Terug
naar overzicht
Toiletboek
Op een donderdagmiddag zat ik met wat schrijvers in
de kroeg te borrelen en te mopperen, zoals dat gaat.
'Mijn redacteur begrijpt me niet,' somberde de een.
De ander klaagde dat hij zijn plot maar niet op een
natuurlijke manier kreeg uitgewerkt en daadwerkelijk
overwoog de dader zijn misdaad als in een B-film te
laten opbiechten: "Toen jullie allemaal dachten
dat ik dít deed, deed ik mooi dát. Ha!"
De volgende wanhoopte dat haar manuscript misschien
een doodgeboren kindje was en helemaal niet publicabel
was en ik zeurde dat ik 'in de boekhandel niet meer
op tafel lag, maar in de kast stond'.
Het tij leek te keren toen er een man naar ons tafeltje
liep en vroeg of ik soms 'die schrijfster van De zweefmolen'
was. Ik begon al te glimmen, totdat hij verder sprak.
'Ik lees je boek op de wc!' riep hij opgetogen uit.
'Het is echt een toiletboek met die korte stukjes.'
'Tijdstip van overlijden: zeventien uur veertig,'
gniffelde schrijver Arjen Lubach toen hij mij wit
weg zag trekken. Beelden van mijn boek, ergens tussen
een toiletborstel en een bus luchtverfrisser, met
mijn auteursfoto ribbelig van de spetters, drongen
zich aan me op. O gruwel! Genoeg om je in een winterdepressie
te storten.
Het kwam niet meer goed tussen deze meneer en mij,
dat mag duidelijk zijn. De rest van de avond hebben
we aanstellerig veel wijn weggewerkt en ons nederig
beseft dat wij schrijvertjes nooit weten in welke
compromitterende posities onze woorden gelezen worden.
Eén troost hebben we wel: jullie weten ook
niet hoe wij zitten te schrijven. Met onze haren gekamd
en ons bloesje gestreken zoals op die auteursfoto
die met pen van een snorretje wordt voorzien en beduimeld
raakt met koffievlekken? Dacht het niet.
© Susan Smit