Artikelen
  Boekrecensies
  Columns

Home - Journalist - Columns       

 

                                                                                                                  Terug naar overzicht
Spullen


Vanochtend werd ik uitgelachen om mijn ouderwetse mobiele telefoon, die veel te groot schijnt te zijn. ‘Old skool-model,’ probeerde ik nog, ‘juist wel hip, toch?’ Niemand trapte erin. Toen ze ontdekten dat er een prepaid-kaart in zat, kwamen ze helemaal niet meer bij. Of ik soms vijftien was en beltegoed van mijn vader kreeg? Ik heb geen last van een calvinistische inborst: zuinigheid is niet bepaald een van mijn deugden. Ik kan simpelweg geen afstand doen van dat goeie ouwe mobieltje. Het mag misschien materialistisch zijn, maar ik hecht aan mijn eigendommen. Ik kan van spullen gaan houden. Zo gebruik ik nog hetzelfde opnameapparaatje sinds mijn allereerste dag als journalist, ook al heb ik allang een nieuwe aangeschaft. Het ding valt bijna uit elkaar van ellende (en dan overdrijf ik niet: het klepje wordt met plakband dichtgehouden), maar uit dankbaarheid voor alle mooie gesprekken die het heeft opgenomen kan ik het niet over mijn hart verkrijgen het ding weg te gooien. De nieuwe taperecorder is lichtgewicht en geruisloos, maar té nieuw, té kil en té perfect. Karakterloos. Bovendien ben ik gehecht aan het gezellige gezoem. Dat is geen gebrek, maar een statement: Dit Gesprek Wordt Opgenomen, dus alles wat u zegt kan tegen u worden gebruikt.
Ik hecht niet alleen aan mijn bezittingen, ik praat er ook tegen. En dan heb ik het niet over het instinctieve ‘sorry’ na een botsing tegen een plantenbak, wat ik ook doe. Als de stokoude motor van mijn grachtenbootje begint te ronken, geef ik er een bemoedigend klapje op. ‘Even nog, bijna thuis.’ Als mijn fiets na een weekendje weg nog bij het Centraal Station staat - toch een klein wonder in Amsterdam – groet ik hem binnensmonds doch enthousiast bij het weerzien. Als ik me verbeeld dat mijn impulsaangekochte appeltjesgroene laarzen me verwijtend aankijken omdat ze al te lang onaangeroerd in de kast staan, bedenk ik een sobere outfit waarbij de groene monsters niet al te ordinair afsteken en neem ze mee uit naar een feestje. ‘Kom maar mee, jullie.’
Zigeuners geloven dat de energie van een persoon in diens bezittingen stroomt. Na een begrafenis verbranden ze alle spullen, van het beddengoed tot de woonwagen, in een zogenaamde ‘kalderash’ om te voorkomen dat de ziel van de overledene steeds naar de aarde wordt getrokken. Misschien is dat een goed idee voor als mijn tijd gekomen is. De fik erin, want er bestaat een reële kans dat ik anders blijf rondwaren. Op appeltjesgroene laarzen en gewapend met een aftands opnameapparaatje.

 

 


Terug naar top
                                                                                                   Terug naar overzicht

Alle teksten op deze site © Susan Smit, tenzij anders vermeld. / Webdesign: Xntriq.nl