Terug
naar overzicht
Interview Paulo Coelho - ‘Wijsheid
is niet proberen zoveel mogelijk kennis te verzamelen,
maar weten dat je weet’
Paulo Coelho (57), de Braziliaanse
auteur van De Alchemist, behoort tot de tien
meestgelezen schrijvers ter wereld: van zijn werk zijn
rond de vijftig miljoen exemplaren in meer dan honderdvijftig
landen uitgegeven. Onlangs verscheen zijn nieuwste roman
Elf minuten. Journaliste Susan Smit zocht hem
op in Genčve en sprak met hem over de kracht van seksualiteit,
magie en het pad van de ervaring.
Tekst: Susan Smit
De naam Paulo Coelho zorgt voor uiteenlopende reacties.
Literaire recensenten zijn niet altijd even positief
over zijn werk, maar door zijn miljoenen lezers wordt
hij niet alleen beschouwd als een eloquent schrijver,
maar ook als een wijs man. Uit zijn boeken zijn veel
levenslessen te trekken en ook hijzelf staat lerend
in het leven: zich bescheiden opstellend tegenover hem
onbekende zaken, bereid fouten te erkennen en altijd
op zoek naar waarheid en wijsheid. Hij is een non-conformist,
en die houding bracht zijn ouders ertoe hem op te laten
nemen in een gekkenhuis, hij belandde in de gevangenis,
werd tijdens de dictatuur in Brazilië gemarteld door
paramilitairen en begaf zich in de wereld van drugs,
sekten en zelfs zwarte magie. Hij omschrijft zichzelf
als ‘een strijder van het licht’, iemand die het goede
gevecht niet uit de weg gaat en op zoek is naar zijn
eigen lotsbestemming.
De schrijver heeft zich geďnstalleerd in een statig
hotel met uitzicht op het meer van Genčve, waar hij
Europese journalisten ontvangt. In deze stad speelt
zich ook het grootste gedeelte van zijn nieuwste roman
Elf minuten af, waarin een jong Braziliaans meisje
met mooie verhalen naar de Zwitserse stad wordt gelokt
om uiteindelijk te belanden in de prostitutie. Coelho
zou Coelho niet zijn als hij zijn boek niet zou voorzien
van de nodige inzichten over seksualiteit. Tijdens een
lunch in zijn hotel vraag ik hem of hij vindt dat we
seksualiteit overwaarderen in onze maatschappij.
‘We overwaarderen en onderwaarderen het. We begrijpen
het niet, dat is het punt. We zien seks en verleiding
in films, reclames, tijdschriften en denken dat we voortdurend
seksueel genot zouden moeten najagen. In werkelijkheid
verliest het langzaam onze interesse, omdat we het contact
hebben verloren met het heilige van seks. We zoeken
het in het lichamelijke, maar begrijpen niet dat vrijen
veel intenser is als er contact tussen de zielen wordt
gelegd. Dit boek is niet bedoeld als een handboek voor
seks, want de enige manier om te leren de liefde te
bedrijven is door het te doen - met al je aandacht.
De liefde bedrijven is een kwestie van het universum
ontdekken in de ander en in jezelf.’
We denken dat we seksueel vrijgevochten zijn. Is
dat zo of bestaat er een andere vorm van seksuele vrijheid?
‘Ware seksuele vrijheid – en elke andere vrijheid -
is doen wat je hart je ingeeft. Niet langer imiteren
hoe je denkt dat seks eruit hoort te zien, maar je persoonlijke
verlangens in de praktijk brengen. Natuurlijk met toestemming
van je partner en met uitzondering van drie zaken: pedofilie,
gedwongen seks en incest. Behalve die dingen is niets
verboden. Probeer creatief te zijn, want dat is waar
seksuele vrijheid om draait. Het heeft niets met perversie
te maken, want perversiteit komt juist voort uit het
onderdrukken van verlangens. Het heeft te maken met
jouw persoonlijke weg. We zijn dat vergeten.’
Heb jij dat moeten ontdekken in je eigen leven of heb
je dat altijd zo gevoeld?
‘Dat heb ik geleerd van een vrouw, zoals de meeste
dingen in mijn leven. Mijn eerste echtgenote was ouder
dan ik: ze was drieëndertig en ik was zevenentwintig.
Ik probeerde haar krampachtig te bewijzen dat ik een
goede minnaar was. Na een week zei ze: “Paulo, vergeet
het idee dat een vrouw altijd een orgasme moet krijgen
van gemeenschap. Ik geniet ervan, maar het overkomt
me zelden. Laten we proberen creatief te zijn.” Ik leerde
te beminnen door eerlijk te zijn tegenover mezelf en
de ander, en moedig. Eerlijkheid is niet genoeg om te
leren: je zult je angsten moeten aangaan en dingen moeten
uitproberen. Sindsdien kan ik zeggen dat ik een gezond
liefdesleven heb. Er zijn momenten dat het me gestolen
kan worden en andere keren is het het mooiste dat er
bestaat.’
Je komt op mij over als iemand die hongert naar kennis,
iemand die zijn ongelijk kan toegeven en bescheiden
kan zijn als hij iets niet weet.
‘Leren is niet het verzamelelen van kennis. Leren
ontstijgt dat. Ik zal je een voorbeeld geven: ik doe
aan boogschieten. Er zijn acht basishoudingen die variëren
in de manier waarop je de boog, je lichaam en de pijl
houdt. De afgelopen drie jaar heb ik dit duizenden keren
geoefend. Ik heb duizenden pijlen geschoten, maar ik
leerde niets. Ik kreeg handigheid, ja, misschien. En
op een dag gebeurde het wonder. In plaats van mijn best
te doen, me te concentreren op de handelingen, realiseerde
ik me dat iets mijn hand had geopend en de pijl had
afgeschoten op het juiste moment. Ik was de boog geworden,
de pijl geworden, het doel geworden. Ik had het onbekende
de ruimte gegeven. Je hebt nog niets geleerd voordat
je hebt ontdekt dat het geheim niet in de handelingen
zit, maar in iets ongrijpbaars. In het mysterie dat
altijd een mysterie zal blijven.’
Je bent een atheďst geweest, een magiër, hebt je verdiept
in het boeddhisme en altijd ben je een onafhankelijke,
kritische denker gebleven. Uiteindelijk koos je voor
het katholicisme. Waarom?
Ik heb mijn jeugd in een streng katholiek internaat
doorgebracht, dus het eerste wat ik leerde was om het
christendom te haten. Daarna volgde een tijd waarin
ik me helemaal afkeerde van het goddelijke, maar het
bleef toch aan me trekken. Dus ging ik op zoek naar
oosterse denkwijzen, sekten, filosofieën en ik ontdekte
dat alle religies naar dezelfde bestemming leiden. Het
zoeken naar spiritualiteit is een persoonlijke verantwoordelijkheid,
die je niet op priesters of goeroes kunt afschuiven.
Toen ik de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela
liep, besloot ik terug te keren naar de religie die
het dichtste bij me lag: katholicisme. Ik zag de kracht
van de verhalen, de gebeden en de mis en accepteerde
het als een manier om in contact te treden met het mysterie.
Ik keerde terug naar katholicisme, wetende dat niet
de priester of de mis, maar dat ikzelf de sleutel was
tot het dichter komen bij God, het universum, de ziel
van de wereld of hoe je het ook wilt noemen.’
Het is bijna Kerstmis. Hoe belangrijk is dat feest voor
jou?
‘Ik geloof niet dat Jezus echt op die dag geboren
is. En ik geloof dat het er niet toe doet. Jezus is
er altijd en hij wordt iedere dag opnieuw geboren. Het
probleem is dat mensen zich willen vasthouden aan zogenaamde
feiten, zoals de geboortedag van Christus, en niet meer
in magie geloven. Als volwassene hebben ze moeten ontdekken
dat de kerstman niet bestaat en vervolgens denken ze
dat alle magische wezens waar ze zich als kind mee omgeven
voelden ook leugens zijn. Ze hebben de wereld van magie
verruild voor de wereld van realiteit. In die zin heeft
een feest als Kerstmis ertoe bijgedragen dat mensen
het mysterie verwerpen, in plaats van het te omarmen.’
Je gelooft in het vrouwelijke gezicht van God, ook al
heeft die geen plaats in je religie. Wat is die vrouwelijke
kant voor jou precies?
‘Op dit moment heeft het geen plaats in mijn religie,
maar waarschijnlijk wel over tweehonderd jaar. Ik zie
religie als een levend iets, het is dynamisch, het verandert
naarmate wij veranderen. In wezen heeft het christendom
altijd een godin gehad. Ze is vermomd als de maagd Maria,
maar ze wordt aanbeden als een godin. Ze is voor velen
een troost, een toeverlaat. Als je tegen een priester
zou zeggen dat Maria een godin is, zou hij schrikken
en zeggen: “Nee, zij is slechts de moeder.” Maar de
meeste priesters begrijpen het niet. Ze houden zich
vast aan dogma’s zoals de onbevlekte ontvangenis. Ze
denken dat het betekent dat Maria Jezus baarde zonder
de liefde te hebben bedreven.’
Denk je niet dat Maria van haar seksualiteit en vruchtbaarheid
moest worden beroofd om aanbeden te mogen worden? Dat
de christelijke kerkvaders die onnatuurlijke ‘onbevlekte
ontvangenis’ hebben bedacht omdat ze de aanbidding van
een vrouw anders helemaal niet konden tolereren?
‘Het is niet iets dat zij hebben uitgevonden, ze
moesten het slikken! Ik woon vlakbij Lourdes, dus ik
ken de legende van Maria die aan Bernadette verscheen
goed. Maria zei tegen haar: “Ik ben het fruit en de
boom”. Ze zei niet: ik heb geen seks gehad. Dat is wat
anderen ervan gemaakt hebben. Ze bedoelt: ik ben het
begin, alles komt van dezelfde energie. En om terug
te komen op je oorspronkelijke vraag: de vrouwelijke
kant van God is voor mij liefde, compassie, intuďtie.
Niet proberen om zoveel mogelijk kennis te verzamelen,
maar weten dat je weet. Van binnen. Die kant hebben
wij allemaal. Ik voel mezelf een man en een vrouw.’
Wat bedoel je daar precies mee?
‘De masculiene kant van mijn persoonlijkheid -
het praktische, het strijdvaardige - was er al. Ik heb
het vrouwelijke moeten ontdekken en ontwikkelen door
respect te hebben voor de magie van het moment, open
te staan voor wat zich aandient en naar binnen gericht
te zijn. De kracht van de openbaring te accepteren.
Ik kon de vrouw die ik ben maar op één manier manifesteren:
door een boek te schrijven vanuit een vrouwelijk perspectief.
Dat is de roman Aan de oever van de Piedra huilde
ik geworden. Nu wissel ik ze af. Ik ben een man
en een vrouw, verschillende keren per dag. Nooit tegelijkertijd,
want ze kunnen niet samen zijn. Dan maken ze elkaar
af, begrijp je? Ik probeer ze in mezelf te integreren.’
Waarom? Om een completer persoon te zijn of ‘heel’ te
worden zoals ze dat noemen?
‘Ja. Of ach, wat is ‘heel’ worden? Ik weet niet
wat dat betekent. Om te zijn, gewoon. Ik denk niet teveel
over die dingen na. Als ik voel dat ik op een bepaalde
manier moet handelen, dan handel ik. Ik onderzoek mijn
twee kanten omdat ik heb ervaren dat het leven op die
manier boeiender is. Vreugdevoller, dynamischer. Ik
kan een goed of een slecht humeur hebben, maar ben nooit
verveeld. Ik weet niet of ik completer of wijzer ben
dan de meeste mensen, wat ik wel weet is dat ik meer
lol heb. Gelukkig ben ik geloof ik niet vaak. Dat hoeft
ook niet. Ik geloof dat het leven ophoudt op het ogenblik
dat je de strijd staakt en zegt: “Ik ben er.” Ik heb
me een paar keer in mijn leven gelukkig en gearriveerd
gevoeld, maar het duurde maar kort want de goede God
gaf me een schop onder mijn kont en ik moest weer verder.’
Je bent in je leven meerdere malen in het gekkenhuis
en de gevangenis beland, bent in handen gevallen van
sekteleiders en bent bijna ten onder gegaan aan drugs
en zwarte magie. Je bent iemand die door schade en schande
wijs is geworden. Zie je jezelf ook zo?
‘Jazeker, maar ik raad niemand aan om het ook zo
te doen. William Blake zei: “De weg van extremen leidt
naar het paleis van wijsheid.” Dat is wat ik geloof.
Ik ben iemand die zichzelf altijd tot het uiterste duwt.
Er zijn voor mannen twee paden om wijsheid te zoeken:
het pad van de wijze man en het pad van de strijder.
Ik heb de rust niet voor meditatie en bespiegeling,
ik kies ervoor te ervaren en dat betekent soms strijd.
De strijder leert door zijn gevechten. Ik begrijp wanneer
ik dingen doe, als ik mijn pijl en boog schiet, praat
met jou. Ik voel me als een pelgrim die een weg zonder
einde bewandelt. De weg en het zoeken, dat is wat je
vormt en verandert. Ik blijf zoeken.’
Elf minuten, Paulo Coelho, De Arbeiderspers,
ISBN 9029509767.
www.paulocoelho.com
|