Artikelen
  Boekrecensies
  Columns

Home - Journalist - Artikelen       

 

                                                                                                                      Terug naar overzicht
Wat is succes?

In een samenleving waarin onze waarde wordt afgemeten aan ons bezit en maatschappelijk aanzien, zijn we ons pijnlijk bewust van de noodzaak te presteren. En wat als we nu eens een andere definitie gaven aan succesvol? Een artikel over vrede en vervulling vinden buiten de heersende normen en de moed vinden om je eigen weg te gaan.

Tekst: Susan Smit

Laatst liep ik toevallig langs een theater waar een premičre aan de gang was. Gasten kwamen mooi aangekleed het theater binnen, er flitsten wat fotografen in het rond en er was een oploopje ontstaan van mensen die bleven kijken. Iedere keer als er iemand naar binnen liep, klonk het om me heen: “Is dat iemand?” En vervolgens: “Neuh, nooit gezien” of “Ja, die was laatst nog op tv!” De absurditeit van het hele ritueel drong zich aan me op: we verdelen mensen in Iemanden en Niemanden, afhankelijk van hun bezit, status, baan, looks, en, dat schijnt nog het meest doorslaggevend te zijn, bekendheid. Waarschijnlijk is het aankomende soapsterretje of de omhooggevallen Idols-kandidaat in de ogen van de meeste omstanders meer Iemand dan de vertaler van het toneelstuk waar het allemaal om draait. Triest, toch?

Van Iemanden wordt alles interessant gevonden. In roddelblaadjes staan snapshots van hun shoppingspre’s, valse couturenichten bekritiseren hun gala-outfits in glamourprogramma’s en het is groot nieuws als ze hun haar kort knippen of hun relatie beëindigen. De massa is zelfs geďnteresseerd in de manier waarop ze hun tanden poetsen en hun hond uitlaten, getuige de kijkcijfers van realitysoaps als De Bauers, Patty’s Posse, Only Joling en Puur Froger. Van Niemanden kunnen we net genoeg aandacht opbrengen om bij het handen schudden te vernemen hoe ze heten. En, als we eerlijk zijn, zijn we dat drie seconden later weer vergeten.

Op feestjes is het ‘not done’ want opschepperig om te snel met je successen te schermen, dus dat doen we niet. Bovendien vertrouwen we er toch wel op dat de vraag ‘Wat doe je eigenlijk?!’ niet lang op zich zal laten wachten. In de Verenigde Staten, however, is het opsommen van je wapenfeiten de manier om ‘hallo’ te zeggen. Laats zei een jongen in de MTV datingshow * tegen een meisje: ‘Hi, ik ben Neil en ik ben een onafhankelijke filmmaker. Boeit dat je?’ Oké dan. Show your stuff! Eigenlijk zegt zo’n jongen in al z’n wanhoop: Ik ben aandacht waard. Ik ben bijzonder. Hou van mij! En dat denkt hij niet te kunnen bewerkstelligen met z’n gevoel voor humor, zijn scherpzinnigheid of zijn lieve karakter, maar met zijn carričre.

Zo bekeken is tomeloze ambitie en hebzucht alleen maar een harde schreeuw om liefde. Het bewandelen van de sociale ladder is niets anders dan bedelen om gezien te worden. Onlangs verscheen Statusangst, een briljant boek waarin maatschappijcriticus Alain de Botton precies hetzelfde beweert. Hij schijft dat er altijd werd aangenomen dat de drijfveer achter ambitie het vergaren van geld, roem en invloed is, maar dat dat beeld niet helemaal compleet is. Want daarachter zit nog iets: het verlangen naar liefde. Daarmee bedoelt hij geen romantische liefde – hoewel het met potentiële liefdeskandiaten meestal ook wel snor zit als je ‘het gemaakt’ hebt – maar de liefde van de wereld. Respect, weetjewel in hip-hop-taal. ‘Als ons liefde wordt betoond,’ schrijft De Botton, ‘hebben we het gevoel dat men zich om ons bekommerd. Onze aanwezigheid wordt opgemerkt, onze naam geregistreerd, naar onze mening wordt geluisterd, voor onze tekortkomingen is begrip en in onze behoeften wordt voorzien. En we bloeien op bij zulke aandacht.’

Sterker nog: die aandacht is verslavender dan de sterkste drug. De minder sterk in hun schoenen staande bekendheden bloeien niet alleen op; ze raken ervan buiten zichzelf. Opeens is alles wat ze doen en zeggen interessant, hoeven ze niet meer in de rij te wachten voor de nachtclub, worden ze gesponsord door een kledingmerk en ontvangen ze overal bewonderende blikken. Ze stijgen op, vervreemden zich van hun beste vrienden, maken verkeerde keuzes en omringen zich met foute starfuckers die hopen dat iets van hun roem op hen af zal stralen. En dan, zomaar opeens, is het allemaal voorbij. De bewonderende blikken hebben plaats gemaakt voor peinzende wie-is-dat-ook-weer-fronsen, VIP-kaartjes en gratis outfits zijn niet langer aan de orde en een diepe depressie staat voor de deur. Bekendheid is als een vluchtig parfum: vers opgespoten omringt het je als vanzelfsprekend, maar aan het einde van de avond is het vervlogen en weet niemand meer dat je het ooit droeg.

Ook minder in het oog springende stijgers op de sociale ladder zijn bekend met het fenomeen van verslavende aandacht. Beursjongens, internethotshots, sporters, Werknemers van de Maand bij de hamburgertent, filiaalmanagers van de supermarkt, allemaal hollen en rennen ze om het hardst om de titel ‘succesvol’ opgeplakt te krijgen. De ultieme beloning: het gevoel hebben ertoe te doen. In Nederland zeggen we nog dat iemand ‘succes heeft’, maar Amerikanen duiden er de hele persoon mee aan: “She’s a succes” of “He’s a failure.” Je bent wat je hebt bereikt. En dat bepaalt hoe mensen je elke dag behandelen.

Hoe is dat nou zo gekomen? De Botton heeft er een aannemelijke theorie voor. Met de toename van welvaart, levensverwachting en economische kansen zijn mensen zich steeds meer gaan bezighouden met aanzien, succes en inkomen, schrijft hij. Ook al is er juist minder gebrek aan levensbehoeften, toch heeft dat gek genoeg geleid tot een angst voor gebrek. Daar zit wat in. Welvaart is als een grote, lekkere slagroomtaart waarvan we bang zijn dat we ons deel niet krijgen. Als er dan eindelijk een flink stuk taart op ons bord ligt, kijken we angstvallig of anderen niet meer hebben gekregen. Wat we hebben en wie we zijn, beschouwen we juist door de komst van die enorme slagroomtaart als ontoereikend.

We verwachten zoveel van het leven dat de werkelijkheid bijna altijd tegenvalt. JK, een van de kandidaten van Idols 2 en in de volksmond Jan Kapsones genoemd, pochte in een interview dat hij zeker wist dat hij over tien jaar een paar gouden platen aan de muur zou hebben. “En dan zien jullie me wel in MTV’s Cribs. ” Hij zegt het, maar hij is echt niet de enige tiener die een met goud omrande toekomst voor zichzelf weggelegd ziet. Zou dit door onze ouders komen die ons altijd hebben verteld dat we alles kunnen bereiken wat we maar willen, als we er maar ons best voor doen? Dat we moeten gelóven in onszelf en ervoor moeten gáán? Want, zo wordt ons door allerhande goeroe’s en personal coaches voorgehouden, we hebben tegenwoordig allemaal de mogelijkheid om onze dromen te verwezenlijken. Of zou het met programma’s als MTV’s Cribs te maken hebben, waar we lekkerbekkend toekijken hoe de rijken der aarde leven? Meer dan ooit worden we via de televisie, radio, film, kranten en tijdschriften geconfronteerd met ‘the lucky few’. In Rich kids, om nog maar weer een MTV-hit te noemen, zien we hoe twee rijke meisjes shoppen tot ze droppen met papa’s limousine, in RTL-Boulevard en alle kopieën daarvan horen we over de hysterische entourages van supersterren en in glossips kunnen we hun nieuwe outfitjes en onderkomens bewonderen. Ons middelmatige leventje steekt daar hoe dan ook schamel bij af.

Maar hier is het goede nieuws: er is een manier om te ontsnappen aan de gekmakende rit naar succes en dat is een andere definitie van ‘succesvol zijn’ bedenken en hanteren. Eentje die bij jou past. In plaats van succes te hebben in de ogen van anderen, zou je ervoor kunnen kiezen om te streven naar succes volgens je eigen normen. Dat betekent dat je niet meer toestaat dat je zelfbeeld wordt bepaald door wat anderen van je denken. Dat is best lastig, want het is heel menselijk dat je zelfverzekerdheid groeit als er om je grapjes wordt gelachen en je eigenwaarde als je geprezen wordt. Wil je werkelijk stoppen met het masochistisch najagen van de goedkeuring van anderen, dan moet je nagaan of hun oordelen de moeite waard zijn. Zo niet, weg ermee.

Werkelijk succesvol zijn betekent dat je gelukkig bent. Nietwaar?! Hoe je dat geluk bereikt, is helemaal niet relevant – zolang je anderen daarbij niet schaadt, natuurlijk. Je zou heel goed gelukkig kunnen zijn met een part-time baantje als nachtportier, zodat je niet echt afgemat bent als je thuiskomt, net de huur kan betalen en genoeg tijd hebt voor je hobby’s. Of om op de bank te hangen en naar herhalingen van Seinfeld te kijken, als je dat liever wilt. Als je zo’n leven nastreeft en het lukt, dan ben je ongelooflijk succesvol. Ook al ben je in de ogen van sommige anderen (waaronder je gelikte workaholic-neef met een tweede huis in Spanje) een complete loser, dat deert niet. Als het je ook nog lukt om de verachting en kritiek van anderen naast je neer te leggen en erboven te staan, ben je ultiem succesvol.

Met enige regelmaat zien we bovendien in dat rijke carričretijgers ook niet altijd oppergelukkig zijn. Doordat de afstand tussen the rich and famous en ‘het gewone volk’ steeds kleiner wordt, wordt het ook duidelijk dat rijkelui hun eigen verdrietjes, tegenslagen en teleurstellingen te verwerken hebben. Rijk en geslaagd zijn betekent niet dat je geen problemen meer hebt. Sterker nog: hoe hoger je in de boom je zit, hoe grootschaliger de zorgen zijn. Of zoals mijn vriendin die rondrijdt op een roestige fiets en woont in een anti-kraakpand altijd tevreden zegt: “Hoe meer bezit, hoe meer zorgen.”

Wat ook een hele steun kan zijn in het naast je neer leggen van de dwang tot succes en alle andere opgelegde normen, is spiritualiteit en religie. In the big picture valt wereldlijk succes een beetje weg tegen waarden als liefde, verbondenheid met anderen en persoonlijke groei. Niemand denkt op zijn sterfbed: “Had ik maar wat vaker overgewerkt, dan had ik in een groter huis kunnen wonen.” Als je bidt, mediteert of je leven overdenkt met een goed glas wijn, dan staat je geluk centraal en niet je bankrekening of de titel op je visitekaartje. Je dierbaarste herinneringen omvatten altijd kleine momenten, onverwacht geluk, mooie vriendschappen en liefdevolle aandacht.

En dan zijn er nog de goede voorbeelden waar je de kunst van het genieten van het leven van af kunt kijken: de bohémiens, de levensgenieters, de paradijsvogels. Zij hebben lak aan wat de wereld van ze verwacht en jagen hun eigen geluk na. Ik heb zo’n vriend. Hij is een collega-freelancer met wie ik af en toe ga koffiedrinken. Als de zon even achter de wolken vandaan piept, stuurt hij een mailtje: “Hé workaholic, terrasje pikken?” Hij neemt alleen schrijfopdrachten aan die leuk klinken en niet al te veel tijd kosten. Zo halverwege de maand bekijkt hij z’n werkzaamheden en als hij denkt dat hij genoeg verdiend heeft, doet hij de rest van de maand niets meer. Hij zal nooit een eigen huis kunnen kopen, zichzelf verwennen met een abonnement op de massagesalon of naam maken als journalist, maar dat maakt hem in zijn ogen geen mislukkeling. En gelijk heeft hij. Als ik zit te rammen op mijn toestenbord omdat ik weer eens te veel opdrachten heb aangenomen of omdat ik die hysterisch dure muiltjes niet kon laten staan en hij van de zon geniet in het park, wie is hier dan de succesvolle persoon?!

Evelien Verlinde (26) verruilde een kantoorbaan voor tuinieren: “In de zomervakanties werkte ik als receptioniste in het makelaarskantoor van mijn vader. Vooruit komen in de wereld, daar ging het om. Ik ging daarin mee en volgde naast mijn eerste baan als secretaresse cursussen en workshops om het beste uit mezelf te halen. Op een van die workshops werd me gevraagd wat ik nu werkelijk van het leven wilde. Ik gaf eerst de antwoorden die ik gewend was te geven, maar toen de trainer bleef doorvragen hoorde ik mezelf ineens zeggen dat ik het liefste in de natuur wilde zijn. Buiten, met mijn handen in de aarde en de wind in mijn haar, ben ik het gelukkigste. Ik beschouwde tuinieren altijd als ontspanning, maar na die workshop ging ik me serieus afvragen of ik daar mijn beroep van zou maken. Ik nam, tot schrik van mijn familie, een baantje aan bij een tuinman en inmiddels heb ik mijn eigen tuinbedrijfje. Nu het beter gaat lopen en mijn klantenkring zich uitbreidt, krijg ik goedkeuring. Toch ik blijf bij mijn oorspronkelijke plan: mijn bedrijfje mag niet groter worden dan het is, want dan moet ik veel regelen en mensen in dienst nemen voor wat ikzelf het liefste doe. Ik ben happy en dat wil ik graag zo houden!”

Sheila (27) werkt voor een uitzendbureau om haar reizen te bekostigen: “De meeste mensen nemen aan dat ik tijdelijk als uitzendkracht werk, maar dat is niet zo. Dit is wat ik wil: voortdurend in aanraking komen met verschillende bedrijfstakken, werkplekken en mensen. Ik vind het leuk om bij een bedrijf te komen, maar zou het er nooit langer dan een paar maanden uithouden. Dan krijg ik de kriebels. Zodra er weer wat geld op mjn rekening staat, ga ik op reis. Ik ben al door Azië en Noord-Amerika gereisd en wil nog graag naar Zuid-Afrika. Een carričre zit er op deze manier niet in, dat hebben genoeg mensen me al ingewreven, maar daar ben ik ook veel te rusteloos voor. Op deze manier investeer ik in mijn persoonlijke ontwikkeling en geluk, en op welke sport van de sociale ladder ik me bevind zal me een worst wezen.”

Dieuwertje (32) heeft haar baan opgezegd zodat ze thuis bij haar kinderen kan blijven: “Jarenlang draaide ik mee in het management van een groot bedrijf, waar ik aardig aan het opklimmen was. Toen ik zwanger raakte, verwachtte mijn collega’s en vriendinnen dat ik na de geboorte van mijn dochter Zoë wel weer snel aan het werk zou gaan. Zoë achterlaten bij een cręche viel me zwaar. Na een paar maanden hakte ik de knoop door: ik nam ontslag om thuis voor haar te zorgen. Mijn man verdient goed, dus dat was een mogelijkheid. Inmiddels, bijna twee jaar later, hebben we er nog een zoontje bij. Nog steeds vragen mensen me wanneer ik weer begin met werken. Niet, dus. Ik vind het een verademing - niet alleen om op deze manier mijn kinderen op te voeden, maar ook om verlost te zijn van de ratrace. Toch moet ik mezelf bijna dagelijks verantwoorden. Vroeger was het gek als je als moeder werkte, nu als je niet werkt. Zolang je er goed over nagedacht hebt, is het altijd oké, vind ik. Ik zou wilen dat anderen dat ook eens begrepen.”


Quotes:
‘De natuur heeft me niet gezegd: ‘Wees niet arm’. En ook zeker niet: ‘Wees niet rijk’. Maar ze smeekt me wel: ‘Wees onafhankelijk.’
Chamfort (1795)

‘Niet mijn maatschappelijke positie maar mijn oordelen maken dat ik welgesteld ben, en die kan ik meenemen. Alleen die zijn van mij en kunnen me niet worden afgenomen.’
Epictetus (ca. 100 na Christus)

‘I deserve nothing more than I get, cause nothing I have is truly mine.’
Dido, Life for rent (2003)

Verder lezen?
Statusangst, Alain de Botton, Atlas, E 22,50, ISBN 9045010496.

 


Terug naar top
                                                                                                   Terug naar overzicht

Alle teksten op deze site © Susan Smit, tenzij anders vermeld. / Webdesign: Xntriq.nl