Hoofdstuk
9: De heksen van Salem
Waar moet ik naartoe als ik meer over hekserij wil leren?
Salem, een stadje in Massachusetts, lijkt steeds weer op
te duiken. De pratende zwarte kat van Sabrina,
the Teenage Witch heet Salem. De gemene heksen Bette
Midler en Sarah Jessica Parker vallen in de film Hocus
Pocus jonge mensen vanuit hun spookhuis in Salem lastig.
De hekserige voorouders van Phoebe, Piper en Prue uit Charmed
woonden in Salem.
In de nacht
van Halloween, de nacht waarop Amerikaanse kinderen zich
verkleden als heks, druïde of dracula, zijn alle hotelbedden
in Salem en omstreken gevuld met journalisten die de gebeurtenissen
voor heel televisiekijkend Amerika in de gaten houden. Er
wonen momenteel meer dan vijftienhonderd heksen in Salem,
Massachusetts. Er zijn een stuk of tien musea die op een
of andere manier met hekserij te maken hebben, tientallen
plaatsen waar heksen hun waarzeggende en helende gaven aanbieden
en evenveel heksenwinkeltjes vol zelfgebrouwde oliën, wierook
en kruidenzakjes.
Vandaar dat
ik besluit om in oktober een kijkje te nemen in Salem, waar
ik een afspraak heb gemaakt met Laurie Cabot. Zij is zonder
twijfel de bekendste heks van Amerika. Ze richtte de Witches
League for Public Awareness op om te strijden tegen vooroordelen,
opende de eerste heksenwinkel in Salem, schrijft succesvolle
boeken en geeft workshops. Sinds ze in 1977 de Patriots
Award uit handen van gouverneur Michael Dukakis ontving
staat ze bekend als ‘de officiële heks van Salem’. De prijs
wordt ieder jaar uitgereikt aan een burger die zich heeft
ingezet voor welzijn, verrijking en verbetering van de staat
Massachusetts. Het was voor het eerst in de geschiedenis
dat een heks officieel werd onderscheiden voor de goede
werken die ze deed voor de gemeenschap.
Om in Salem
te komen, neem ik vanuit Boston de trein. Het treinstation
van Salem blijkt niet meer te zijn dan een afdakje met een
bank eronder. Een voorbijganger wijst me de weg naar mijn
hotel, dat midden in het oude centrum zou moeten staan.
De omgeving wordt inderdaad steeds levendiger. Ik zie etalages
met potten kruiden en dampende ketels, aanplakbiljetten
met ‘Toekomst voorspellen: tien dollar’ en souvenirwinkels
met heksjes met puntmutsen van stro. Op het portier van
een langsrijdende politieauto zie ik het wapen van de plaatselijke
politie: een heks op een bezemsteel met de woorden ‘Salem
Police, the witch city, Massachusetts’ eronder.
Ruim driehonderd
jaar geleden, in 1692, brak er in Salem een van de laatste
grote heksenjachten van de geschiedenis uit. Honderden mensen
uit Salem en omliggende dorpjes werden beschuldigd, tientallen
werden schuldig bevonden en opgehangen. Het is ironisch
dat juist dit stadje vandaag de dag zoveel heksen aantrekt.
Je zou denken dat dit de laatste plek in Amerika is waar
je je als heks zou willen vestigen.
De heksenjacht
begon destijds in de keuken van dominee Parris, waar de
slavin Tituba domineesdochter Betty en haar vriendinnen
in de avonduren vermaakte met magische verhalen uit haar
moederland Barbados. De pubermeisjes raakten gefascineerd
door magie en waarzeggerij. Ze maakten een primitieve kristallen
bol van eiwit in een glas water en probeerden het beroep
van hun toekomstige echtgenoten erin te zien. Een onschuldig
spel, totdat een van de meisjes beweerde een doodskist in
het glas te zien. Vanaf die avond kregen de meisjes toevallen,
visioenen en raakten spontaan in trancetoestanden. De plaatselijke
dokter kon geen enkele medische verklaring voor hun toestand
vinden en concludeerde dat de duivel in het spel moest zijn.
‘De duivel is onder ons,’ riep de dominee de zondag daarop
vanaf zijn kansel in de kerk, ‘en zijn woede is onstuimig
en vreselijk. God weet wanneer hij weer tot zwijgen wordt
gebracht.’
Zeventiende-eeuwse
puriteinen geloofden dat de duivel niet alleen te werk kon
gaan, maar mensen nodig had om hem te helpen. Mensen die
een pact met de duivel hadden gesloten werden als heks bestempeld.
In de maanden die volgden werden hoorzittingen gehouden,
waarbij de meisjes gevraagd werd naar de handlangers van
de duivel die hen hadden behekst. Ze moesten namen noemen.
Steeds meer meisjes en jonge vrouwen gingen vreemd gedrag
vertonen en beschuldigden dorpelingen van hekserij. Tientallen
beschuldigingen werden gemaakt, arrestaties verricht en
rechtszaken gestart. Vanuit Boston werd een delegatie rechters
gestuurd.
Bij iedere
rechtszaak waren de meisjes aanwezig. Als de verdachten
opstonden om verhoord te worden, vielen de meisjes flauw,
begonnen te schuimbekken en te gillen alsof ze gemarteld
werden.
Tegen de
tijd dat het lente werd, zat de gevangenis vol mannen en
vrouwen die hun rechtszaak afwachtten en werden verdachten
veroordeeld en opgehangen. Staande op het schavot schokte
een van hen de menigte door helder en foutloos het onzevader
te reciteren - iets wat een heks volgens de heersende opvattingen
niet voor elkaar kreeg. De roep om zijn vrijlating door
omstanders werd overstemd door gillende meisjes die beweerden
dat ‘een zwarte man’ op zijn schouder het gebed in zijn
oor fluisterde.
Ten slotte
begon de massahysterie af te nemen. De meisjes, dronken
van macht, begonnen de namen van bekende en hoogstaande
mensen te noemen. Toen ze zelfs Lady Phips, echtgenote van
de koninklijke gouverneur, beschuldigden, haalde de gouverneur
de rechters terug naar Boston en beëindigde daarmee op 29
oktober de heksenprocessen in Salem. De verdachten werden
vrijgelaten, de ter dood veroordeelden werden alsnog vrij
gesproken en de nachtmerrie was voorbij. Kort daarna werd
de wet gewijzigd: voortaan zouden verklaringen van ooggetuigen
niet meer voldoen als bewijs voor hekserij.
Nog
steeds zijn er stille getuigen van die tijd terug te vinden
in Salem. De uit 1629 stammende kerk, waarin de dominee
zijn volgelingen waarschuwde voor de duivel, staat er nog
steeds. Op de Charter Street Burial Ground, de op een na
oudste begraafplaats van Amerika, staat een gedenkteken
voor de slachtoffers van de heksenjacht. In twintig marmeren
banken staan hun namen en de data van hun executie gegraveerd.
De boeren
en burgers die in 1692 werden opgehangen waren waarschijnlijk
geen heksen. Het waren vermoedelijk ook niet de vroomste
christenen of meest frequente kerkgangers. Misschien hielden
ze eeuwenoude tradities in ere die de puriteinen ‘heidens’
zouden noemen. Misschien staken ze een vreugdevuur aan als
de lente in zicht kwam, gebruikten ze kruiden om koorts
te verlichten, of baden ze tot Moeder Aarde om hun graan
te zegenen, zoals hun voorvaderen altijd hadden gedaan.
De volgende dag gebruik ik om door het havengebied
te wandelen, in de heksenwinkeltjes te snuffelen en de musea
te bezoeken. Het Salem Witch Museum, gevestigd in een grote
gotische kerk, laat de gebeurtenissen van 1692 zien en noemt
het ‘een les voor tolerantie’. Het Salem Witch Village Museum,
gelegen naast de begraafplaats, licht toeristen in over
moderne hekserij. ‘Een rondleiding door échte heksen,’ staat
er op de folder die ik in mijn handen gedrukt krijg. Ik
besluit een kijkje te nemen.
Trish, een
jonge vrouw met felrode lippenstift en ravenzwart haar,
leidt ons groepje langs wassen poppen en voorstellingen
die de geschiedenis van de Oude Religie moeten vertellen.
Gaandeweg legt ze uit waar de vooroordelen over heksen vandaan
komen, zoals de bezem waar heksen op zouden vliegen. Boeren
gebruikten bij hun vruchtbaarheidsrituelen hooivorken en
bezemstelen waar ze overheen sprongen; het gewas zou zo
hoog worden als de hoogste sprong. De bezem was, vanwege
de fallische vorm, een vruchtbaarheidssymbool die bij vruchtbaarheidsdansen
tussen de benen gestoken werd. ‘Een toevallige passant zou
bij het zien van die rituelen kunnen denken dat een heks
probeert te vliegen, maar haar bezem weigert te starten,’
merkt Trish droogjes op.
De puntmuts
waarmee heksen in sprookjes worden afgebeeld, zo vertelt
Trish ons, is vroeger echt gedragen tijdens bepaalde rituelen.
Hogepriesteressen en sjamanen geloofden dat ze door de punt
van hun hoofddeksel die richting hemel wees, beter in verbinding
stonden met de goddelijke wereld. Net als kerktorens, denk
ik geamuseerd.
Na afloop
van de rondleiding raak ik met Trish aan de praat. Als ik
afscheid neem en weg wil lopen, houdt ze me tegen. ‘Heb
je misschien zin om vanavond naar de volle maansabbat te
komen?’ vraagt ze. Het wordt gehouden in een zaaltje van
het museum. Ik zeg dat ik haar uitnodiging graag aanneem.
Ze knikt tevreden. ‘Neem dan wat wijn mee voor erna.’
Aan
het einde van de middag heb ik afgesproken met Laurie Cabot
in haar winkel ‘The Cat, the Crow and the Crown’. Laurie
is er nog niet, dus snuffel ik even rond. Er zijn kruidenzakjes,
pakketjes van kaarsen, olie en kant-en-klare toverspreuken,
potjes met fairydust en allerhande brouwsels. Ondertussen
babbelt de verkoopster over Laurie en haar drukke schema.
Er liggen stapels gesigneerde boeken De
heks in elke vrouw en
De kracht van de heks, die Laurie Cabot bekend hebben
gemaakt. Dan rinkelt de deurbel en er komt een oudere vrouw
binnenstormen. Ze draagt zwarte oogschaduw, een zwart gewaad
en een groot zilveren pentakel om haar nek. De wind heeft
haar grijze haar met zwarte plukken verwaaid tot een wilde
bos. Als ze dichterbij komt, zie ik dat ze een tatoeage
in de vorm van een spiraal op haar linkerwang heeft. Ik
moet even slikken. Als deze vrouw beweert dat ze een heks
is, gelooft iedereen haar meteen. Ze voldoet helemaal aan
het stereotype.
Het blijkt
Laurie Cabot te zijn. Ze excuseert zich voor haar verlate
komst, geeft me een stevige hand en kijkt terloops in de
spiegel. ‘Iehieh, nu maak ik zelfs mezelf bang,’ gilt ze
en probeert tevergeefs haar verwaaide coupe glad te strijken.
Als we naar een kamer achter de winkel lopen, stel ik maar
meteen de meest prangende vraag: waarom kleedt ze zich zo
dramatisch?
Laurie glimlacht,
in het geheel niet in verlegenheid gebracht. ‘Vijfendertig
jaar geleden, toen ik besloot dat ik een heks wilde zijn,’
zegt ze, ‘deed ik een belofte aan de godin. Ik beloofde
dat ik herkenbaar zou zijn als heks en altijd voor mijn
religie uit zou komen. In die dagen waren er twee mogelijkheden:
óf mensen geloofden niet in heksen óf ze waren er doodsbang
voor. Ze hadden geen eigentijdse, positieve voorbeelden.
De enige manier om de discussie op gang te krijgen, was
om op te vallen als heks. Als ik over straat liep schermden
sommige mensen hun ogen af omdat ze hadden geleerd dat je
een heks niet in de ogen moet kijken, anders zouden er vreselijke
dingen gebeuren. Anderen kwamen naar me toe om mij of mijn
pentakel aan te raken omdat ze hadden gehoord dat een heks
genezende krachten bezit waardoor hen iets geweldigs zou
overkomen.’
Laurie Cabot
maakt het zichzelf niet makkelijk. Mensen die niets van
hekserij af weten, zijn snel door haar verschijning geprovoceerd
en moderne heksen verdenken haar van het commercieel exploiteren
van haar heks-zijn. Ze vragen zich af waarom ze zo nodig
zwarte gewaden moet dragen als het ook zonder kan. ‘Heksen
van nu kunnen gekleed in hun mantelpakjes zeggen dat ze
heksen zijn en mensen zullen hen geloven. Toen ik begon
werkte dat niet. Het is mooi dat heksen tegenwoordig zichzelf
kunnen zijn, maar waar waren zij toen ik als enige mijn
nek uitstak? Ik wilde opvallen omdat ik dacht dat het zou
helpen om veranderingen op gang te brengen. Nog altijd draag
ik publiekelijk zwarte kleding, zwarte oogmake-up en een
pentakel, ook al is het niet meer zo nodig. Het is nu eenmaal
mijn belofte en daar houd ik me aan.’
Laurie Cabot
werd op 6 maart 1933 geboren. Haar vader was een zakenman
met een belangstelling voor natuurwetenschappen, haar moeder
een nuchtere huisvrouw. Laurie had geen broertjes of zusjes,
maar haar kindertijd was magisch en fantasierijk. Ze geloofde
in feeën, wist waar ze in de tuin woonden en liet bij volle
maan, als ze dacht dat ze te voorschijn kwamen om te dansen,
eten voor ze achter. Op koude nachten zorgde ze voor kleine
satijnen dekentjes om ze warm te houden. Haar moeder verbood
haar dit, maar haar Mexicaanse kindermeisje Olive hielp
haar stiekem naar buiten om poppenbordjes met eten voor
ze neer te zetten. ’s Morgens was het eten altijd verdwenen.
Op haar vierde
jaar begonnen haar paranormale gaven zichtbaar te worden.
Soms kon ze horen wat iemand dacht, en bracht ze diegene
onbedoeld in verlegenheid. ‘Ik kende het verschil niet tussen
gedachten en opmerkingen,’ zegt ze. ‘Ik kwam vaak in de
problemen als ik hun gedachten herhaalde of erop reageerde,
terwijl dat niet gewenst was. Ach, iedereen is paranormaal
begaafd, sommigen wat meer dan anderen, maar met het verstrijken
van de jaren worden die talenten door de maatschappij uit
ons weggeconditioneerd. Ook ik leerde al snel om mijn mond
te houden en geen aandacht meer te besteden aan zaken die
ik niet kon ‘weten’. Ik werd er niet aardig door gevonden,
en dat is een ramp voor een kind.’
Haar eerste
ervaring met een andere bewustzijnstoestand had ze op haar
zesde - ironisch genoeg tijdens een katholieke mis. Het
flakkeren van de kaarsen, de geur van wierook en de hypnotiserende
gezangen brachten haar spontaan in een trancetoestand. Terwijl
ze deed of ze bad, liet ze zich meevoeren in een diepe meditatie.
Vanaf die dag ging ze iedere zondag zonder morren met haar
vader naar de mis.
Dertig
jaar na haar coming out is Laurie Cabot vooral bezig met het betrekken van wetenschappelijke
principes bij haar hekserij. Ze stichtte de Cabot Tradition
of the Science of Witchcraft, en geeft daarin cursussen,
workshops en colleges. ‘Hekserij is een religie, een kunst
en een wetenschap. ‘Magie is geen geloof, maar een kunde:
het werkt volgens principes die volkomen logisch in elkaar
steken,’ zegt ze.
Een van de
principes waar Laurie het over heeft, is de Wet van het
Mentalisme. Natuurkundigen hebben ontdekt dat de ‘grondstof’
van het universum - materie en energie - in feite informatie
is. Die informatie ligt vast in DNA-structuren. De DNA-code
bepaalt elke plant, elke steen, elke waterdruppel en elke
flakkering van kaarslicht.
Een ander
principe is de Wet van de Vibratie: alles in het universum
is in beweging, en vibreert in zijn eigen tempo en ritme.
Materie is dus niet passief en onbeweeglijk, zoals het lijkt,
maar stuurt voortdurend trillingen uit. ‘Geoefende heksen
voelen het trillingsveld rond objecten, wat sommige mensen
een aura noemen, en werken ermee. Ze gebruiken de trillingen,
of de energie, van kruiden, oliën en andere ingrediënten
om hun kruidenzakjes en brouwsels mee te maken. De combinatie
van de ingrediënten hebben een magisch effect op lichaam
en geest. Het is een stap verder dan aromatherapie, zou
je kunnen zeggen.’
Heksen geloven
dat ook gedachten een trillingsniveau hebben en invloed
uitoefenen op de wereld om ons heen. Telepathische boodschappen
bijvoorbeeld, worden van geest naar geest overgedragen via
trillingsgolven. ‘Informatie komt binnen via de pijnappelklier,
ofwel het derde oog, dat zich in het midden van het voorhoofd
iets boven de ogen bevindt,’ legt Laurie uit. ‘Dat gebeurt
bij ons allemaal, alleen blokkeren en negeren we het, omdat
we niet gewend zijn ermee te werken. Je moet het leren interpreteren,
zodat je toegang hebt tot alle denkbare informatie.’
Laurie leert
haar leerlingen hoe ze in een bewustzijnstoestand kunnen
raken waarin ze die informatie beter kunnen verwerken. ‘De
meeste mensen die drie minuten met hun ogen gesloten zitten,
beginnen spontaan te visualiseren. Na een beetje oefening
raak je vanzelf in een meditatieve staat. Er zullen geen
alarmbellen afgaan. Je voelt je niet anders, maar je zult
er wel mee moeten leren werken.’
Laurie begrijpt
precies hoe haar leerlingen zich voelen als ze zich in die
toestand wagen aan voorspellingen: het is als lopen op water.
Het is niet voor te stellen dat je het kan totdat het je
lukt. ‘Het is altijd spannend om te zien hoe een klas gaat
geloven in hun eigen vermogens,’ vertelt ze. ‘Iedereen heeft
een bovennatuurlijke gave en ieder van ons kan opnieuw leren
- of zich herinneren - hoe het te gebruiken.’
Bij ons afscheid
kijkt ze me diep in de ogen. ‘De poorten tussen de werelden
zullen zich voor je openen,’ zegt ze. ‘Binnen korte tijd
zul je glimpen van de andere wereld gaan opvangen. Neem
die beelden niet te letterlijk, ze zijn slechts een teken
van de ontwikkeling van je derde oog. De deur is open, dat
zie ik duidelijk, maar je moet ermee leren werken. Sta toe
dat beelden scherper en duidelijker worden. Het spirituele
pad dat je nu bewandelt is je lot, daar hoef je niet aan
te twijfelen. Het is de bedoeling dat je dit allemaal meemaakt.’
Dan zegt
ze iets waar ik de hele weg terug naar mijn hotel over blijf
piekeren. ‘Ik voel dat je een heks zult worden en dat je
er goed in zal zijn. Je zult van alles een beetje weten
en je kennis praktisch gebruiken om anderen te helpen.’
Als
de zon onder is, loop ik terug naar het Salem Witch Village
Museum. Het is de nacht van volle maan, dus het is niet
helemaal donker op straat. Trish zei dat de achterdeur open
was, en ik mezelf binnen mocht laten. Al van een afstandje
zie ik dat er een boek tussen de deur en deurpost is geklemd.
Ik trek de zware deur open en loop op de tast door de gang,
naar waar het geroezemoes vandaan lijkt te komen.
Plotseling
sta ik in een door kaarsen verlichte ruimte. In het midden
staat een groot rond altaar met kandelaars, beelden van
godinnen, hoorns die de god symboliseren, bloemen en vruchten.
Eromheen staan mensen in groepjes te praten. Kinderen rennen
elkaar opgewonden achterna. Als mijn ogen gewend zijn aan
de duisternis, herken ik de assistente van Laurie Cabot.
Ze ziet mij ook, en zwaait naar me.
Ik loop naar
het altaar om dat van dichtbij te bewonderen. Een man, die
later de hogepriester blijkt te zijn, is bezig de attributen
te zuiveren door ze door de wierook te halen. Als hij klaar
is, glimlacht hij naar me en heet me welkom. Trish zie ik
nergens.
Ik drentel onwennig
heen en weer en ben opgelucht als het ritueel begint. Iedereen
neemt elkaar bij de hand en de groep vormt een grote cirkel
rond het altaar. De hogepriester spoort ons aan te ontspannen
en te gronden. Door een zijdeur komt de hogepriesteres binnen,
samen met Trish die haar als Maagd van de heksenkring assisteert.
Ze haalt het zwaard nog eens door de wierook en geeft het
aan de hogepriesteres die de cirkel ermee trekt.
Die avond dans
en zing ik met de heksen van Salem en hun families. Een
voor een springen we over een grote ketel waar een vreugdevuur
in brandt. Moeders tillen hun jongste kinderen op en zwaaien
ze eroverheen. Het ontsteken van vuren en eroverheen springen
kent een lange traditie: het zou vruchtbaarheid en voorspoed
brengen en beschermen tegen allerlei kwalen. Het voelt zeker
bekrachtigend om over vuur te springen - alsof je moed en
levenslust in jezelf wakker maakt.
Op het opzwepende
ritme van de trommel dansen we de spiraaldans: een traditionele
magische dans om energie op te wekken. Het is de spiraalvormige
dans van de moleculen, van alles wat leeft. We draaien in
een grote slinger rondjes om elkaar heen, waarbij de cirkel
steeds kleiner wordt tot iemand in het midden alleen nog
om haar eigen as draait. De persoon in het midden spreidt
haar armen uit en richt ze naar de hemel, waarbij ze uitroept
naar wie ze de opgewekte energie wil sturen. Vervolgens
brengt ze haar handpalmen bij elkaar en laat ze zakken tot
bij haar hart. In een symbolisch gebaar ontvouwt ze haar
handen en brengt ze naar voren, alsof ze de stroom energie
vanuit haar hart naar de ander uitstuurt. Daarna voegt ze
zich weer bij de buitenste cirkel. Er worden namen geroepen,
woonplaatsen, gelukswensen. Er is gelach en gezang. De ruimte
gloeit van warme, pulserende energie. Terwijl ik dans denk ik aan de woorden van Laurie Cabot:
‘Alles in het universum is in beweging en heeft zijn eigen
tempo en ritme. Het beweegt in cirkels en spiralen, voor-
en achteruit, op en neer, in en uit. Zoals eb en vloed,
onze ademhaling en het stromen van het bloed door ons lichaam,
weg van het hart en terug. De pendel blijft altijd zwaaien.’