Terug
naar overzicht
Lievelingsjurk
Ik moet een jaar of 19, 20 geweest zijn, vers van
de straat geplukt door een voortvarende fotograaf
en tot mijn eigen verbazing plots dagelijks in fotostudio's
te vinden. Met krulspelden in mijn haar rommelde ik
door het kledingrek van de styliste en mijn aandacht
bleef hangen bij een eenvoudig avondjurkje van het
Amsterdamse designerechtpaar Puck en Hans. Het was
gemaakt van soepele zwarte stof, was van voren hooggesloten
en had een diep uitgesneden ruglijn. Geen Hier-ben-ik-jurk,
maar een subtiel japonnetje voor de goede verstaander
met als enig opvallend detail een zilverkleurige ketting
als halssluiting. Onmiddellijk voelde ik dat dit iets
bijzonders was, zoals je ook aan de eerste tonen van
een liedje op de radio kunt horen dat je het mooi
gaat vinden. Toen de jurk later die dag over mijn
lichaam gleed, chic tot op de knie bleek te vallen
en een duizelingwekkende split bleek te hebben die
pas bij het lopen zichtbaar werd, wist ik dat het
mooie liedje een klassieker zou worden. Na de fotoshoot
paradeerde ik veel te lang in de jurk rond, het moment
uitstellend waarop ik het zou moeten uittrekken. De
styliste had me door en zei glimlachend dat ze de
jurk weliswaar moest terugbrengen naar de winkel,
maar voor me zou laten weghangen.
Die nacht kon ik er niet van slapen. Er zou toch niets
mis gaan? Wat als de jurk toch in de winkel werd gehangen
en verkocht? De volgende ochtend om klokslag negen
uur zette ik mijn fiets tegen de pui van de winkel
aan het Damrak, sprak de winkeldame aan en wachtte
twee eindeloze minuten tot het verlossende moment
waarop ze met het jurkje over haar arm terugkwam.
Geen idee wat ik ervoor betaald heb - ik had sowieso
geen notie van geld in die dagen - maar het euforische
gevoel waarmee ik de winkel uitliep, kan ik me nog
goed herinneren. Hij was van mij!
Die jurk dééd iets met mij. Als ik het
droeg, voelde ik me stijlvol, maar niet truttig. Sexy,
maar niet sletterig. Niet langer was ik het naïeve,
dromerige meisje dat zo wanhopig graag in de smaak
wilde vallen, maar een jonge vrouw die iets van de
wereld wist, haar grenzen kende en zich niets liet
wijsmaken. De jurk en ik waren samen op de laatste
boekpresentatie van Heleen van Royen, de uitreiking
van de Televizierring, een feestje waar we een verpletterende
indruk wilden maken op een leuke jongen en familiediners
waar ik tegenop zag. Nog steeds trek ik het uit de
kast als ik me kleurloos en gewoontjes voel en er
vanuit alle hoeken goed wil uitzien. Ontboezeming:
het is nog steeds mijn eerste-afspraakjesjurk.
Hoe oppervlakkig is het als een jurk je stemming bepaalt?
Ben je een buitenkantvrouwtje als een kledingstuk
je zelfvertrouwen moet geven? Gaat dat niet om hele
andere dingen? Ik kan me een talkshow herinneren waar
ik te gast was en waarbij de visagist mijn haar in
een gruwelijke coupe dwong. Prompt voelde ik me een
onaantrekkelijke grijze muis die niet in staat was
intelligent uit de hoek te komen. Toen ik de uitzending
later terugzag, bleek dat kapsel reuze mee te vallen,
maar mijn timide houding was niet om áán
te zien. Het kapsel had niets verpest, ikzélf
had dat gedaan. Zo zit het natuurlijk ook met het
glorieuze effect dat je toeschrijft aan een geweldig
glittertopje: niet het kledingstuk, maar het effect
ervan op je humeur en zelfvertrouwen is de oorzaak
van complimenten over je verschijning. De jurk gaf
mij het vertrouwen om te stralen en wat steviger in
mijn pumps te staan en heeft me behoedt voor heel
wat onzalige beslissingen die een meisje in de nachtelijke
uren kan maken: dankzij haar liet ik die laatste wodka
staan als ik al aangeschoten was, sloeg ik gratis
drugs af en ging ik niet naar huis met die charmeur
en zijn zoete praatjes. De vrouw in deze elegante
jurk doét zoiets simpelweg niet.
Een tijdje geleden interviewde ik ontwerpster Puck
voor dit blad. Ze was ruim in de zestig en niet langer
couturier maar naaldkunstenares. Toen ik probeerde
uit te leggen wat haar jurk voor me betekend had,
hoe het me ruim tien jaar lang het gevoel had gegeven
waardevol te zijn als ik me waardeloos voelde, knikte
ze en zei luchtig: 'Ja, dat is een beeldig jurkje.'
De reikwijdte van de rol die haar schepping in mijn
leven had gespeeld, ontging haar volledig. Om niet
overdreven dramatisch te zijn, deed ik het daarom
toen maar in gedachten en nu in deze column: dankjewel,
lieve Puck, voor je jurk die een meisje liet voelen
wat voor vrouw ze kon worden.
© Susan Smit