© Nico Kroon
  Biografie
  Bibliografie
  Susan in de media
  Lezingen

Home - Auteur - Susan in de media - 100 spirituele plekken...: Interview BOEK       

 

"Een heilige plek laat zich beleven, met het lichaam als stemvork’
Tekst: Jacqueline Smit
Foto's: Marcel van Driel

Susan Smit (1974) is romanschrijfster, journaliste, columniste van BOEK en moderne heks. Voor een gesprek over haar nieuwe boek 100 spirituele plekken die je gezien moet hebben spreekt BOEK af in een kerk, gewijd aan de Maagd Maria.

Voor een gesprek over haar nieuwe boek 100 spirituele plekken die je gezien moet hebben, spreek ik met Susan Smit af in de kapel van de Vrouwe van alle Volkeren in Amsterdam. `Vrouwe van alle Volkeren’ is een titel van de heilige Maagd Maria, die op deze plek zesenvijftig maal is verschenen aan zieneres Ida Peerdeman.
Als ik aanbel bij de onopvallende villa wordt er opengedaan door een in het wit geklede non. Ja, ik mag binnenkomen, de mis is net afgelopen, zegt ze in het Duits. Ik schuif in een van de houten kerkbanken en snuif de geur op van gebrande wierook. Voorin staat een altaar met brandende kaarsen en witte orchideeën en rozen. Daarboven hangt een schilderij van een jonge vrouw, gekleed in een lang wit gewaad. Ze staat op de aardbol, achter haar een kruis, om haar heen een aureool van licht. De nonnen slaan een kruis, prevelen een kort gebed, en schuifelen dan met een laatste kniebuiging richting altaar de kerk uit. Een stilte daalt neer in de kapel. Door de glazen koepel schijnt een straal zonlicht die het schilderij een gouden glans verleent. Mijn telefoon rinkelt luid: Susan redt het niet op tijd, eerdere afspraken die ochtend zijn uitgelopen, maar ze zal zo snel mogelijk in een taxi springen.
`Hèhè, even tot mezelf komen,’zegt een slanke blonde vrouw in een spijkerbroek als ze naast me in de bank schuift, `wat een gehaast.’ Samen zitten we zo een kwartier, dan haalt Susan diep adem en vraagt: `Weet jij een café hier in de buurt?’

foto: Marcel van Driel

Wanneer we in een bruine kroeg achter onze koppen kruidenthee zitten, vraag ik haar wat deze plek in Amsterdam voor haar betekent. Of misschien moet ik vragen: wat betekent voor jou als heks de christelijke Maagd Maria?
`Ik ben geïntrigeerd door heilige plekken in de hele wereld, en in Nederland ben ik naar de Sint-Janskathedraal in Den Bosch geweest en de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht. Deze kapel frappeerde me echter meer omdat het hier eigenlijk gaat over het vrouwbeeld in het christendom. Dat schilderij van Maria dat er hangt, vind ik erg mooi: Maria staat met haar twee benen op de aardbol. De eenheid die uit zo’n aardbol spreekt, die raakt me. De reis naar de maan was bijvoorbeeld niet bijzonder omdat we de maan van dichtbij zagen, maar omdat we de aarde van veraf zagen, dat doet iets met ons. Door Maria te plaatsen op die aarde zegt dat iets over het mystieke vrouwelijke, in relatie tot ons, de mensheid, de aarde. Dit is voor mij typerend voor waar we nu staan.
Het goddelijke vrouwelijke is in het christendom natuurlijk altijd een precair onderwerp geweest, en je zou kunnen zeggen dat Moeder Maria de Godin bij gebrek aan een Godin is geworden. Want alleen de Vader, de Zoon en de heilige Geest bleek niet genoeg te zijn. De hang van mensen naar een troostende, hogere vrouwelijke kracht bleek niet uit te roeien, dus hebben ze het in het christendom maar een plek gegeven rondom Moeder Maria. Onze behoefte aan een begrijpende, goddelijke moeder was er natuurlijk al ver voor het christendom, en als heks voel ik me daarbij thuis. De figuur van Maria heeft me vanuit die gedachte altijd aangetrokken. Net als Maria Magdalena, een andere belangrijke vrouwelijke figuur in het christendom. Zij is altijd verkeerd begrepen. Ze was geen prostitué, ze is expres verwisseld met een andere Maria tijdens een concilie. Maar zij was de belangrijkste apostel van Jezus.’

Dat idee beschreef jij al in je eerste boek `Heks’, lang voordat Dan Brown over Maria Magdelena schreef als zijnde de vrouw van Jezus.
`Ja, die kennis leefde al lang voordat die door De Da Vinci Code zo wijdverspreid raakte. Ook uit die ideeën spreekt weer de behoefte aan een uitgebreid vrouwbeeld in het mystieke. De behoefte om het lichamelijke en de vrouwelijke seksualiteit een plek te geven binnen het christendom. De mensen achter deze kapel beschouwen Maria als medeverlosser en dat vind ik een mooi gegeven. In mijn boek beschrijf ik veel krachtplekken in de natuur, maar dit is een van de rustplekken, meer een plek die is aangewezen waar een bepaald gedachtegoed kan huizen, meer niet. Dus in die zin is deze kapel voor mij minder inspirerend dan een echte krachtplek.’ Ze lacht. `Ik blijf natuurlijk heks.’

Samen met haar moeder, met een vriend, geliefde of alleen heeft Susan Smit de afgelopen jaren veel heilige plaatsen bezocht, waaronder het Schotse heilige eiland Iona, de piramide van Giza, en de Mayatempel van Chitzen Itza. Haar ervaringen tekende ze op in 100 spirituele plekken die je gezien moet hebben, een gids die ze samen met haar beste vriend Joris van de Weerd samenstelde. In haar inleiding schrijft ze dat ze naar die plekken toegaat in de hoop er troost, kracht, inspiratie of heling te vinden. En dat die plekken - krachtplekken in de natuur, eeuwenoude bedevaartsoorden, religieuze overblijfselen van verdwenen beschavingen – iets met haar doen. `Ik keer er soms verward, soms geïnspireerd, maar altijd opgeladen van terug. Alsof de troebelheid weg is en ik weer duidelijk zie wat mijn plek is in de wereld en dat alles met alles verbonden is. (…) Op de gewijde plekken in dit boek voelde ik dat de bouwwerken slechts zichtbare tekenen zijn van iets diepers. Wat het heilig maakt, is onzichtbaar. Geen storm kan het vernielen, geen vuur kan het in de as leggen, geen verhaal kan het ontkrachten.’

Wat gebeurt er met je op zo’n gewijde plek?
'Ik probeer alle gedachten aan de research die ik van tevoren heb gedaan uit te schakelen. Het is namelijk vooral het lichaam zelf dat je veel informatie geeft over zo’n krachtplek. Dus je moet je hoofd uitschakelen, met name je ogen, want die ogen zien een toren als een overblijfsel van een kerk, en dan denk je: o, dat is het dus. Maar dat is het juist niet, dat is een gevolg van het bijzondere van die plek. Dat bijzondere laat zich voelen, laat zich met het lichaam als stemvork beleven.
Ik mediteer al heel lang. Het is een manier om de aandacht naar binnen te richten, om je af te sluiten van prikkels van buiten, om in een ontvankelijke staat te raken. Want we zijn vaak bezig om met ons verstand alles wat op ons afkomt een plaats te geven, informatie zo snel mogelijk te ordenen. Als je ontvankelijk bent en naar binnen gericht, dan ontvang je veel subtielere prikkels. Als je zo’n plek bezoekt moet je daarnaar zoeken.
Volgens mij waren de pelgrims vroeger ook in zo’n staat, wat tegelijk ook de aantrekkingskracht is van een pelgrimage: dat de reis onderdeel is van de ervaring, dat je eigenlijk met iedere stap meer bij jezelf terechtkomt. Het labyrint op Aruba ervoer ik bijvoorbeeld als een wandelende meditatie, wat Tibetaanse monniken ook doen. Voor mij werkt het heel goed om dat in de natuur te doen. Zitten kan ook heel fijn zijn, maar het herhalende, ritmische, bijna bezwerende van wandelen, leent zich heel goed om een meditatieve toestand te bereiken.’

Wat moet ik me daarbij voorstellen?
`Je dwingende gedachten raken op de achtergrond. Bij mij zijn ze nooit helemaal weg, daar moet ik nog een paar keer voor terugkomen op aarde, denk ik, haha. Maar ze raken op de achtergrond en ik zie ze als wolken in de lucht voorbijgaan zonder dat ik ze met mijn gedachten volg. Misschien is een snelweg een betere vergelijking. Ik zie auto’s die voorbijrazen zonder dat ik er eentje volg en me afvraag wat het voor merk is, hoeveel mensen erin zitten et cetera. Mediteren geeft mij rust en vooral ruimte die zich op een gegeven moment vult met vrede. En dat vind ik het mooie aan mediteren. Dat is voor mij een mystieke ervaring. Helemaal als die vrede in me zich verbindt met de vrede om me heen, want dan is het een ervaring waarbij je de eenheid van alles voelt, dat je de aarde ervaart als geheel.
Die eenheid is heel belangrijk voor me, want anders verval je in navelstaren. Ik denk dat het belangrijk is om dicht bij jezelf te komen om vervolgens in contact te komen met alles wat leeft. En die heilige plekken die ik beschrijf nodigen daartoe uit. Dat is eigenlijk alles wat het is. Je moet niet teveel van die plekken verwachten, geen enorme visioenen of zoiets, het is eerder heel subtiel. Zo’n plek nodigt je uit tot het ervaren van iets, maar daar moet je wel zelf het nodige voor doen.’

foto: Marcel van Driel
 

Veel mensen die niet religieus zijn, lopen op vakantie altijd even een kerk binnen. Doe jij dat ook?
`O ja, zeker, je komt er tot rust. En de hoogte en de ruimte en het halfduistere van zo’n kerk doet je ook altijd nietig voelen, vind je niet?’

Ik voelde me vooral in Oost-Afrika. Die overweldigende natuur maakte dat ik me als mens heel erg klein voelde.
`Nietig is een rotwoord, bedenk ik me nu. Eigenlijk ervaar ik het meer als een opgaan in. Het klinkt wel mooi bescheiden, dat nietig, maar het klinkt ook als: ``Ik ben niets en God beslist alles’’, en dat geloof ik niet. Wij kunnen zelf het stuur omgooien, we hebben onze vrije wil. Alleen zijn we onderhevig aan veel grotere stromingen van oorzaak en gevolg en lotsbestemming. En dat is altijd mooi om te beseffen, net zoals het mooi om je eigen belangrijkheid te relativeren.
Ik had het op Mount Kenya, die heilige berg in Kenia waar de oppergod Nkai woont, en ik had het heel erg in de Great Rift Valley, waar het leven op aarde begonnen zou zijn. Ik stond in zo’n jeep en toen kwamen er tienduizenden dieren, van die gnoes en zebra’s, de heuvel over en begon de aarde te trillen en was ik vlakbij tienduizenden hoefjes. Ik onderging het natuurgeweld. Nog nooit heb ik zoiets moois meegemaakt. Ik kan nog steeds ontroerd raken als ik eraan terugdenk.
Het doet denken aan zo’n zwerm vogels in de vlucht die ineens zo’n zwenk maken, die allemaal individuen zijn maar toch verbonden via onzichtbare draadjes, het morfologische veld. En ik denk dat wij mensen ook zo’n veld hebben waardoor we verbonden zijn met alles wat leeft. En dat is voor mij heel troostend om te voelen, omdat het je schijnbare eenzaamheid in een keer opheft, het alleen-zijn, het stuurloos-zijn en het afgescheiden-zijn. En dat opgaan in die eenheid, dat hoeft niet eens met mensen of dieren, dat kan ook met bomen of regendruppels, in alles zit een levenskracht en ik denk ook een goddelijke vonk. Dat is mijn overtuiging, dat alles bezield is. Dat kun je niet zien, dat kun je alleen voelen en ervaren.’

Ervaarde je dat op alle heilige plekken die je bezocht?
"O nee, helemaal niet. En daar ben ik in het boek ook heel eerlijk over. In Stonehenge had ik het helemaal niet. Van tevoren had ik als heks huizenhoge verwachtingen. En toen kwam ik daar, en tja, de natuur was mooi, dat typisch glooiende Zuid-Engelse landschap, maar ik moest eerst onder een soort viaduct door waar allemaal auto’s overheen reden, en toen was er ook nog zo’n lullig touwhekje om de stenen heen gespannen. Ik sjokte vervolgens achter zo’n groepje toeristen aan met van die audiotourdingen in hun oor en ik voelde helemaal niks.’

Welke heilige plek raakte jou het diepst?
"Glastonbury in Zuid-West Engeland, absoluut. Dat is een hele sterke krachtplek, waar zoveel mythen omheen hangen, van King Arthur en Guinevere, van het heilige eiland Avalon, van de Graal die in die prachtige bron waar ik ook geweest ben, de Chalice Well, gegooid zou zijn... Daar rondlopen is echt nog heel veel magischer dan ik van tevoren had kunnen bedenken.
Het voelde daar alsof ik tussen hemel en aarde was. Ik heb die Glastonbury Tor beklommen, een spiraalvormig pad op de heuvel in het landschap. Daarbovenop staan de overblijfselen van een kerk gewijd aan Michael, de Christelijke overname van de plek. Maar het gaat om die plek zelf. Er lopen daar leylijnen die elkaar kruisen.’
Als ik haar niet-begrijpend aankijk, vervolgt ze: `Wat mensen als meridianen in hun lichaam hebben, zo heeft de aarde die ook, en die noemen we leylijnen, dat is niet zo ingewikkeld, die kun je gewoon opmeten. De Michaëllijn en de Marialijn kruisen elkaar daar onder de Tor.’

Kun je zeggen wat je daar voelde?
"Ik was daar met mijn moeder, en we gingen mediteren – of we gingen even rustig zitten met onze ogen dicht, laat ik het eenvoudig houden - en ik was meteen op het punt waar ik normaal pas binnen vijf minuten ben, van opgetild worden, ik was daar onmiddellijk, en het voelde dus of ik precies midden tussen hemel en aarde was. Dat was een hele hevige ervaring, heel mooi. Toen ik klaar was, keek ik om me heen en zag ik vlak naast mijn moeder steeds een zwarte vogel zitten die dan zijn pootjes optrok en het luchtruim koos, en dan kwam er weer een andere vogel die hetzelfde deed. Op een gegeven moment deed mijn moeder haar ogen open en zei ze: ``O Suus, ik had zo’n mooie droom, ik had het gevoel dat ik een vogel was die alleen maar zijn pootjes hoefde op te trekken om zich mee te laten voeren op de wind.’’ Dus toen dacht ik wel even, wow, dit maakt het wel helemaal compleet!

 

 

 


Terug naar top                                                                              Terug naar overzicht

Alle teksten op deze site © Susan Smit, tenzij anders vermeld. / Webdesign: Xntriq.nl