© Nico Kroon
  Biografie
  Bibliografie
  Susan in de media
  Lezingen

Home - Auteur - Susan in de media - 100 spirituele plekken...: Interview Femme       

 


‘Als ik schrijf, ben ik vrij’

Als spiritueel blond ex-model dat romans schrijft, stuit ze geregeld op vooroordelen. Gelukkig trekt Susan zich daar niets van aan. Haar carrière gaat van een leien dakje en ook over haar persoonlijke groei heeft ze niets te klagen. Ondanks – of misschien wel dankzij – de breuk met haar vriend. Een gesprek oer intuïtie, de liefde en de literatuur.
Tekst: Charlotte Latten.

Ze stelt voor af te spreken in een lunchtentje bij haar om de hoek, want daar hebben ze ‘zulke lekkere broodjes en biologische sapjes’. A ze aankomt, mooi opgemaakt en goed verzorgd zoals we haar kennen van tv, geeft ze al gauw aan zich ‘een beetje wankel’ te voelen: “Mijn relatie is net uit, dus ik ben niet helemaal op mijn best”. Toch is daar weinig van te merken, als Susan, achter een glas met het veelzeggende sapje Wortelopkikker, eenmaal begint te praten. Hoewel bedachtzaam, spreekt ze snel en enthousiast. Bevlogen zelfs. Vooral als het gaat over haar grote passie, de literatuur, lichten haar ogen consequent op.

Voor je nieuwe boek 100 spirituele plekken die je gezien moet hebben reisde je de hele aardbol over. Geen straf om zoiets te maken...
“Het project paste me als een jas. Voordat ik ervoor gevraagd werd, bezocht ik al jaren historische, religieuze plekken voor bezinning en reflectie. Het zijn toch allemaal bepaalde krachtplekken met een zekere energie. Wij mensen reageren daar als vanzelf op. Het schudt je los, het transformeert. Het mystieke zit in je lijf. Daar hoef je niet zoveel van te begrijpen, je hoeft je er alleen maar voor open te stellen en te voelen.”

Heb je nog iets over jezelf geleerd tijdens die vele tripjes?
“Oh zoveel! Ik heb op een heel intense manier ervaren dat je ontwikkeling echt sneller gaat als je reist. Je laat denkpatronen en gedrag makkelijker achter je en staat helemaal open voor verandering, nieuwe dingen en inzichten. Hierdoor kun je weer met een frisse blik naar iets kijken en komen dingen waar je mee worstelt soms in een stroomversnelling.”

Je bent bekend geworden als moderne heks, maar eigenlijk horen we daar nooit meer iets over. Ben je nog heks?
“Ja, zeker. Dat is een bepaalde levensovertuiging - leven in het ritme van de seizoenen, de zon en de maan - die ik in mijn leven heb geïntegreerd. Zozeer zelfs dat ik niet meer zo’n behoefte voel allerlei rituelen uit te voeren of er steeds weer over te praten; de inhoud is genoeg is voor mij. Maar hekserij, of, zoals ik het liever noem de oude religie, heeft me heel veel mooie aanknopingspunten gegeven om in evenwicht te komen.”

Hoe werkt dat dan?
“Wij zijn zó verbonden met de cycli van de natuur. Als het volle maan is, slapen mensen beduidend slechter en zijn dromen helder. Vaak komen allerlei dingen dan ook tot een uitbarsting, positief maar ook negatief. Als je al eens ruzie hebt met je partner, is het vaak bij volle maan. En als je rond wassende maan uiteten gaat en je lekker laat gaan, raak je wat je aankomt minder makkelijk weer kwijt dan bij afnemende maan.
Als je met deze cycli meegaat, of, zoals ik de luxe hebt erin mee te kúnnen gaan omdat ik geen kinderen heb en niet voor een baas werk, dan heb je altijd de wind in je rug. Dan is het allemaal zoveel lichter. Ik wilde bijvoorbeeld aan mijn nieuwe roman beginnen maar het zou pas over drie dagen nieuwe maan zijn - een prachtig moment om nieuwe dingen te starten. Toen heb ik dus bewust even gewacht.”

Je bent in de loop der jaren een soort boegbeeld voor de spiritualiteit geworden. Toch kom je niet zweverig over.
“Ben ik ook totaal niet! Spiritualiteit is voor mij een innerlijke beleving. Het helpt me een volledig mens te zijn en dingen als geboorte, dood en leven na de dood een plek te geven in mijn leven.”

Als kind heb je toch ook spirituele ervaringen gehad?
Laconiek: “Ach ja, zoals zoveel mensen, ik ben daar helemaal niet zo bijzonder in. Vanaf een jaar of acht zag ik mensen en dieren om me heen, die ik niet kon aanraken. Dat vond ik heel normaal; kinderen zijn nog heel ontvankelijk voor dit soort dingen, die denken nog niet ‘dat hoort niet’, of ‘dat is raar’. Soms zag ik een man staan in mijn kamer. Van één had ik het gevoel dat hij me in de gaten hield en dat vond ik niet fijn. Om hem weg te krijgen, deed ik het licht aan. Toen ik iets ouder werd en me realiseerde dat niet iedereen dit soort dingen zag, heb ik me ervoor afgesloten. Die echte schimmen gingen weg, maar mijn overleden opa en mijn geestelijke vrienden, gidsen zeg maar, die bleven. Ik voel nog steeds op sommige momenten dat ze me helpen of steunen. Toen ik aan het begin van mijn journalistieke carrière de bekende Engelse paragnoste Rosemary Altea interviewde, vertelde zij me ook dat mijn opa doorkwam en vaak bij me was. Dat was een mooie bevestiging.”

Wel een veilig idee, zo’n geestelijk vangnetje om je heen...
“Ik denk dat iedereen het heeft, maar niet iedereen het voelt. Op momenten dat je het heel erg nodig hebt, en bewust denkt: willen jullie me laten voelen dat jullie er zijn, kan het heel subtiel doorkomen. Neem zeker serieus wat je dan ervaart.”

Foto: Paul Berends voor McGregor
 
Susan Smit (35) was altijd al gefascineerd door literatuur. Als meisje verliet ze de bibliotheek met haar armen vol boeken en schreef ze hele schriften vol verhalen. Gedurende tien jaar werkte ze als model, al vindt ze dat zelf ‘nogal opgeblazen door de media’: “Ik stond in folders van Blokker en de Schoenenreus. Ik heb me daar nooit helemaal ingegooid”. Ze studeerde Nederlands en ging daarna boeken recenseren voor tijdschriften. Acht jaar geleden verscheen haar eerste boek, Heks, waarmee ze landelijke bekendheid verwierf. Sindsdien is ieder jaar wel een boek - zowel fictie als non-fictie - van haar hand verschenen en schrijft ze columns voor diverse bladen. Ze recenseerde de boeken in het tv-programma Goedemorgen Nederland en interviewde schrijvers voor de zender Het Gesprek. Eind april ligt haar reisgids 100 spirituele plekken die je gezien moet hebben in de winkel en op dit moment werkt ze vooral devoot aan haar nieuwe roman, die in 2010 uitkomt.
 

Geloof je in mensen als Char en Derek Ogilvy?
“ Ik heb Char een keer of zes ontmoet, heb laatst weer met haar gegeten, en ja, ik vind dat ze een belangrijke rol speelt in de bewustwording bij het grote publiek. Dat met die letters - is het een a is het een d? - is natuurlijk een beetje een spelletje maar voor sommige mensen die bewijzen zoeken dat er meer is dan wat wij zien, is zo’n benadering nodig. Ik vind wel dat we ons absoluut niet afhankelijk moeten maken van paragnosten en goeroes. Dan geven we namelijk, net als in de tijd dat dominees en priesters ons vertelden wat we moesten doen, weer onze kracht en macht uit handen. Maar Char is de eerste die zegt: je hebt je eigen intuïtie, luister daarnaar.”

Luister jij naar je intuïtie?
“ Op alle gebieden van mijn leven heb ik in ieder geval de illusie dat ik vrij zuiver mijn intuïtie volg, dat ik doe wat bij me past en waar ik gelukkig van word. Maar in de liefde...poeh, dan vind ik het echt een worsteling. Dan komen er ineens zoveel vertroebelende factoren bij: lust, verliefdheid, emoties, verlangens, dingen heel erg willen, ergens een droombeeld van hebben. Ik snap er geen hout meer van. Daar moet ik echt mee aan de slag.”

Waarom is het uit gegaan met je relatie?
“ We bleken helaas toch te verschillend. Vóór hem was ik elf jaar samen met een jongen met wie ik samenwoonde. Toen dat over ging, had ik mezelf voorgenomen een jaar lekker single te zijn, maar dat is me niet gelukt. Na vijf maanden werd ik alweer verliefd. Hij was de exacte tegenpool van mijn ex-vriend en ook van mezelf trouwens. Ik denk dat ik verliefd ben geworden op die tegenstelling. Ik heb dat onderschat. Misschien wilde ik ook te graag, ik zag het helemaal voor me. We zijn twee jaar samen geweest waarvan we de laatste zeven maanden samenwoonden. Het is altijd pijnlijk te moeten concluderen als iets niet werkt.”

En nu?
“ Nu heb ik me wederom voorgenomen een jaar single te blijven, haha. Lekker genieten van mijn vrijheid, veel dansen en reizen en dan op den duur weer gaan daten. Maar vooralsnog ben ik totaal niet bezig met andere mannen. Ik heb vooral heel erg veel behoefte om tot mezelf te komen en te schrijven aan mijn volgende roman. Daar verlang ik echt naar. ”

Volgens mij kun je ook heel goed alleen zijn.
“ Klopt. Mijn aandacht is vaak naar binnen gekeerd, ik denk wel tachtig procent van de tijd. Wat dat betreft vind ik het heerlijk dat ik alleen werk en geen collega’s heb. Ik kan mijn gang gaan en als ik zin heb mensen te zien, zoek ik ze op. Gelukkig heb ik een groep heel lieve, leuke mensen om me heen verzameld, die me stuk voor stuk intrigeren en raken. In een periode als deze, als je net een relatie hebt verbroken...jeetje, wat een rijkdom! Al geloof ik niet dat het gezond is krampachtig gezelschap op te zoeken als je verdrietig bent. Laat het verdriet maar toe. Ieder mens moet de dingen uiteindelijk zelf verwerken. Als je je teveel laat leiden door gesprekken met anderen, wordt het alleen maar lastiger om zuiver naar je intuïtie luisteren. Zo heb ik helemaal niemand betrokken bij mijn beslissing te stoppen met mijn relatie.”

Je hoort vaak van schrijvers dat ze het een enorme worsteling vinden een boek te schrijven. Heb jij dat ook?
“ Helemaal niet juist. Veel schrijvende vrienden van mij zeggen inderdaad dat ze in eerste instantie alles doen om maar niet te hoeven schrijven. Pas als het huis brandschoon is en ze echt niets meer kunnen bedenken om te doen, gaan ze zitten. Ik heb het omgekeerde: mag ik alweer?”

Wat doet schrijven met je?
“Ik ben het meest vrij en het meest gelukkig als ik schrijf. Vooral fictie schrijven is zoiets magisch: je bedenkt iets, begint te tikken, iets valt je in en op mysterieuze wijze ontstaat er onder je handen een verhaal. Dat is echt fantastisch! Als ik aan een roman werk, leef ik intenser, dan ben ik als een spons die alles opzuigt. Ik raak ook altijd erg gehecht aan mijn personages, alsof het echte mensen zijn. ‘s Ochtends onder de douche zijn ze al bij me en tijdens het hardlopen joggen ze bij wijze van spreken mee. Dat is best heftig en daarom kan ik niet ieder jaar aan een roman werken. Nu schrijf ik voor het eerst over een persoon die echt heeft bestaan: mijn overgrootmoeder. Wie weet komt ze me wel een handje helpen...”

Je hebt de grootste schrijvers geïnterviewd. Nemen ze je serieus als collega?
“ Weet je wat zo leuk is om te merken: in het begin van zo’n gesprek niet, maar gaandeweg, als ze merken dat ik hun hele oeuvre heb gelezen en de juiste voorbeelden gebruik bij hun antwoorden, wel. Ze merken, denk ik, ook mijn oprechte bevlogenheid voor literatuur. Dat ontwapent en dat is heerlijk om te merken. Als ik voel dat ze voorbijgaan aan het zichtbare plaatje of aan vooroordelen, dan voel ik me gekend.”

Want jij hebt, als jonge, blonde, mooie schrijfster vaak te maken met vooroordelen?
“ Iedereen heeft daar mee te maken: de jonge, blonde schrijfster maar ook de oude, kale schrijver. Ik heb ze zelf ook! Maar het is aan jou om, zodra je je mond opendoet, die vooroordelen te ontkrachten. Ik heb er wel vrede mee dat er een hele grote groep is die een ongefundeerde mening over mij heeft. Daar laat ik mijn eigenwaarde of humeur niet vanaf hangen. Al ga ik, als ik me rot voel, echt mijn naam niet googelen, haha.”

Je hebt heel erg veel mee. Ben je weleens onzeker?
“ Weet je wat het denk ik is? Ik ken mijn mindere kanten en beperkingen erg goed en ben daar ook heel openhartig over. Ik ben zeker niet perfect maar de basisdingen kloppen wel bij mij. Ik geloof wel dat ik deug. Daarbij komt dat ik iets doe - namelijk schrijven - wat echt mijn passie heeft en ik merk dat dat aankomt bij mensen, dat ze dat waarderen. Daardoor heb ik het gevoel dat ik mijn plek in de wereld heb gevonden. Over uiterlijkheden zal ik niet snel onzeker worden, want dat is zo zinloos. Je wordt sowieso met het jaar minder mooi, dus het is een strijd die je nooit wint.”

Maar dat is ook wel makkelijk praten voor iemand die er goed uitziet.
“ Nee, daar ligt het niet aan. Toen ik model was, heb ik vrouwen gezien die zeshonderd keer mooier waren dan ik maar totaal onzeker. Ik kan goed relativeren. Natuurlijk: ik verzorg mezelf goed zodat ik me er op mijn best uitzie. En ik ben ook zeker niet gespeend van ijdelheid. Maar het is niet de reden dat ik mezelf de moeite waard vind. Charme, sensualiteit en uitstraling blijven je hele leven bij je. Die hebben niks te maken met de kleur lippenstift die je draagt, maar wel met je esprit. Dáár moet je het in zoeken.”

Waar ben je het meest trots op in je leven?
“ Dat ik niet bang ben. Ik ben niet bang voor verandering of om mijn mening uit te spreken, ook al weet ik dat er in bepaalde kringen om gegniffeld wordt als het bijvoorbeeld gaat om het mystieke. Ook ben ik niet bang schijnzekerheden los te laten. Bij veel mensen om me heen zie ik dat ze in bepaalde dingen blijven hangen om, voor mijn gevoel, de verkeerde redenen. Ze blijven in een slechte relatie, want ja, hoe moet het anders met het huis? Ze houden een baan, ook al heeft het hun hart niet, want ze hebben dat vak nu eenmaal ooit gekozen. Maar als je vasthoudt aan dingen die tegen je aard ingaan, wordt alles stroperig en lastig. Ik maak mijn keuzes op basis van de richting die mijn ziel aangeeft. Soms is het lastig te ontcijferen, want je moet eerst je angsten en verlangens wegfilteren, maar dat is wel altijd mijn doel. Ik ben er trots op dat het me tot nu toe redelijk lukt.”

Hoe zie jij je toekomst, wil je bijvoorbeeld ooit kinderen?
“ Een paar jaar geleden kon ik nog niet zoveel met dat idee, maar ik voel dat ik er het laatste jaar in gedachten een beetje naartoe groei. Ja, ik zie dat wel voor me. Ik heb zelf een heel goede band met mijn moeder. We zien of spreken elkaar niet dagelijks, maar als we samen zijn, kunnen we tot diep in de nacht praten. Dat zou ik later ook wel willen met mijn eigen kind. Het is toch een verrijking van je leven. Laatste zei een paragnost...Nee, laat maar, dat klinkt zo zweverig.”

Nee, vertel, wat zei hij?
“ Na een hele lezing zei hij: ‘En je droomt komt uit.’ Waarop ik vroeg: ‘Welke droom?’ En hij weer antwoordde: ‘Een kindje.’ Nou, toen kreeg ik wel tranen in mijn ogen. Een kind is totaal van jou afhankelijk, rekent op je, houdt in alle onbevangenheid van je. Het moederschap spreekt dingen in je aan die tot dan toe nog nooit in je zijn aangesproken. Ik zie het bij vriendinnen en krijg er steeds meer vertrouwen in dat dat bij mij ook wel zal lukken. Aan de andere kant: ik kan me ook goed een rijk leven voorstellen waarin ik alleen blijf en een kast vol boeken produceer. Dat ik letterlijk schrijf tot ik erbij neerval. Ach, ik zie het wel. Alles ligt open.”

 

 


Terug naar top                                                                              Terug naar overzicht

Alle teksten op deze site © Susan Smit, tenzij anders vermeld. / Webdesign: Xntriq.nl