“ Ik heb Char een keer of zes ontmoet,
heb laatst weer met haar gegeten, en ja, ik vind dat ze een
belangrijke rol
speelt in de bewustwording bij het grote publiek. Dat met
die letters - is het een a is het een d? - is natuurlijk
een beetje een spelletje maar voor sommige mensen die bewijzen
zoeken dat er meer is dan wat wij zien, is zo’n benadering
nodig. Ik vind wel dat we ons absoluut niet afhankelijk moeten
maken van paragnosten en goeroes. Dan geven we namelijk,
net als in de tijd dat dominees en priesters ons vertelden
wat we moesten doen, weer onze kracht en macht uit handen.
Maar Char is de eerste die zegt: je hebt je eigen intuïtie,
luister daarnaar.”
Luister jij naar je intuïtie?
“ Op alle gebieden
van mijn leven heb ik in ieder geval de illusie dat ik vrij
zuiver mijn intuïtie volg, dat
ik doe wat bij me past en waar ik gelukkig van word. Maar
in de liefde...poeh, dan vind ik het echt een worsteling.
Dan komen er ineens zoveel vertroebelende factoren bij: lust,
verliefdheid, emoties, verlangens, dingen heel erg willen,
ergens een droombeeld van hebben. Ik snap er geen hout meer
van. Daar moet ik echt mee aan de slag.”
Waarom is het
uit gegaan met je relatie?
“ We bleken helaas toch
te verschillend. Vóór
hem was ik elf jaar samen met een jongen met wie ik samenwoonde.
Toen dat over ging, had ik mezelf voorgenomen een jaar lekker
single te zijn, maar dat is me niet gelukt. Na vijf maanden
werd ik alweer verliefd. Hij was de exacte tegenpool van
mijn ex-vriend en ook van mezelf trouwens. Ik denk dat ik
verliefd ben geworden op die tegenstelling. Ik heb dat onderschat.
Misschien wilde ik ook te graag, ik zag het helemaal voor
me. We zijn twee jaar samen geweest waarvan we de laatste
zeven maanden samenwoonden. Het is altijd pijnlijk te moeten
concluderen als iets niet werkt.”
En nu?
“ Nu heb ik me wederom voorgenomen een jaar
single te blijven, haha. Lekker genieten van mijn vrijheid,
veel
dansen en reizen en dan op den duur weer gaan daten. Maar
vooralsnog ben ik totaal niet bezig met andere mannen. Ik
heb vooral heel erg veel behoefte om tot mezelf te komen
en te schrijven aan mijn volgende roman. Daar verlang ik
echt naar. ”
Volgens mij kun je ook heel goed alleen
zijn.
“ Klopt. Mijn aandacht is vaak naar binnen
gekeerd, ik denk wel tachtig procent van de tijd. Wat dat
betreft
vind ik het heerlijk dat ik alleen werk en geen collega’s
heb. Ik kan mijn gang gaan en als ik zin heb mensen te zien,
zoek ik ze op. Gelukkig heb ik een groep heel lieve, leuke
mensen om me heen verzameld, die me stuk voor stuk intrigeren
en raken. In een periode als deze, als je net een relatie
hebt verbroken...jeetje, wat een rijkdom! Al geloof ik niet
dat het gezond is krampachtig gezelschap op te zoeken als
je verdrietig bent. Laat het verdriet maar toe. Ieder mens
moet de dingen uiteindelijk zelf verwerken. Als je je teveel
laat leiden door gesprekken met anderen, wordt het alleen
maar lastiger om zuiver naar je intuïtie luisteren.
Zo heb ik helemaal niemand betrokken bij mijn beslissing
te stoppen met mijn relatie.”
Je hoort vaak van schrijvers
dat ze het een enorme worsteling vinden een boek te schrijven.
Heb jij dat ook?
“ Helemaal niet juist. Veel schrijvende
vrienden van mij zeggen inderdaad dat ze in eerste instantie
alles doen
om maar niet te hoeven schrijven. Pas als het huis brandschoon
is en ze echt niets meer kunnen bedenken om te doen, gaan
ze zitten. Ik heb het omgekeerde: mag ik alweer?”
Wat
doet schrijven met je?
“Ik ben het meest vrij en het meest gelukkig als ik
schrijf. Vooral fictie schrijven is zoiets magisch: je bedenkt
iets, begint te tikken, iets valt je in en op mysterieuze
wijze ontstaat er onder je handen een verhaal. Dat is echt
fantastisch! Als ik aan een roman werk, leef ik intenser,
dan ben ik als een spons die alles opzuigt. Ik raak ook altijd
erg gehecht aan mijn personages, alsof het echte mensen zijn. ‘s
Ochtends onder de douche zijn ze al bij me en tijdens het
hardlopen joggen ze bij wijze van spreken mee. Dat is best
heftig en daarom kan ik niet ieder jaar aan een roman werken.
Nu schrijf ik voor het eerst over een persoon die echt heeft
bestaan: mijn overgrootmoeder. Wie weet komt ze me wel een
handje helpen...”
Je hebt de grootste schrijvers geïnterviewd.
Nemen ze je serieus als collega?
“ Weet je wat zo leuk
is om te merken: in het begin van zo’n gesprek niet,
maar gaandeweg, als ze merken dat ik hun hele oeuvre heb gelezen
en de juiste voorbeelden
gebruik bij hun antwoorden, wel. Ze merken, denk ik, ook
mijn oprechte bevlogenheid voor literatuur. Dat ontwapent
en dat is heerlijk om te merken. Als ik voel dat ze voorbijgaan
aan het zichtbare plaatje of aan vooroordelen, dan voel ik
me gekend.”
Want jij hebt, als jonge, blonde, mooie
schrijfster vaak te maken met vooroordelen?
“ Iedereen
heeft daar mee te maken: de jonge, blonde schrijfster maar
ook de oude, kale schrijver. Ik heb ze zelf
ook! Maar het is aan jou om, zodra je je mond opendoet, die
vooroordelen te ontkrachten. Ik heb er wel vrede mee dat
er een hele grote groep is die een ongefundeerde mening over
mij heeft. Daar laat ik mijn eigenwaarde of humeur niet vanaf
hangen. Al ga ik, als ik me rot voel, echt mijn naam niet
googelen, haha.”
Je hebt heel erg veel mee. Ben je weleens
onzeker?
“ Weet je wat het denk ik is? Ik ken mijn
mindere kanten en beperkingen erg goed en ben daar ook heel
openhartig
over.
Ik ben zeker niet perfect maar de basisdingen kloppen wel
bij mij. Ik geloof wel dat ik deug. Daarbij komt dat ik iets
doe - namelijk schrijven - wat echt mijn passie heeft en
ik merk dat dat aankomt bij mensen, dat ze dat waarderen.
Daardoor heb ik het gevoel dat ik mijn plek in de wereld
heb gevonden. Over uiterlijkheden zal ik niet snel onzeker
worden, want dat is zo zinloos. Je wordt sowieso met het
jaar minder mooi, dus het is een strijd die je nooit wint.”
Maar
dat is ook wel makkelijk praten voor iemand die er goed uitziet.
“ Nee,
daar ligt het niet aan. Toen ik model was, heb ik vrouwen
gezien die zeshonderd keer mooier waren dan ik
maar totaal onzeker. Ik kan goed relativeren. Natuurlijk:
ik verzorg mezelf goed zodat ik me er op mijn best uitzie.
En ik ben ook zeker niet gespeend van ijdelheid. Maar het
is niet de reden dat ik mezelf de moeite waard vind. Charme,
sensualiteit en uitstraling blijven je hele leven bij je.
Die hebben niks te maken met de kleur lippenstift die je
draagt, maar wel met je esprit. Dáár moet je
het in zoeken.”
Waar ben je het meest trots op in je
leven?
“ Dat ik niet bang ben. Ik ben niet bang voor
verandering of om mijn mening uit te spreken, ook al weet
ik dat er in
bepaalde kringen om gegniffeld wordt als het bijvoorbeeld
gaat om het mystieke. Ook ben ik niet bang schijnzekerheden
los te laten. Bij veel mensen om me heen zie ik dat ze in
bepaalde dingen blijven hangen om, voor mijn gevoel, de verkeerde
redenen. Ze blijven in een slechte relatie, want ja, hoe
moet het anders met het huis? Ze houden een baan, ook al
heeft het hun hart niet, want ze hebben dat vak nu eenmaal
ooit gekozen. Maar als je vasthoudt aan dingen die tegen
je aard ingaan, wordt alles stroperig en lastig. Ik maak
mijn keuzes op basis van de richting die mijn ziel aangeeft.
Soms is het lastig te ontcijferen, want je moet eerst je
angsten en verlangens wegfilteren, maar dat is wel altijd
mijn doel. Ik ben er trots op dat het me tot nu toe redelijk
lukt.”
Hoe zie jij je toekomst, wil je bijvoorbeeld
ooit kinderen?
“ Een paar jaar geleden kon ik nog
niet zoveel met dat idee, maar ik voel dat ik er het laatste
jaar
in gedachten
een beetje naartoe groei. Ja, ik zie dat wel voor me. Ik
heb zelf een heel goede band met mijn moeder. We zien of
spreken elkaar niet dagelijks, maar als we samen zijn, kunnen
we tot diep in de nacht praten. Dat zou ik later ook wel
willen met mijn eigen kind. Het is toch een verrijking van
je leven. Laatste zei een paragnost...Nee, laat maar, dat
klinkt zo zweverig.”
Nee, vertel, wat zei hij?
“ Na een hele lezing zei
hij: ‘En je droomt komt
uit.’ Waarop ik vroeg: ‘Welke droom?’ En
hij weer antwoordde: ‘Een kindje.’ Nou, toen
kreeg ik wel tranen in mijn ogen. Een kind is totaal van
jou afhankelijk, rekent op je, houdt in alle onbevangenheid
van je. Het moederschap spreekt dingen in je aan die tot
dan toe nog nooit in je zijn aangesproken. Ik zie het bij
vriendinnen en krijg er steeds meer vertrouwen in dat dat
bij mij ook wel zal lukken. Aan de andere kant: ik kan me
ook goed een rijk leven voorstellen waarin ik alleen blijf
en een kast vol boeken produceer. Dat ik letterlijk schrijf
tot ik erbij neerval. Ach, ik zie het wel. Alles ligt open.”
|
|