|
Hekserij voor mij
Voordat ik voor het eerst een echte heks ontmoette,
had ik precies dezelfde vooroordelen die sommige mensen
nu over mij hebben. Als ik aan heksen dacht, zag ik
vrouwen voor me die in sekte-achtige groepjes rond een
kookpot dansen of in brouwsels van muizenkeutels en
vleermuizenpootjes stonden te roeren. Ik dacht dat hekserij
duister, vaag en eng was. Dat kan ook niet anders, want
ik ben net als iedereen opgegroeid met sprookjes waarin
heksen vergiftigde appels aan prinsesjes geven en kleine
kinderen vetmesten. Bovendien ben ik een journalist
met een kritische blik, die logische verklaringen wil
en duidelijkheid eist. Die is er bij hekserij niet altijd.
Voor een buitenstaander is het niet makkelijk te doorgronden
omdat er een sluier van geheimzinnigheid omheen hangt.
Je mag niet zomaar rituelen bijwonen, er is geen heilig
boek waar alles instaat en de meeste heksen zijn niet
bijzonder openhartig over hun praktijken.
Toch hebben heksen me altijd gefascineerd. Het leken
me eigenwijze, krachtige vrouwen die hun eigen weg gaan
en zich bezighouden met het bovennatuurlijke. De combinatie
vrouw en kracht wordt meestal negatief afgeschilderd
- kijk maar naar sprookjes. Dat heb ik altijd vreemd
gevonden. Ik besloot een heks te interviewen voor een
vrouwenmaandblad om te horen wat moderne hekserij nou
eigenlijk inhoudt. In het restaurant waar we hadden
afgesproken, kwam een hele moderne, vrolijke meid binnen
die met beide benen op de grond stond. We hebben de
hele avond zitten praten over hekserij en toen ik wegging
dacht ik: hier wil ik alles over weten.
Ik ben er een jaar lang helemaal ingedoken. Ik heb rituelen
en vollemaansbijeenkomsten bijgewoond, heksenfeesten
gevierd, heb leren werken met magie, kruiden en mineralen.
Uiteindelijk heb ik me laten inwijden als heks. Terwijl
dat proces gaande was, gebeurde er zo veel met me dat
ik het op wilde schrijven. Eerst op slordige blaadjes
papier en in mijn dagboek, maar uiteindelijk is het
een boek geworden. Gelukkig geen boek van ‘ik
heb het licht gezien en nu ga ik jullie precies vertellen
hoe het zit’, maar een boek met twijfels en voorzichtige
ontdekkingen. Want zo is het nu eenmaal gegaan: de transformatie
van kritische journalist naar heks gaat niet zonder
slag of stoot. Ik heb tijd nodig gehad om te zien wat
er achter de poëtische teksten, de mythen en de
rituele handelingen schuilging. In het begin voelden
de rituelen, met al die wierook, kaarsen en spreuken,
een beetje aan als theater. Heel langzaam heb ik de
verschuiving van denken naar voelen gemaakt. Ik moest
accepteren dat niet alles te beredeneren valt. Toen
ik dat deed, kwamen de paranormale ervaringen uit mijn
jeugd in volle hevigheid terug. Ik was een heel dromerig
en intuïtief kind, maar na al die jaren op de universiteit
en als journalist was ik nogal serieus en rationeel
geworden. Opeens ‘wist’ ik weer dingen uit
het niets en zag ik dingen die niet te verklaren waren.
Het zesde zintuig is als een luie spier die zich alleen
ontwikkelt als je er aandacht aan besteedt. Ik leerde
weer op mijn intuïtie te vertrouwen. Ik ontdekte
dat rituelen heel effectief kunnen zijn omdat ze een
voornemen of gedachte tastbaar maken en kracht bijzetten.
En ik ontdekte dat hekserij een eeuwenoude westerse
natuurreligie is met prachtige, vredelievende uitgangspunten.
De media-aandacht voor het boek heeft me overdonderd.
Ik wist wel dat hekserij in de Verenigde Staten de snelst
groeiende religie is, en dat ook hier de tijd rijp is
om onze Europese spirituele wortels te herontdekken,
maar ik had nooit gedacht dat er zo veel interesse zou
zijn. Na drie maanden was het boek aan z’n derde
druk toe. Bij signeersessies zie ik heel verschillende
mensen, van alle leeftijden, uit alle lagen van de bevolking,
die enthousiast zijn. Natuurlijk heb ik ook vaak te
maken met vooroordelen. Sonja Barend blééf
in haar programma maar vragen: “Wat kun jij als
heks dat ik niet kan?” Zo’n vraag zou ze
nooit aan een christen stellen, denk ik. Wij doen, op
onze manier, wat elke religie doet: feesten vieren,
onze goddelijke bron eren, mythen en legenden vertellen
en stilstaan bij belangrijke gebeurtenissen met rituelen.
Heks zijn is net zoiets als christen, jood of boeddhist
zijn. Mensen die vragen wat ik voor bijzonders kan,
willen maar één ding horen: dat ik kan
toveren. En dat antwoord kan ik ze niet geven.
Jezelf heks noemen brengt nog steeds veel teweeg. Er
zijn in voorgaande eeuwen veel dingen over heksen beweerd
en in de loop van de tijd zijn we er nog in gaan geloven
ook. De christelijke kerkvaders hebben vroedvrouwen,
kruidenvrouwen, priesteressen en paranormaal begaafde
vrouwen in een kwaad daglicht gesteld door hun eigen
christelijke uitvinding, de duivel, op hen te projecteren.
Heksen zouden onder invloed van de duivel staan. Het
is de succesvolste lastercampagne ooit geweest, want
veel mensen geloven dat nog steeds. Mijn uitgeverij
ontvangt regelmatig dreigbrieven die aan mij gericht
zijn, sommige mensen durven me niet meer in de ogen
te kijken als ze horen dat ik een heks ben en toen ik
laatst een lezing op een katholieke school hield, werd
er een bommelding geplaatst om me ervan te weerhouden
te spreken. En dat allemaal uit angst voor de duivel,
die voor heksen niet eens bestaat. Angst is een slechte
raadgever. Het is het tegenovergestelde van liefde.
Ik wil mensen informeren, misverstanden en angst wegnemen.
Ik blijf mezelf heks noemen omdat ik hoop dat het ooit
weer gaat betekenen wat het oorspronkelijk betekende:
ziener, heler, priesteres, wijze vrouw. En omdat ik
eer wil bewijzen aan al die onschuldige mensen die zijn
vermoord.
Ik zie er met mijn blonde haar niet uit zoals mensen
zich een heks voorstellen. Daar maak ik gebruik van,
ja. Geen misbruik. Ik besef dat het me meer welwillendheid
brengt zodat ik mijn verhaal kan doen. Ik wil de beginselen
van hekserij toegankelijk maken, zodat mensen zich erdoor
kunnen laten inspireren. Maar het maakt me ook weleens
kwaad als mensen opgelucht zeggen dat ik er vriendelijk
uitzie. Dus oude grijze vrouwen, die precies hetzelfde
denken als ik, moeten nog harder vechten. Dat is niet
eerlijk.
Sommige heksen verdenk ik er weleens
van dat ze het prettig vinden dat mensen bang voor ze
zijn of tegen ze opkijken. Er wordt veel gedweept met
magie. En dat terwijl magie eigenlijk heel simpel werkt.
Het is gedachtenkracht. Wij geloven dat alles energie
is, ook onze gedachten, dat alles met elkaar verbonden
is en dat alles invloed op elkaar uitoefent. Met gedachtenkracht
de werkelijkheid beïnvloeden, dat is magie. Eigenlijk
doet iedereen dat de hele dag door: we ‘denken’
een favoriete schaatser vooruit bij een sportwedstrijd.
We fantaseren hoe ons nieuwe huis eruit zal zien. We
denken even aan iemand als ‘ie op dat moment een
belangrijk sollicitatiegesprek heeft. Heksen zijn ervan
overtuigd dat dat effect heeft. Gedachten zijn ontzettend
belangrijk. Alles begint met een gedachte. Alles wat
we doen, ook al is het even een pluisje van onze jas
wegvegen, hebben we eerst bedacht. Heksen weten hun
gedachten zo te concentreren, te richten en te sturen,
dat het een extra sterke werking heeft. Sommige heksen
ondersteunen hun gedachtenkracht met kaarsen in een
bepaalde kleur, wierook, mineralen en spreuken, maar
uiteindelijk gaat het om dat wat ze visualiseren. Ik
ben wat dat betreft een nuchtere heks. Niet teveel toeters
en bellen, alsjeblieft.
Magie boezemt veel mensen angst in. Misschien omdat
het een beroep doet op de eigen kracht in plaats van
de handen vouwen en God vragen om iets voor elkaar te
krijgen. Heksen geloven dat hun godin en god, het vrouwelijke
en het mannelijke principe, in jezelf zit. En in alles
om hen heen. In elk grassprietje, bloemblad en zuchtje
wind. Magie gaat uit van vertrouwen in je eigen scheppingskracht,
vrije wil en verantwoordelijkheid voor je daden. Met
magie moet je zorgvuldig omspringen: wij geloven dat
alles wat we doen, in drievoud naar ons zal terugkeren.
Er bestaat maar één heksenwet: doe wat
je wilt, mits het niemand schaadt. Als je magie gebruikt
om een ander schade te berokkenen, krijg je het dus
onherroepelijk terug op je bordje. Zwarte magie past
sowieso niet in de traditie van de heksen: zij hebben
hun kennis van de natuur, magie en hun zesde zintuig
altijd ingezet om heling, liefde, voorspoed en vrede
te brengen.
Ik doe weleens aan magie voordat ik een belangrijk gesprek
of een interview heb. Dan zie ik mezelf rustig, zelfverzekerd
zitten, mijn woorden goed kiezend. Ik stuur energie
naar dat beeld, en soms gebruik ik er een toverspreuk
bij. Op het moment zelf, als ik het nodig heb, voel
ik al die energie naar me toe stromen. Soms doe ik magie
voor anderen, als ze dat willen. Dan steek ik een kaars
voor ze op, haal een stukje papier door een gat in een
steen of geef ze een zakje met kruiden mee dat ze bij
zich kunnen dragen. Magische wensen kun je het beste
formuleren vanuit jezelf. Dus: ‘Ik wil beter omgaan
met de conflicten in de familie’. En niet: ‘De
familie moet aardiger voor me zijn.’ Mijn toverspreuken
besluit ik altijd met: ‘Mits het voor het welzijn
voor allen is; zo zal het zijn.’ Zo voorkom ik
dat ik anderen dupeer of dat ik belangrijke ontwikkelingen
in de war schop.
De natuur is de spirituele leraar van de heksen. Alle
spirituele lessen die er maar te bedenken zijn, kun
je trekken uit de natuur. Ik probeer te leven in het
hier en nu, in harmonie met de grote ritmen: dag, nacht,
de maancyclus, de seizoenen. In de herfst, als de bomen
hun bladeren laten vallen, laat ik oude patronen los.
In de lente, als de zaden ontkiemen en de aarde wakker
wordt, maak ik plannen. Ik ben opgehouden met tegen
de stroom in zwemmen en dat scheelt me zoveel frustratie
en levert me zoveel levenslust op. Ik hoef niet meer
altijd te rennen. Voor mij is het bestaan circulair,
met ruimte voor geboorte, groei, verval, dood en wedergeboorte,
en niet meer lineair. Er kan niet alleen maar groei
en vooruitgang zijn. Dat besef heeft me veel rust gegeven.
Het idee van wedergeboorte spreekt me aan. Niets gaat
verloren in het universum, het krijgt alleen een andere
vorm. Elk einde is een nieuw begin. Ik heb altijd het
gevoel gehad dat ik veel vaker op deze aarde heb rondgelopen.
Voor het boek ben ik een paar keer in regressietherapie
geweest, terug naar vorige levens. Ik vond mezelf heel
vaak terug als kruidenvrouw of priesteres in oude, westerse
beschavingen. Ik ben al tientallen keren heks geweest.
Dat verklaart de herkenning die ik had bij bepaalde
feesten en rituelen en de drang die ik voelde om hekserij
te onderzoeken. Als je ooit op dit spirituele pad hebt
gelopen, blijft het in al je volgende levens aantrekkingskracht
op je uitoefenen.
Ook al ben ik heks geworden, op het eerste gezicht ben
ik nog steeds dezelfde Susan. Ik sport, ga dansen met
mijn vriendinnen, ga naar de bioscoop met mijn vriendje
en schrijf over de dingen die me interesseren. Ik ben
me ook niet ineens in zwarte gewaden gaan hullen, want
dat vind ik onzin. Heks ben je tussen je oren. Aan mijn
huis kun je wel zien dat er een heks woont: er staat
een altaar met symbolen van de elementen lucht, vuur,
water en aarde, mijn keuken staat vol met kruidenpotten
en op de schoorsteenmantel staat een beeld van de Griekse
maangodin Hekate. Vriendinnen zeggen weleens dat ik
een andere uitdrukking in mijn ogen heb gekregen sinds
mijn inwijding. Serener, rustiger, krachtiger. Zo voel
ik dat zelf ook wel. Ik vond het een eye-opener om me
bewust te worden van mijn eigen kracht, mijn vrouwelijke
intuïtie en mijn vermogen om het leven vorm te
geven. Iemand die de heks in zichzelf heeft gevonden
accepteert die kracht, die keuze, die verantwoordelijkheid.
Het is alsof er een sluier wordt weggenomen en je wakker
wordt. Dat is wat ik wil: met open ogen en een open
hart in de wereld staan. Ik kan nu met trots en overtuiging
zeggen: ik ben een heks. En stiekem weet ik dat ik dat
altijd ben geweest.
Dit verhaal verscheen in het tijdschrift Top
Santé van juni 2002. |