Terug
naar overzicht
Culi-hysterie
Mijn vriendinnen hebben de ‘dinnerparties’
ontdekt. Dat is het verschijnsel dat er zomaar wat
mensen thuis worden uitgenodigd (meer dan vijf en
minder dan tien) die met elkaar dineren en aan het
einde van de avond volgevreten en een tikkie dronken
naar huis gaan. Het is ook dé manier om twee
singles (één uit haar en één
uit zijn vriendenkring) aan elkaar te koppelen door
ze onopvallend naast elkaar aan de eettafel te zetten.
Je mag zoiets niet gewoon een etentje noemen, nee,
het is een dinnerparty. En dat moet gepaard gaan met
feestelijke kleding, cocktails, licht verteerbare
muziek en vooral veel complexe en exquise gerechten.
Niet zomaar wat maagvulling - een bak bami met pindasaus
en lekker veel wijn - maar geraffineerde culinaire
hoogstandjes. Het lijkt wel een wedstrijd. De een
heeft nog niet uitgepakt met gestoomde zeeduivelmedaillons
op een bedje van pesto met broodkruimels en geroosterde
lente-uitjes, of de ander intimideert met gebakken
eendenborst met een knapperig korstje en babypeultjes
en crème brulée na.
Niets mis mee zolang jij gast aan tafel bent, natuurlijk.
Sloven jullie je gerust uit. Totdat er stilzwijgend
verwacht word dat je zelf eens aanbiedt om gastvrouw
te spelen. Wat ik natuurlijk onmiddellijk stoer en
uiterlijk onaangedaan voorstel. Maar dan heb ik een
probleem. Want ik kan niet koken. Met de muziek, cocktails
en feestelijke kleding weet ik wel raad, maar ik krijg
het niet voor elkaar om gerechten op tafel te toveren
die ook maar een beetje in de richting komen van die
van mijn culinaire vrienden. Het zweet breekt me al
uit als ik meer dan drie dingen op tijd gaar en bruin
gebakken moet krijgen. De ellende begint al bij het
boodschappen doen: van het één haal
ik teveel in huis en van het andere veel te weinig.
Ik beheers geen receptentaal: bij termen als ‘au-bain-marie’
of ‘pocheren’ haak ik af. Recepten omrekenen
of improviseren brengen me helemaal in een psychose.
‘Whitney don’t cook’, zei Whitney
Houston tegen Oprah toen die over haar huiselijk leven
begon. Ze zette er grote ogen bij op alsof ze er trots
op was. De diva kookt niet, ze eet alleen op wat haar
goed geïnstrueerde kok haar voorzet. Ik heb geen
persoonlijke kok. Of toch? Toen we pas samenwoonden
zette ik mijn vriend een halfgare kabeljauw met een
stuk ijs in het midden (‘dan eet je er toch
omheen?’), kilo’s taaie pasta en borden
verkoolde gebakken aardappeltjes voor. Sindsdien is
de keuken zijn domein. En als er eens iemand blijft
eten als hij weg is, dan komt het oranje kaasfonduestel
van mijn oma op tafel.
Op televisie lijkt het zo makkelijk. Al die aanstekelijke
enthousiaste jonge televisiechefs draaien in flitsende
en swingende programma’s met ogenschijnlijk
gemak een menuutje in elkaar. Jamie Oliver maakt vijgengratin
met mascarpone voor zijn knappe vrouw en haar vriendinnen
en dan heeft hij ook nog tijd om margherita’s
te mixen. Nigella Lawson gaat helemaal uit haar dak
als ze een druipende chocoladecake uit de oven haalt.
De ingrediënten moeten eerlijk zijn: geen voorverpakt
yuppenvoer uit de supermarkt, maar spullen die je
bij delicatessenwinkels en warenmarkten op de kop
tikt. Of nog beter: uit je eigen groententuin vist.
De zesgangen-menu’s die getoond worden, kunnen
uiteraard in een halfuur klaar zijn. Niet in mijn
keuken, kan ik je verzekeren. Van al dat gebak en
gebraad krijg ik wel zin in eten, maar nog steeds
niet in koken.
De culi-hysterie kent geen grenzen. Zelfs lunchen
kan niet meer gewoon. Elk broodje dat je voorgeschoteld
krijgt ligt in een moestuin van rucola en bieslook.
Op de lunchkaart van restaurants prijken gevulde turks
broden met geitenkaas en zongedroogde tomaatjes en
courgettebrood met verse tijm en pruimtomaten. Kom
nog maar eens om een wit bolletje met oude kaas. Op
feestjes zijn de plakkies worst allang vervangen door
pannenkoekjes met roomkaas en goudgebakken aardappelkoekjes.
Een schaal met ribbeltjeschips? Ze zien je aankomen.
Ik ben geen domestic goddess. Mijn sprankelende persoonlijkheid
compenseert dat ruimschoots, was tot dusver mijn theorie.
Maar vloekend, paniekerig van de kookstress en met
stukjes aardappel in mijn haar omdat ik van pure frustratie
heb staan smijten met ingrediënten, gaat dat
niet meer op. Ik wil ontspannen en vredig glimlachend
de deur kunnen openen voor mijn dinnerparty-gasten.
Gelukkig zit er een goede traîteur op de hoek.
Zo uitgekookt ben ik dan ook wel weer.