Terug
naar overzicht
Gouden Strop
Nog nooit heb ik zoveel bebloede lijken, afgehakte
ledematen en rokende pistolen aan me voorbij zien
trekken als de afgelopen weken. Op papier, weliswaar.
Maar toch. Mijn dromen zijn de afgelopen tijd significant
gewelddadiger geworden en laatst betrapte ik mezelf
erop dat ik ´s nachts niet langs portieken durf
te lopen. Dat zit zo: ik zit in de jury van De Gouden
Strop 2007. Dat betekent je voor noppes een slag in
de rondte lezen aan voornamelijk belabberde thrillers
die op de groslijst staan en daar juryrapporten over
schrijven. Waarom doet een mens zichzelf dat aan?
Om het mysterie waarmee jurybijeenkomsten omgeven
zijn te doorgronden, in mijn geval. Dichte deuren,
gewichtige gesprekken, geheimhouding. Fantastisch.
Je moet begrijpen dat ik als freelancer nooit vergader
en het hele gebeuren nogal romantiseer. Vergaderen
is in mijn verbeelding zoiets als het kringgesprek
op de kleuterschool. Ik mis dat vurig als ik op maandagochtend
in mijn eentje achter de computer kruip. Dat heb ik
opgelost door een aerobicklasje te bezoeken met huisvrouwen
en studentes die vragen hoe mijn weekend was, maar
dat is een ander verhaal.
De eerste jurybijeenkomst vond plaats aan een grote
eikenhouten tafel met daarop stapels boeken, thermoskannen
koffie en roze koeken. We begonnen met een voorstelrondje.
Er was een notulist. Tot zover overtrof het mijn stoutste
verwachtingen. Helaas begon daarna het praten. En
het luisteren. Het er van binnen heel erg mee oneens
zijn. Het beschaafd uiten van die mening. Het geïrriteerd
raken. Het iets minder beschaafd uiten van die irritatie.
Het breken van een lans voor een loeihard geschreven
actiethriller en die niet op shortlist krijgen. Het
samenstellen van de shortlist. Zonder die actiethriller.
Het pakken van nóg een roze koek om de teleurstelling
weg te eten.
Het is duidelijk: een vergadertijger zal ik nooit
worden. Een hele troost voor de maandagochtend.
© Susan Smit