BOEK

Zoals jij bemint

Zoals jij bemint

Susan Smit

Schitterende selectie korte verhalen over liefde en lust, door de auteur van de veelgeprezen roman Vloed.
 

ISBN: 9789048812547 | Gebonden, 176 blz | € 17.50 | Maart 2012


De mannen en vrouwen in Zoals jij bemint verlangen of herinneren, verlaten of blijven, storten zich in een relatie of weken zich eruit los, plegen overspel of worden bedrogen. Ze stevenen allen af op een wending in hun liefdesleven.

Voor deze bundel selecteerde Smit bestaande korte verhalen en schreef ze enkele nieuwe. Het zijn zinnelijke, diepdoorvoelde vertellingen waarin liefde en lust van alle kanten worden bekeken. Ze onderzoekt de dynamiek van de liefde, de chemie van begeerte en de trekkracht van verlangen. Soms opwindend, dan weer fijnzinnig en bedachtzaam, schetst ze de tragiek van aantrekkingskracht die van beide zijden nooit even sterk lijkt te zijn.

‘De minnaar wil plezieren, maar ook beheersen, verwonden. Zijn merkteken achterlaten in het vlees van zijn minnares.
Ik was hier. Jij was van mij. Ik heb je voor altijd veranderd.’

Ik hield al van je voordat ik je ontmoette. Ik hield van je om je woorden, je gedachtesprongen, het ritme van je zinnen. Je zult dat niet geloven. Daar ben je een man voor. Ik had zelfs geen foto van je gezien, en dat was ook niet nodig. Uiterlijkheden betekenen niets. Schoonheid is slechts een lege huls als je niet het vermoeden hebt dat daaronder, onder de huid, een wereld verscholen ligt die de moeite waard is. Vanaf het moment dat ik een glimp van jouw gedachtewereld opving, wilde ik mijn plaats daarin bevechten. Tussen al dat moois bestaan, dat is wat ik wilde.     
Nu, in de trein terug, kan ik je pas uitleggen hoe het zit – op dezelfde manier als je me hebt leren kennen, via het geschreven woord. Wie zei ook alweer dat schrijvers laffe exhibitionisten zijn? Terwijl ik zit te schrijven, zie ik vanuit mijn ooghoeken hoe mijn medereizigers me opnemen, sommige glimlachend, anderen geïrriteerd door mijn koortsachtige gekras op papier.
Vanochtend, nog maar een paar uur geleden, zat ik ook in de trein. Toen was ik te opgewonden om te schrijven of me zelfs maar te concentreren op de boeken die ik had meegenomen. Ik keek uit het raam zonder iets te zien, schoof rusteloos heen en weer op de bank. Niet dat ik me zorgen maakte. Ik wist al dat je me niet zou teleurstellen. Je verschijning zou dan nieuw voor me zijn, maar je woorden zouden vertrouwd zijn – ook al zouden ze dit keer worden uitgesproken in plaats van opgeschreven. 
Ik was het die schreef dat ik je wilde zien, dat ik je moest zien.
Ik weet het, schreef jij. Ik wil niets liever en ik ben er doodsbang voor.
Eindeloos vaak heb ik me voorgesteld hoe je eruit zag. Ik stelde me eerst je handen voor, de handen die me al die prachtige dingen schreven, dan je onderarmen, je borst en het mooiste deel van een mannenlichaam: het stukje onderbuik dat overgaat in het geslacht. Ik heb steegjes voor me gezien, hotelkamers, plekken waar we elkaar in het halfduister ontmoetten en de liefde bedreven. Nooit zag ik je gezicht, maar ik wist dat jij het was. Ik herkende je energie.
Voor begeerte is afstand alleen maar een extra stimulans. Verlangen groeit en gedijt in de afwezigheid van het object van verlangen. En papier is, zoals het gezegde wil, geduldig. Onze papieren romance was obsceen en verheven tegelijk. Banale erotische fantasieën en hoofse liefdesverklaringen vormden geen contrast, maar een vanzelfsprekende combinatie.
Gaandeweg ontdekte ik je zwakheden; onvolkomenheden die essentieel zijn om van iemand te kunnen houden. Je liet me ze zien, misschien omdat je dat wist. Iemand is pas beminnelijk als zowel het goddelijke als het duivelse door hem heen schemert, de zondaar en de heilige. Het tweeslachtige zorgt voor de betovering. Eenduidigheid is volslagen oninteressant.
Ik zat rusteloos in de trein, schreef ik al, want vandaag zou die gerieflijke en veilige afstand tussen ons voorbij zijn. Onze woorden zouden worden omgezet in daden. Een roekeloze onderneming. Na vandaag zou alles anders zijn, hoe dan ook. Ik had geen keus meer: de nieuwsgierigheid was te groot geworden, het verlangen omgeslagen in pijnlijke hunkering. Ik wilde, ik moest de klank van je stem kennen. Je geur opsnuiven. Ik moest weten hoe je loopt, hoe je een hand door je haar haalt. Of je me schuchter of juist vol bravoure tegemoet zou treden.
Je stond me op te wachten op het perron. Voordat de trein tot stilstand was gekomen, wist ik al dat jij de man was die tegen een pilaar geleund stond. Bestudeerd nonchalant trok je aan een sigaret – althans, dat hoopte ik. Als je je echt zo ontspannen zou voelen als je oogde, zou ik diep teleurgesteld zijn.
Ik liep op je af, ving je blik en hield die net zo lang vast tot er geen twijfel meer over bestond dat ik naar jou op zoek was. Toen ik nog maar een paar stappen van je verwijderd was, gooide je met een klein lachje je peuk op straat en drukte hem met de punt van je schoen uit. Je was kleiner dan ik had verwacht. Bleker, misschien.
Moest ik je zoenen? Omhelzen? Je de hand schudden zou misplaatst zijn, alsof al het voorgaande werd uitgewist en we opnieuw vreemden waren nu we elkaar in levende lijve zagen. Het zou geen recht doen aan de geschiedenis die we al hadden opgebouwd. Uiteindelijk zoende ik je op de wang.
We begonnen te lopen. Je vroeg me naar de reis, zoals mensen doen. Ik vertelde over het boek dat ik aan het lezen was en de obligate grapjes die de conducteur had gemaakt. Het voelde vreemd om je dit soort alledaagsheden te vertellen. In onze brieven beperkten we ons tot de kern van de dingen, abstractheden, gevoelens.
Je aankijken deed ik nauwelijks. In plaats daarvan loerde ik naar je onderarmen die onder de opgerolde mouwen van je overhemd zichtbaar waren. Pezig, door de zon gebruind, bedekt met zwarte haartjes. Mannelijk. Een moment later durfde ik te kijken hoe je spijkerbroek zich plooide terwijl je liep en de vorm van je benen verraadde. Je kleren zaten niet helemaal goed, je broek was een maat te groot en je jasje was versleten bij de mouwen. Het stelde me op een vreemde manier gerust.
In stukjes nam ik je in me op om mezelf niet te overvoeren. Kleine hapjes nemen, niet schrokken.   
We bleven wandelen, eerst door de stad en later door het park. Af en toe raakten we elkaar lichtjes. Een arm die tegen een arm streek. Jouw hand in mijn rug die me zachtjes vooruit duwde op een grindpad. Terloops. Het was niet bedoeld om toenadering te zoeken. De verleiding had op papier plaatsgevonden, we bedreven de liefde al maanden met woorden. Je had allang bezit van me genomen, van mijn geest, mijn vlees. Je bent mijn lichaam binnengedrongen als een beginnende dronkenschap die mijn gebaren traag maakt en mijn blik op de wereld troebel, die iets zachts in mijn gedachten brengt.
Het gesprek ging alle kanten op, van het nieuws in de ochtendkranten tot hoe we de nacht ervoor waren ingeslapen. Het enige onderwerp dat ertoe deed, namelijk hoe wij ons tot elkaar verhielden, lieten we onaangeroerd. Opmerkelijk hoe het onuitgesprokene zo nadrukkelijk aanwezig kan zijn. Het werd oorverdovend verzwegen.
Gaan we de liefde consumeren?
Dat was de vraag die we zouden gaan beantwoorden. Een verhouding beginnen zoals gebruikelijk behoorde alvast niet tot de mogelijkheden. Het stadium van afspraakjes maken, de gevoelens voor elkaar aftasten, een beetje rommelen, konden we genoeglijk overslaan. Als we ooit minnaars zouden worden, dan zou dat vandaag gebeuren.

 

‘Heerlijke vertellingen waarin liefde en lust in alle vormen en maten aan bod komen en tussen de regels door veel inzichten te lezen zijn.’

Lis

‘Smit weet de twijfel van de liefde en zelfs de liefde die is uitgedoofd mooi te vatten.’

Metro

‘Het spannendste boek van Smit tot nu toe met zinnelijke gedachten en situaties tussen liefde en lust, vol break-ups, affaires, you name it.’

Marie Claire

‘Met de pen op de huid, zinnelijk en met inzicht legt de schrijfster iets van het mysterie liefde bloot.’

Telegraaf

‘De hartstocht spat van de pagina's!’

Flair

‘Zoals jij bemint gaat over de manier waarop de romantische liefde grillig, grommend en graag uit de bocht vliegt. Het is een thema dat haar bij uitstek ligt.’

Algemeen Dagblad

‘Over de vlammen die je uit kunnen slaan, maar die ook weer kunnen doven, over lust en verlangen, rust en avontuur, veiligheid en eenzaamheid. Het zijn korte verhalen die met elkaar gemeen hebben dat ze op een onverwachte manier aflopen.’

Frits Spits in Tijd voor twee

‘Een bundel pikante vertellingen over liefde en lust.’
Eva Jinek in Eva op zondag

Eva Jinek

‘Smit weet haar lezers constant te boeien met deze romantische en regelmatig seksueel expliciete, maar nooit ‘platte’ bundel. De auteur kruipt niet alleen in de huid van verschillende vrouwen, maar ook van enkele mannen en doet dat net zo overtuigend.’

Leeskost