Terug
naar overzicht
Brandende bruiden
Er gaat geen dag voorbij of er
verbrandt wel ergens in Pakistan een vrouw na een ‘ongelukje
met de oven’. In werkelijkheid is een groot deel van
deze vrouwen slachtoffer van het best bewaarde geheim
van Pakistan: bruidenverbranding. Jonge bruiden worden
vermoord zodat de man vrij is om te hertrouwen en opnieuw
een bruidsschat op te strijken.
Tekst: Susan Smit
Shaista Bibi was achttien jaar oud en nog maar drie
maanden getrouwd toen ze werd opgenomen in het Mayo-ziekenhuis
in de Pakistaanse stad Lahore. Haar lichaam was voor
negentig procent bedekt met brandwonden. Een paar dagen
voor haar dood verklaart ze op fluistertoon: «Ik was
bezig om het avondeten klaar te maken, en toen ik olie
in de oven goot ontplofte het ineens. Mijn man was in
de huiskamer bezig met de was. Het was een ongeluk.»
Haar 22-jarige echtgenoot Arif en haar schoonmoeder
zitten voortdurend naast Shaista’s bed terwijl het leven
uit haar lichaam wegvloeit. Arif trommelt zenuwachtig
met zijn vingers op tafel en vertelt dat ze een gelukkig
huwelijksleven hadden gekend. Dan slaat hij zijn ogen
op en doet een verrassende uitspraak: «Maar er waren
helaas geen aanwijzingen dat ze zwanger was».
Voor de behandelende arts, dokter Riza, is Shaista de
zoveelste patiënte met brandwonden die het niet zal
overleven. In het Mayo-ziekenhuis worden per jaar zo’n
driehonderd vrouwen met levensbedreigende brandwonden
opgenomen. Allemaal zeggen ze dat er sprake was van
een huishoudelijk ongelukje met de oven. «In Shaista’s
geval was er ruzie over de bruidsschat», zegt hij droevig.
«Ze is een wees en de schoonfamilie vond dat ze niet
genoeg geld mee had gebracht in het huwelijk. Deze zaak
is zeer verdacht.» Hij gelooft dat Shaista een slachtoffer
is van bruidenverbranding. Het is het best bewaarde
geheim van Pakistan, waarbij jonge bruiden worden vermoord
zodat de man opnieuw kan trouwen om een volgende bruidsschat
op te strijken.
Op de begrafenis van Shaista in een klein dorpje vlakbij
Lahore, zegt haar grootvader Nurkhan, door emoties overmand,
dat hij van de buren van Shaista heeft gehoord dat ze
slecht werd behandeld en doodongelukkig was. «De hele
schoonfamilie is verantwoordelijk voor haar dood. Vlak
voordat ze stierf, beloofde ze dat als ze het zou overleven
ze zou vertellen wat er in werkelijkheid was gebeurd.
Het was geen ongeluk, maar moord. We kunnen nergens
aankloppen voor hulp. Er bestaat geen rechtvaardigheid
in dit land.»
Volgens Amnesty International worden er ieder jaar meer
vrouwen in Pakistan en India verbrand door zogenaamde
oven-ongelukjes. Vaak is dat een gevolg van een conflict
over de bruidsschat, maar ook onvruchtbaarheid, vermeende
ontrouw of de afwezigheid van een zoon kan voldoende
reden zijn om een getrouwde vrouw een kopje kleiner
te maken. In Pakistan wordt iedere dag tenminste één
vrouw levend verbrandt omdat ze haar huwelijksplicht
niet naar tevredenheid vervult.
Begin jaren tachtig werden de eerste gevallen van oven-verbrandingen
aangemeld. In arme huishoudens worden primitieve ovens
gebruikt die op het licht ontvlambare kerosine branden.
De goedkope tinnen onderdelen zijn losjes aan elkaar
gelast. Om te kunnen branden zuigen metalen buisjes
brandstof op van het reservoir. Vaak staan de ovens
op de vloer, terwijl vrouwen er met hun wijde nylon
sari’s omheen lopen. Het leidt geen twijfel dat er onder
deze omstandigheden de nodige ongelukken gebeuren, maar
daarmee is het stijgende aantal verdachte verbrandingsgevallen
niet verklaard. De ovens zijn een ideale dekmantel voor
brute moorden. Slachtoffers worden overgoten met brandstof
en aangestoken met een lucifer, krijgen de oven naar
zich toe geschopt of worden op de oven geduwd. De verklaring
aan dokters en politie is altijd dezelfde: de oven is
op een of andere manier ontploft, waardoor het slachtoffer
helemaal met kerosine is bedekt.
De autoriteiten ondernemen weinig actie tegen deze praktijken.
Officieel heeft de Pakistaanse Hoge Raad een wetsvoorstel
aangenomen dat stelt dat elk geval van verbranding moet
worden behandeld als moord totdat het tegendeel is bewezen.
In de praktijk steekt de politie geen vinger uit. Veel
families klagen dat de politie geen verklaring wil afnemen
van hun dochter, zelfs als ze het uiteindelijk heeft
overleefd. In andere gevallen wordt er eenvoudigweg
niet vervolgd. En dat terwijl een moord gemakkelijk
is te bewijzen: de ‘geëxplodeerde’ ovens zijn vaak nog
intact, of halfslachtig door midden gebroken, terwijl
ze in duizend stukjes zouden moeten liggen. Bij een
dergelijke explosie zouden er ook stukjes metaal in
de wonden van het slachtoffer moeten zitten. De dokters
van het Mayo-ziekenhuis zeggen dat ze die nog nooit
hebben gevonden.
Jasmin, een jonge vrouw, was drie jaar getrouwd en had
twee kinderen toen haar echtgenoot Asif haar begon te
slaan. Ze hadden het niet breed en woonden met de ouders
van Asif in een klein huisje. Haar schoonouders lieten
hun ongenoegen blijken over de lage bruidsschat die
ze had meegebracht en noemden haar een financiële last
voor de familie. Asif dreigde haar te vermoorden als
ze het haar niet zou lukken meer geld van haar ouders
af te troggelen. De vrijdag daarop verbrandde het lichaam
van Jasmin voor meer dan negentig procent door de kerosine
van de oven in de keuken.
Liggend in een bed van het ziekenhuis, verdoofd van
de pijn, vertelde ze haar moeder wat er was gebeurd.
Ze kreeg ruzie met haar man over geld, hij sloeg haar
het hele huis door en overgoot haar ten slotte met een
blik kerosine. Hij stak een lucifer aan en gooide het
in haar richting. Onmiddellijk vatte haar sari vlam.
Terwijl ze gillend van de pijn over de grond kroop,
stonden haar man en schoonouders in een hoekje toe te
kijken. Tien dagen later overleed ze aan haar verwondingen.
«Jasmin was mijn oudste dochter,» zegt Jasmins moeder
Gulzar Bibi, in tranen, «mijn allerliefste dochter.
Ze hebben me mijn mooie meisje afgenomen. In het ziekenhuis
bleef ze maar jammeren: ‘Ze hebben me in brand gestoken,
… ze hebben me in brand gestoken’.» Bibi heeft na het
gesprek met haar dochter onmiddellijk de politie ingelicht.
Het onderzoek werd al na een paar uur afgebroken, omdat
de schoonfamilie de dienstdoende politiemensen wat geld
had toegestopt.
In een land waarin vrouwen - vooral arme vrouwen - niet
veel meer waarde hebben dan stukken vee, hebben bruidsverbrandingen
geen justitiële prioriteit. Misdaden tegen vrouwen worden
oogluikend toegestaan. Voor de vrouwen zelf is dat reden
om in de meerderheid van de gevallen geen aangifte te
doen. Ze zijn bang dat ze ervan beschuldigd worden het
geweld te hebben uitgelokt. In Pakistan loopt een vrouw
die een man beschuldigd van verkrachting zelf het risico
dat ze wordt veroordeeld tot onwettige seksuele gemeenschap
als ze er niet in slaagt onomstotelijk te bewijzen dat
ze niet heeft toegestemd. De Pakistaanse wet vereist
nog steeds vier getuigen in een verkrachtigszaak. De
getuigenis van een man is twee keer zoveel waard als
die van een vrouw.
In Pakistan wordt mishandeling binnen het huwelijk zelden
beschouwd als een misdaad. Zelfs goed opgeleide meisjes
zeggen te verwachten dat ze door hun toekomstige echtgenoot
geslagen zullen worden. Als een huwelijk mislukt, draagt
de vrouw de verantwoordelijkheid. Zij is er immers niet
in geslaagd haar man tevreden te houden. Na een echtscheiding
is het gebruikelijk dat ze terugkeert naar haar ouders
– als ze haar tenminste nog accepteren. Het stigma dat
ze voor de rest van haar leven zal moeten dragen, brengt
velen ertoe mishandelingen te verkiezen boven de vernederingen
van het leven als een gescheiden vrouw.
Hoofdinspecteur van politie Farkhanda Lqbal heeft tweehonderd
vrouwelijke politieagenten tot haar beschikking om de
verbrandingszaken te onderzoeken. Desondanks heeft ze
nog maar één mogelijke veroordeling tot stand gebracht:
dat van de echtgenoot en schoonfamilie van de 22-jarige
Malika Bibi. «Het is moeilijk te zeggen of de politiemensen
zich laten omkopen in dit soort zaken», zegt ze. «Maar
weinig gevallen halen het tot de rechtbank, maar dat
komt volgens mij vooral door de aarzeling van vrouwen
om aangifte te doen. De slachtoffers, als ze het al
overleven, zijn doodsbang om de waarheid te vertellen.
Vaak willen ze na hun herstel terug naar hun echtgenoten
omdat ze hun kinderen niet in de steek willen laten.
Ik heb het afgelopen jaar vierendertig vrouwen verhoord,
maar allemaal zeggen ze dat het een ongeluk was. De
schoonfamilie zit de hele dag bij hun bedden om ze stil
te houden.»
In het geval van Malika Bibi gaat dit niet op. Afgelopen
juli vroeg Malika wat geld van haar echtgenoot om een
trouwerij bij te wonen. Hij weigerde, en eiste in plaats
daarvan geld van haar. De bruidsschat was na vijf jaar
huwelijk op, en het werd tijd dat ze weer eens wat inbracht.
Na een hoogoplopende ruzie werd ze in elkaar geslagen
door haar zwager en schoonvader. Ze kreeg petroleum
over zich heen gegoten en werd in de brand gestoken.
Volgens de mannen was de oven ontploft, maar Malika
legde op haar sterfbed een volledige getuigenis af aan
Farkhanda Lqbal. De zaak is in behandeling bij de Hoge
Raad en Farkhanda is in afwachting van de uitspraak.
«Meer dan tachtig procent van de gevallen zijn moord
of poging tot moord», zegt Farkhanda. «We zien aan het
soort brandwonden of het een ongeluk was of niet. De
ovens zijn vaak nog compleet intact en de verklaringen
van de verdachten kloppen niet met de bewijsstukken.
Honderden gevallen worden niet eens aangegeven omdat
de vrouwen niet naar een ziekenhuis worden gebracht
en thuis overlijden. Verbranding is erger dan gedood
worden door een schotwond – het is zo ontzettend pijnlijk.»
Na de verklaring van Malika Bibi vorderde Farkhanda
haar oven. Het zag er zo goed als nieuw uit. Toen ze
de oven vulde met kerosine en een vuur maakte, werkte
het perfect. Genoeg overtuigend bewijs, zou je zeggen,
voor een veroordeling.
De meeste bruidsverbrandingen zijn, net als bij Malika
Bibi, een gevolg van een conflict over de bruidsschat.
Het traditionele cadeau dat de bruid meebracht, is in
de loop der jaren uitgegroeid tot een commerciële transactie
van geld en goederen, die het jaarinkomen van de bruidegom
vaak meerdere malen overtreft. Aanvankelijk was de bruidsschat
bedoeld als gift aan de bruid, omdat ze geen recht heeft
op een erfdeel. Inmiddels wordt de bruidsschat beschouwd
als een gift van de familie van de bruid aan de schoonfamilie.
Meisjes die afkomstig zijn van een hoge kaste en in
het bezit zijn van een lichte huidskleur, zijn meer
waard op de huwelijksmarkt. Dat kan de bruidsschat flink
drukken. De rest zal moeten betalen.
Een beetje bruidegom kost tegenwoordig tienduizenden
guldens aan sieraden, televisies en scooters. Veel families
moeten zich in de schulden steken om hun dochter aan
de man te krijgen. Het krijgen van meerdere dochters
betekent voor arme families dan ook een financiële ramp.
Meisjes weten dit maar al te goed, en hebben een schuldgevoel
ten opzichte van hun ouders. Een zoon levert immers
geld op, terwijl een dochter alleen maar geld kost als
ze gaat trouwen. Wanneer ze getrouwd is en merkt dat
haar schoonfamilie haar niet accepteert, ziet ze soms
geen andere uitweg dan de vernederingen te doorstaan.
Of, in het ergste geval, zelfmoord te plegen.
«Soms,» weet een Pakistaanse vrouw te vertellen, «neemt
de hebzucht van de schoonfamilie werkelijk lugubere
vormen aan. Zo ken ik een moeder wiens dochter verbrand
is, maar die nu nog de bruidsschat aan haar schoonfamilie
aan het afbetalen is.» Door de hang om hogerop te komen
neemt de bruidsschat vooral in de midden- en lagere
klassen in populariteit toe. Een grote koelkast en breedbeeldtelevisie
worden gezien als statussymbolen. In andere gevallen
is de bruidsschat die de jongen ontvangt hard nodig
om zijn zusters uit te huwelijken. En daarmee is de
circel rond.
In de eerste jaren van hun huwelijk wonen veel echtparen,
door geldgebrek, in bij de ouders van de bruidegom.
De bruid, vaak uitgehuwelijkt op veertienjarige leeftijd,
is dan niet meer dan een extra mond om te voeden. Zelfs
na het voldoen van de geëiste goederen, blijven sommige
schoonouders de bruid lastig vallen. Jaren na de huwelijksvoltrekking
moet ze op hun aandringen haar ouders om meer geld vragen.
Als het geld uitblijft, beginnen de pesterijen, en in
sommige gevallen kan dat uitmonden in moord.
Neelum Hussain is voorzitter van een Pakistaanse vrouwenbeweging
en runt een centrum voor slachtoffers van huiselijk
geweld. Hussain: «Het probleem van de bruidsschat wordt
nu pas in de media besproken. Een bruid die bij haar
schoonfamilie inwoont, geniet maar weinig respect. De
gezinsleden zien haar als een economische last en vragen
haar familie voortdurend om meer. Vrouwen die een eventuele
aanslag overleven, eindigen soms als bedelaars op straat
omdat haar eigen gezin en dat van haar echtgenoot haar
niet meer in huis wil nemen.»
De toestand in het Mayo-ziekenhuis is alarmerend. Verbrande
vrouwen met zwartgeblakerde vellen huid liggen op vieze
lakens. De vier bedden van de brandwonden-afdeling zijn
voortdurend bezet. De rest van de vrouwen moeten genoegen
nemen met bedden naast andere zieken en lopen onherroepelijk
infecties op. Dokter Abdul Barbar, een consultant aan
het Mayo-ziekenhuis, zegt: «Als we over betere voorzieningen
zouden beschikken, zouden we in staat zijn om patiënten
te redden die voor minder dan zeventig procent met brandwonden
bedekt zijn. Onze voorraden zijn niet toereikend, zodat
de meeste patiënten niet goed behandeld worden. Arme
mensen krijgen in de praktijk vaak minder hulp dan anderen.»
Artsen kunnen niet meer dan een handvol vitaminepillen
en brandwondencrème aan de kreperende vrouwen aanbieden.
Vrouwen als Malika Bibi, Jasmin en Shaista Bibi zijn
niet aan hun verwondingen overleden, maar door de bacterieën
die de lucht van het Mayo-ziekenhuis vervuilen en hun
open wonden infecteren. Een pijnlijkere dood is moeilijk
voor te stellen.
Wetten zullen niet helpen zolang vrouwen in de algemene
opinie minderwaardige schepsels zijn. De enige oplossing
voor de brandende bruiden is een massale afkeuring van
het geven en ontvangen van bruidsschatten en een structurele
vervolging van mensen die het in hun hoofd halen een
vrouw in brand te steken. Het volgende voorbeeld, afkomstig
uit het dagblad Indian Express, laat zien dat
het niet alleen mogelijk is om de daders terecht te
stellen, maar ook de bruidsschat terug te vorderen.
Rita Chaddha, een pasgetrouwde en zes maanden zwangere
vrouw uit de Indiase hoofdstad Delhi, werd door haar
echtgenoot gedwongen een zelfmoordbriefje te schrijven.
Nadat ze met kerosine was overgoten, werd ze in brand
gestoken. Met ernstige brandwonden werd ze in het ziekenhuis
opgenomen. Tijdens een langdurige en pijnlijke herstelperiode
legde ze een getuigenis af aan de plaatselijke autoriteiten.
Ze stemde toe dat leden van de Indiase vrouwenorganisatie
Janwadi Mahila Samiti samen met vrouwen uit de buurt
gingen demonsteren voor het huis van haar schoonfamilie.
Ook de buren van de Chaddha’s voegden zich bij de demonstratie.
De leiders van de demonstratie eisten in een gesprek
met Rita’s schoonvader de bruidsschat terug. Er volgde
een onvergetelijk schouwspel waarbij achtereenvolgens
een stereo-installatie, een televisietoestel en meubelstukken,
onder gejoel van de menigte, het pand verlieten. Een
bruidsschat ter waarde van ruim vijftienduizend gulden
ging terug naar de ouders van de bruid. Niet lang daarna
werden de daders ingerekend.
Tijdens een vijftien minuten durende speech op de Internationale
Vrouwen Conferentie in Peking in 1995 deed Hillary Clinton
onder luid applaus de uitspraak: «Het is tijd om te
zeggen dat het niet langer acceptabel is om vrouwenrechten
ondergeschikt te maken aan mensenrechten. Het is tijd
om de stilte te doorbreken.» |