Artikelen
  Boekrecensies
  Columns

Home - Journalist - Artikelen       

 

                                                                                                                      Terug naar overzicht Interview Shirley MacLaine

Actrice en auteur Shirley MacLaine (70) won Oscars, Emmy’s en Golden Globes voor haar acteerprestaties, maar naarmate ze ouder werd besefte ze dat ze iets anders zocht. ‘Misschien moet je op de een of andere manier succes hebben om te beseffen dat werkelijk succesvol zijn iets heel anders is: bewust leven.’ Deze maand verschijnt haar nieuwste boek Blaffen naar de sterren. Susan Smit sprak met haar over karma, de reis naar binnen en wandelende meditaties. ‘Het doel van het leven is jezelf te kennen.’

Tekst: Susan Smit

In het dagelijks leven lijkt Shirley MacLaine nog het meeste op Aurora Greenway, het personage dat ze tegenover Jack Nickolson speelde in Terms of Endearment en waarvoor ze een Oscar mocht incasseren. Net als Aurora is ze excentriek en kleurrijk, humeurig en dan ineens onverwachts geestig, kribbig maar tegelijkertijd bedelend om aandacht. Ze is een fragiele rossige dame, onmiskenbaar een Stier, met een grote mond en een klein hartje. In april is Shirley zeventig geworden, maar ze heeft niets van haar energieke persoonlijkheid ingeleverd. Dat zal te maken hebben met haar nieuwsgierigheid naar het leven, maar ook met een ijzeren zelfdiscipline. Ze begint de dag met een uur Qigong en Tai Chi, maakt lange wandelingen, houdt zich aan een gezond dieet en drinkt acht glazen water per dag, want “eens een danseres, altijd een danseres.”

Shirley woont afwisselend in haar huis aan het strand van Malibu, op filmsets over de hele wereld en in haar boerderij in Nieuw-Mexico, met drieduizend hectare grond eromheen waar haar paarden, herten, elanden en negen honden kunnen loslopen. Alleen terriër Terry gaat overal met haar mee naartoe. Ook naar Los Angeles, waar ze zich vandaag bevindt voor de contractonderhandelingen en scriptbesprekingen van twee nieuwe films. “Terry verandert de sfeer in dat soort situaties,” vertelt ze als ik haar spreek tussen alle afspraken door. “Iedereen komt binnen met een hoofd vol gedachten over geld, schema’s en afspraken, maar Terry ontwapent iedereen onmiddellijk. Ze springt bij serieuze producenten op schoot, waardoor ze ontdooien en de kunst uiteindelijk voorrang geven op de commerciële belangen.”

Terry heeft je geïnspireerd tot het schrijven van je nieuwe boek Blaffen naar de sterren. Wat kunnen mensen van hun huisdieren leren?

“Dieren zijn vermomde spirituele leermeesters. Terwijl wij ze prijzen omdat ze van ons hebben geleerd hoe ze moeten opzitten en pirouettes draaien, zijn wij in werkelijkheid degenen die de lessen ontvangen. Dieren leven in dezelfde wereld als wij, maar zij ervaren het compleet anders. Dieren lijken geen enkel ander doel te hebben dan alleen maar te ‘zijn’. Mensen analyseren en ontleden de dingen, dieren accepteren ze gewoon en gaan verder met hun leven. Ik heb intens genoten van de liefde van kinderen, minnaars en vrienden, maar de liefde die ik voel voor dat kleine hondje is nergens mee te vergelijken. Het is een uitbundig bewijs van het feit dat liefde via eenvoud, humor en de woordeloze taal van het hart tot uitdrukking komt.”

Ondanks je gevorderde leeftijd en spirituele ontwikkeling lijk je Hollywood en de filmindustrie nog lang niet beu te zijn. Hoe is dat mogelijk?

“Ik zal acteren nooit beu worden, want voor mij is het een metafysische ervaring. Als je acteert doe je namelijk tot in het extreme wat we allemaal doen: het creëeren van je eigen werkelijkheid. We spelen allemaal rollen en gedragen ons anders in bepaalde situaties en tegenover verschillende mensen. Wanneer acteren we en wanneer zijn we echt? Ik weet het werkelijk niet. Jij speelt nu de journalist en doet je best om mij te doorgronden en ik speel de ster en doe mijn best om indruk op je te maken. En dat is oké. Als je accepteert dat je in je rollen verschillende delen van jezelf kunt uitdrukken, geeft dat alleen maar meer mogelijkheden om jezelf te ontplooien.”

Vanwege je beweringen over buitenaards leven en reïncarnatie ben je vaak voor gek verklaard, maar inmiddels zijn je theorieën op het gebied van spiritualiteit bijna gemeengoed geworden. Heb je nooit de behoefte om je gelijk te halen?

“Ach, welnee. Iedereen ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Je kunt jouw tempo van bewustwording niet aan anderen opleggen. Ik heb van mijn criticasters trouwens meer geleerd dan van mijn bewonderaars. Of zelfs van mijn spirituele rolmodellen. Als je wordt uitgedaagd word je namelijk gedwongen om goed naar je eigen overtuigingen te kijken en ze eventueel bij te stellen. Toen ik de Dalai Lama vroeg wie zijn belangrijkste spirituele leermeester was, zei hij Mao Zedong, de tiran die verantwoordelijk is voor zijn ballingschap en dat van duizenden andere Tibetanen.”

Word je weleens moe van dat onophoudelijke zoeken naar waarheid en zingeving?

“Nooit. Voor mij is het leven een zoektocht naar identiteit. Ik geloof dat het onze taak is om de lagen van opvoeding, cultuur, religie af te pellen en uit te zoeken wie we echt zijn en wat we hier te doen hebben. Dat is hard werken, hoor. Mensen zijn voortdurend op zoek naar de essentie van anderen. Nu de Amerikaanse verkiezingscampagnes zijn losgebarsten, vragen we: ‘Wie ben je, meneer Bush?’ en ‘Wie ben je, John Kerry?’ We stellen die vraag te weinig aan onszelf, vind ik. Als we op een goede dag zelf antwoord kunnen geven op die vraag, zullen we anderen onmiddellijk doorzien. We zullen dan ook minder fel zijn in onze veroordelingen, want dan erkennen we de karmische lessen die elk persoon ons te bieden heeft. Dat is wat Jezus volgens mij bedoelde met ‘tand om tand, oog om oog’: niet als een straf, maar als een natuurwet. Alles wat je uitzendt komt immers bij je terug, want energie keert altijd terug naar de bron. Je kunt niet eens zeggen of het goed of slecht is; het is gewoon energie. Alles wat wij mensen als tragisch of slecht benoemen, is niets meer dan een les.”

In bijna al je boeken beschrijf je hoe je al wandelend in de natuur belangrijke inzichten en mystieke ervaringen krijgt. Is wandelen een bewegende meditatie voor je?

“Wandelen leert me om mijn enorme prestatiedrang en doelgerichtheid los te laten. Het nodigt uit om direct te ervaren en niet aan de toekomst of het verleden te denken. Ik kan niet zeggen dat ik heb geleerd om te lopen zonder een enkele gedachte, maar ik geniet van de nieuwe ervaring om gewoon te ‘zijn’ en te ervaren wat er in mezelf en om me heen gebeurt. Wandelen is inderdaad een vorm van meditatie voor me geworden. Je bewegingen herhalen zich eindeloos zonder dat je erbij na hoeft te denken, bijna zoals ademhalen. Ik wandel elke dag, waar ik ook ben. Als ik in Nieuw-Mexico ben, beklim ik regelmatig een berg die ik Siërra Madre heb gedoopt. Het is volgens zeggen een vrouwelijke berg, die geen man ooit mag beklimmen zonder vrouw aan zijn zijde. Als ik de berg met mijn honden bestijg, ervaar ik dat als een kleine pelgrimstocht.”

De langste pelgrimage die je hebt ondernomen is een dertigdaagse voettocht naar Santiago de Compostela. Waarom had je het gevoel dat je naar Santiago moest?

“Je doet een pelgrimage als je ziel daarom vraagt. Als je in contact staat met je ziel, dan weet je wanneer het tijd is. Tot twee keer toe kreeg ik een handgeschreven, niet ondertekende brief van iemand die beweerde dat als ik mijn spirituele en metafysische onderzoek écht serieus nam, ik de Santiago de Compostela Camino moest lopen. Ik voelde instinctief dat dat klopte, zei de film die ik voor die zomer had gepland af en kocht een paar goede schoenen en een rugzak. Ik wist dat het, zeker op mijn leeftijd, niet gemakkelijk zou worden, maar ik was op een punt in mijn leven dat ik de confrontatie met mezelf wilde aangaan. Pelgrims bewandelen de Camino al duizenden jaren om inzicht in hun bestemming te krijgen. De route zou zich recht onder de melkweg bevinden en de leylijnen in de aarde volgen, waardoor bepaalde energieën dichter worden en inzichten tot je komen via dagdromen en visioenen. Ik ben nooit religieus geweest, dus het feit dat de heilige Jacobus in Santiago begraven ligt deed me niet zoveel. Ik wilde vooral de uitdaging aangaan om alleen te lopen, me te bezinnen en een afstemming met het goddelijke te ervaren.”

En is dat ook gebeurd?

“Toen ik de Camino bewandelde had ik het gevoel alsof ik terug in de tijd liep. Ik ving glimpen op van oude beschavingen, van Atlantis en Le Muria, en had levendiger contact met mijn gidsen dan ooit tevoren. Iedereen ervaart iets anders op een pelgrimstocht. Ik ben ervan overtuigd dat je precies ervaart wat je nodig hebt. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in vroegere beschavingen, dus dat is wat ik te zien kreeg. Maar meer nog dan die visoenen, heeft het lopen zelf me veranderd. Als je dertig dagen wandelt, tien uur per dag, zonder geld op zak en met minimale bepakking, ben je kwetsbaar. Ik voelde me kwetsbaarder dan ik me ooit in mijn leven gevoeld had en daar had ik vrede mee. Ik leverde me over aan God. Dat is een vereiste bij een pelgrimstocht. Het was fysiek en emotioneel zwaarder dan ik me had voorgesteld. Er waren wilde honden waar ik doodsbang voor was, ik had vreselijke blaren en er was niets anders te eten dan vet voedsel waar mijn maag tegen in opstand kwam. Ook de Spaanse paparazzi, die weleens een actrice zonder make-up en met een wandelstok wilden zien, waren een plaag. Mijn enige luxe waren de oordoppen die ik had meegenomen omdat ik wist dat ik in slaapzalen vol snurkende pelgrims terecht zou komen. Maar het lukte me toch maar mooi op mijn vijfenzestigste. Het is niet te beschrijven wat ik voelde toen ik bij de kathedraal aankwam. Het voelde als een overwinning op mezelf terwijl juist mijn prestatiedrang me, ironisch genoeg, de hele weg had dwarsgezeten. Weet je, ik geloof dat het nu pas tot me doordringt wat ik heb geleerd op de Camino: leven in het nu. Ze zeggen dat je de Camino pas begint als je ermee klaar bent. Dan leer je begrijpen welke lessen je werden aangeboden. Op het moment zelf ben je zo bezig met de fysieke aspecten ervan - de pijn, de zorg waar je kunt slapen, of je wel genoeg te eten hebt, de mensen die je lastigvallen - dat je daar niet aan toe komt. Het effect komt pas jaren later. Ik denk dat mij dat nu overkomt. Ik lijk nu pas echt te begrijpen hoe ik in het heden kan leven en dat de reis belangrijker is dan de bestemming.”

En ben je die doelgerichtheid inmiddels ook kwijt?

“Dat blijft een uitdaging voor me. Het overkomt me nog regelmatig dat ik vanwege een intense verlangen een doel te bereiken, geen oog meer heb voor wat er op het moment zelf gebeurt. Dat zal te maken hebben met de definitie van ‘succes’ in deze wereld. Ik ben wat je noemt maatschappelijk succesvol. Misschien moet je op de een of andere manier succes hebben om te beseffen dat werkelijk succesvol zijn iets heel anders is: bewust leven. Terry kan dezelfde wandeling elke keer anders ervaren. Ze ruikt aan iedere boterbloem en snuffelt aan iedere struik. Als ik dat observeer, besef ik dat ik dat ook meer zou moeten doen. Als ik wandel, in het bijzonder tijdens een pelgrimage, sta ik wijdopen voor het leven en onderwerp ik me aan de ‘wil’ van het pelgrimspad. Als je reist, reis je in wezen door jezelf, weet je. Daarom ben ik er zo verslingerd aan. Toen ik terugkwam uit Santiago heb ik mijn leven onder de loep genomen en het eenvoudiger gemaakt. Ik ben nu nog minder aan materiële dingen gehecht dan ik al was. Niet dat ik mooie kleren en juwelen niet kan waarderen, maar ik heb bijna niets meer gekocht of verlangt sinds ik terug ben.”

Blaffen naar de sterren, Shirley MacLaine, Forum, E 16, 95, ISBN 9022538516.

 

 


Terug naar top
                                                                                                   Terug naar overzicht

Alle teksten op deze site © Susan Smit, tenzij anders vermeld. / Webdesign: Xntriq.nl