Artikelen
  Boekrecensies
  Columns

Home -Columns       

 

                                                                                                                         Bekijk de foto's
Dagboek Bangladesh

Susan Smit ging voor Llink en de campagne ‘Because I am a girl’ van Plan Nederland naar Bangladesh om meisjes die worden uitgebuit als huisslavin, straatprostituee of kinderarbeider in beeld te brengen en een hart onder de riem te steken.

Dag 1
De enkeling die in Bangladesh is geweest, vertelt me over de ondraaglijke stank, de drukte en het risico op buikloop door viezigheid en ongekookt voedsel, dus sta ik met een lading desinfecterende doekjes en evenzoveel mueslirepen in mijn koffer op Schiphol. Mij kan niets gebeuren. De mensen met wie ik de komende negen dagen ga doorbrengen, staan al te wachten: Plan-medewerker Martijn, fotografe Ruth, cameraman Leon en regisseur Gideon.
Na een reis van zeventien uur, met een tussenstop in Dubai, komen we aan in het hotel in Dhaka, hoofdstad van Bangladesh, en kruipen in bed.  

Dag 2
Wat zijn hier veel mensen! We zitten in de auto op weg naar een geïmproviseerd schooltje en ik houd mijn hart vast. Op driebaanswegen – die worden gebruikt als zesbaanswegen – rijden vrolijk gedecoreerde riskja’s, tuktuks en auto’s door elkaar. Toeteren is hier de manier om te laten weten dat je erlangs wil – verkeersregels lijken er niet te bestaan. Het is een kwestie van je neus ervoor gooien en maar hopen dat er wordt afgeremd. Onze Bengaalse chauffeur blijft er rustig onder. Op het papiertje dat aan de stoel voor me hangt, staat dat we hem elke drie uur rust moeten gunnen. Dat lijkt me een goed plan.
De armoede is huiveringwekkend. Overal liggen mensen te slapen op straat. Er komt een bedelaarster bij het autoraam staan. Haar baby hangt slap in haar armen. Ik geef haar een mueslireep en heb het gevoel dat ik een dorstig plantje maar een paar druppels geef.
We komen aan bij het schooltje, dat zich in de hal van een huizenblok blijkt te bevinden. Hier krijgen jonge ‘domestic workers’ twee uur per dag les, als de mensen van Plan Bangladesh hun werkgevers zover krijgen. Dhaka telt duizenden van deze huisslaven: kinderen vanaf vijf jaar die hun dagen vullen met kleren wassen, maaltijden koken, schoonmaken, boodschappen doen en bedienen. Op een zeiltje zitten vijf jongens en twintig meisjes te zingen, tellen, lezen en schrijven. Ik zie kinderen die soms net oud genoeg zijn om zichzelf aan te kleden.
Ik spreek met Hajira (10) die zegt te worden geslagen en uitgescholden door haar werkgeefster, een oudere vrouw. Ze werkt minstens twaalf uur per dag voor een schamel loon dat naar haar ouders op het platteland wordt gestuurd.

Dag 3
Met Nahid, een van de medewerkers van Plan Bangladesh, bel ik aan bij de werkgever van Hajira. De bejaarde vrouw liegt midden in ons gezicht dat ze nooit slaat en dat Hajira maar vier uur per dag werkt. Gefrustreerd ga ik weg.
‘In ieder geval is er geen man in huis die haar kan misbruiken’, zegt Hanid veelbetekenend.
’s Middags gaan we naar de sloppenwijk Bawnieabandh, waar 150.000 mensen op elkaar wonen. Het rioolwater loopt langs de golfplaten huisjes en het terrein is omringd met een vuilnisbelt. We zijn een bezienswaardigheid: ik kan me amper voortbewegen door de drommen nieuwsgierigen. Ogen staren me aan, vingers willen me aanraken. Ik moet een soort buitenaards wezen zijn met mijn 1.83 meter, lichte huid en blonde haar. ‘Are you from Japan?’ vraagt iemand.
Als ze een beetje aan me gewend zijn, ga ik in een klas zitten waar Plan de meisjes inlicht over verkrachting, uithuwelijking, vroege zwangerschap. Ze vertellen me dat als een meisje een huwelijksaanzoek weigert, ze kans loopt dat beledigde familieleden zuur in haar gezicht gooien. Zwangerschap is de grootste doodsoorzaak van meisjes tussen 15 en 19 jaar. ‘Hoe kan een kind voor een kind zorgen?’ zegt een van de meisjes.
Bij deze meisjes zit het wel goed met de bewustwording; nu de rest nog.

Dag 4
We bezoeken een opvanghuis dat door ‘Because I am a girl’ wordt gesponsord. Voor 15 dollar per maand kan een kind hier een maand worden opgevangen. Ik ontmoet er Laki (11), Popi (11) en Pinky (13). We maken kaarsen, vouwen zakjes, zingen liedjes en na een tijdje vertellen ze me, via een tolk, hun verhaal. Alledrie vluchtten ze na misbruik en mishandeling weg van huis, belandden op straat om te bedelen, werden verkracht en verkochten onder druk van een pooier hun lichaam bij het treinstation. Het is moeilijk te geloven dat deze meisjes zich op nóg jongere leeftijd prostitueerden en dat er bovendien klanten waren die geïnteresseerd waren in hun kinderlijke lichaam. 
            Terwijl ik naar hun verhalen luister, maak ik me kwaad. Aanranding, verkrachting, misbruik, gedwongen prostitutie: ik hoor al dagen niets anders van piepjonge meisjes. Welke idioot wil een meisje van zes ontmaagden?
In het Islamitische Bangladesh is ‘vrije seks verboden’. Een affaire met een volwassen vrouw loopt in de gaten, maar jonge meisjes zullen in veel gevallen hun mond houden in geval van verkrachting. Een meisje met seksuele ervaring – vrijwillig of niet – is immers lastig uit te huwelijken. Nog een schokkend feit: een zwangere vrouw heeft hier de laagste status en raakt soms ondervoed.
‘Het zit in de cultuur’ of ‘het is onderdeel van de religie’ wordt me steeds als verklaring gegeven. Nou en? Geen enkel religieus - of cultureel principe staat in mijn ogen boven mensenrechten. Traditie is niets meer dan iets dat we ooit voor het eerst en daarna heel vaak hebben gedaan totdat niemand meer beter weet. Als een maatschappij niet toestaat dat iedereen zich in vrijheid kan ontwikkelen, dan moet die maatschappij veranderen.
Als even niemand kijkt, trekt Popi met een bezorgde blik mijn rok, die een beetje omhoog is gekropen, naar beneden over mijn kuiten. Het gebaar ontroert me.

Dag 5
In BNWLA, een juristenkantoor met alleen vrouwelijke advocaten, brengen we een meisje van zes onherkenbaar in beeld. Ik houd haar op mijn schoot en vertel in de camera hoe ze door een onderbuurman is verkracht, naar het ziekenhuis werd gebracht en nu in afwachting is van de rechtszaak. Als we klaar zijn, slaat ze haar armpjes om mijn nek en we blijven even zo zitten.
            Van een advocate hoor ik dat de baby’s van bedelaars meestal zijn gehuurd van moeders die in fabrieken werken. Ze worden gedrogeerd.

Dag 6
Het ziet ernaar uit dat het de hele dag zal regenen. Met Pinky, die een popje van een bolletje wol voor me heeft gemaakt, Popi en Laki ga ik naar het treinstation waar ze twee keer per week naartoe gaan om meisjes ervan te weerhouden te tippelen en mee te nemen naar het opvanghuis. Ik voel me vreemd trots als ik hen bezig zie. 

Dag 7
Eindelijk mogen we de stinkende stad uit en gaan we naar het platteland! Na uren rijden en een kwartier wandelen vinden we tussen de rijstvelden een piepklein dorpje. Ik ontmoet er Rosina (15) die op haar dertiende van school werd gehaald, werd uitgehuwelijkt en nu een kind heeft. Ze gaat onhandig om met de baby. ‘Eigenlijk wilde ik graag lerares worden,’ zegt ze.

Dag 8
Met Nahid ga ik de deuren langs om werkgevers van ‘domestic workers’ ervan te overtuigen de kinderen gratis twee uur per dag op school te doen. ‘Ik betwijfel of ze slim genoeg is om te leren,’ zegt een vrouw over haar huishoudster van veertien.
            In een van de slechtste buurten van Dhaka praat ik met meisjes die tippelen en verslaafd zijn aan ‘dandie’, schoenenlijm die gesnoven wordt. Als de schemering invalt ga ik met ze de straat op. Onder een boom stiften ze hun lippen en transformeren ze van kinderen in lichte vrouwen. Het geld gaat naar hun zogenaamde ‘uncle’ die voor ze spaart.
’s Nachts droom ik over meisjes die op mijn bed zitten en me aankijken zonder iets te zeggen.

Dag 9
In het oude centrum van Dhaka is de stank zo mogelijk nog erger dan in de rest van de stad. We bezoeken fabrieken waar kinderen werken. Overal waar ik binnenloop, vind ik een nieuwe hel: meisjes die glazen vazen maken en overal wonden hebben, meisjes die in de verstikkende geur van vloeibaar plastic schilderijlijsten maken, jongens die schalen slijpen en grijs zien van de aluminiumdeeltjes. Mijn longen branden als ik na enkele minuten buiten kom. Ouder dan twintig zullen deze jongens niet worden.
            Uren later zie ik in het vliegtuig de stad onder me verdwijnen. Ik heb meer leed, vrolijkheid ondanks alles, saamhorigheid en uitbuiting gezien dan ooit eerder in mijn leven. Het is te veel, te groot, te vreselijk.
Met het Pinky’s wollen popje in mijn hand kijk ik net zo lang uit het raam tot het laatste lichtje van Dhaka uit het oog is verdwenen.

                                                                                                                         Bekijk de foto's

 


Terug naar top
                                                                                                   Terug naar overzicht

Alle teksten op deze site © Susan Smit, tenzij anders vermeld. / Webdesign: Xntriq.nl