Artikelen
  Boekrecensies
  Columns

Home - Journalist - Artikelen       

 

                                                                                                                      Terug naar overzicht
O baby baby

Bij de eerste vriendin die met vochtige ogen en blozende wangen aankondigde: ‘Ik heb nieuws’ had ik nog niets in de gaten. Ik dacht dat ze een nieuwe baan had, of dat haar vriend haar ten huwelijk had gevraagd, of dat ze eindelijk uit dat piepkleine appartement weg kon omdat ze haar droomhuis had gevonden. Maar zwanger? Dat was niet in me opgekomen. Inmiddels, als doorgewinterde suikertante van acht hummels van vriendinnen, ben ik bij het kleinste signaal al op mijn hoede. Als een vriendin een glas wijn afslaat en om een vruchtensapje vraagt, gaan bij mij de alarmbellen al rinkelen. Misselijk? Ineens verdacht stevige borsten in een strak truitje? En steeds zo’n gelukzalige glimlach om de lippen en dromerige blik in de ogen? Dan hoef je mij niets meer te vertellen.
Bij de zoveelste babyshower of kraamvisite gaan er steeds vaker vragende blikken mijn kant op. Of ik nog geen zin heb in kinderen als ik zie hoe lief en klein die vingertjes zijn. Ik heb immers toch alweer jaren een relatie. En kijk eens hoe goed mijn vriend het hoofdje van de desbetreffende spruit ondersteunt – helemaal rijp voor het vaderschap. Staat hem goed, zeg! Het schiet bovendien al aardig op richting de dertig – ik mag wel opschieten als ik ooit nog moeder wil worden. Of zijn we misschien al stiekem aan het proberen?!
Baby’s zijn overal. Geef jezelf vijf minuten en je wordt er met eentje geconfronteerd. Op straat bots je elke tien meter op tegen een bug-a-boo. Op televisie zap je per ongeluk langs De bevalling en zie je tot je ontzetting een bloederig hoofdje tussen twee benen vandaan komen. Of je ziet de zoveelste actrice semi-grappig puffen in het kraambed, schreeuwend dat ze recht heeft op een godvergeten ruggeprik. De tijdschriftenrekken puilen uit van de Ouders van nu, J/M, Viva baby’s, Kinderen, Kindje op komst en Groter groeien. Zelfs kinderloze vriendinnen sturen me ansichtkaarten van Anne Geddes met roze baby’s in bloempotten. Ik weet meer van IVF-behandelingen, bevallingen, pretecho’s, borstvoeding, hormonen en vruchtwaterpuncties dan me lief is. Ik weet welke celebrities zwanger zijn (Debra ‘Will and Grace’ Messing), wie er net zijn bevallen (Daniëlle Overgraag) en van wie wordt gefluisterd dat ze proberen zwanger te worden (Jennifer Aniston, Calista Flockhart, Beyoncé). Al die kennis is volstrekt nutteloos, want voor mij is het onderwerp ‘kinderen’ even urgent als ‘ruimtevaart’, maar het is er ongemerkt ingeslopen via media en omgeving.
Kinderen krijgen lijkt wel een nieuwe religie, met baby’s als de nieuwe verlossers. We zijn er veel te veel mee bezig. Het moederschap wordt geroemd en verheerlijkt. Geanalyseerd en geproblematiseerd. Zwanger zijn en kinderen hebben is tegenwoordig het toppunt van gelukzaligheid. Het wordt verbijzonderd, terwijl de voortplanting toch echt een heel normaal verschijnsel is. Zelfs de meeste dieren doen eraan mee. Ik sluit me helemaal aan bij Désanne van Brederode, filosofe, schrijfster en zelf moeder van een zoontje van 2, als ze zegt: ‘Op geboortekaartjes staat vaak “met trots geven wij kennis van…” of “we zijn dankbaar dat…”. Hoezo? Je bent gewoon met elkaar naar bed gegaan en hebt negen maanden het kind uitgezeten.’
Kinderen krijgen is de norm. Het liefst voor je dertigste, want jonge moeders zijn zo schattig. En je wilt toch niet op je vijfenveertigste voetballend in het park achter je kind aan hijgen?! Voldoe je aan alle randvoorwaarden – vaste partner, ruim huis, redelijk inkomen, boven de vijfentwintig jaar – dan heb je iets uit te leggen als je geen kinderen ambiëert. De gewild kinderlozen onder ons worden natuurlijk wel gerespecteerd, maar stiekem wordt het een egoïstisch, onvolwassen en oppervlakkig besluit gevonden. En dat terwijl kinderen krijgen bij uitstek een daad van egoïsme is. Wie wil nou kinderen om de ongeboren vrucht een plezier te doen? Je wilt iets van jezelf, een verlengstuk van jou en je partner, de kroon op jullie liefde – iemand om van te houwen.

Thuisblijven bij de kinderen mag weer. Het traditionele moederschap is weer salonfähig en in het ene na het andere tijdschrift vertellen moderne vrouwen trots dat ze hun baan aan de kant hebben gezet om zich compleet en volledig aan het heilige moederschap te wijden. Ze willen een rots in de branding zijn, een anker in deze gejaagde zapmaatschappij, de spreekwoordelijke moeder die ’s middags om vier uur met thee en koekjes wacht. Net zoals vroeger. Tuurlijk. Onze oma’s waren misschien wel thuis als hun kinderen uit school kwamen, maar ze zaten echt niet met de koektrommel klaar. Ze zaten sokken te stoppen of stonden luiers uit te koken.
Met verbazing kijk ik naar vriendinnen die als getransformeerde vrouwen opstaan uit het kraambed. Ze zijn in shocktoestand, van hun verstand beroofd, blind van liefde, vertedering en ontroering. Het is erger dan de ergste verliefdheid. De kleine spruit bepaalt wanneer ze slapen en hoe lang, wanneer ze eten en of ze tijd hebben om een afspraak te maken met hun vriendinnen. Alsof ze de navelstreng zijn vergeten door te knippen. Daphne Deckers, de professioneelste moeder van Nederland, schrijft in Ouders van nu: ‘Wanneer je een baby krijgt, is het net of je hart uit je lichaam is gehaald en er armpjes en beentjes aan vast zijn gemaakt.’
Persoonlijke belangen tellen niet meer bij echte, toegewijde moeders. Verbijsterd verneem ik dat een vriendin haar lange blonde haar, waar vroeger alleen de duurste shampoo en de nichterigste kappers mee in aanraking mochten komen, wil afknippen omdat dat nu zo lastig is met de peuter. ‘Hij probeert er de hele dag aan te trekken en ik heb toch geen tijd om het goed te verzorgen.’ Huizen, ooit tot in de puntjes ingericht volgens de laatste trends, beginnen eruit te zien als kindercrèches. Alles op grijphoogte is weggewerkt. Streelzachte fluwelen chaise longues zijn ingeruild voor makkelijk afwasbare leren bankstellen. Glazen tafels met puntige hoeken krijgen foeilelijke plastic strips. Overal zie ik antibacteriële kinderstoelen om salmonella en andere kiemen af te weren, hittegevoelige badmatjes die aangeven wanneer het water te heet is, traphekjes, hoezen voor fornuisknoppen en veiligheidsgrendels op keukenkastjes. Ze verruilen hun abonnement op een opinieblad voor die op Ouders van nu en hun theaterabonnement voor een kortingskaart voor de dierentuin.
Trendbewuste vriendinnen die voorheen weigerde ook maar één stap te zetten in een restaurant waar geen hippe muziek uit de boxen klonk en de juiste mixdrankjes werden geserveerd, stropen nu met kinderwagen de hele stad af op zoek naar een lunchcafé dat niet tocht, niet te druk of te rokerig is. Kindvriendelijk is het toverwoord. Ze dragen joggingbroeken waar ze vroeger nog niet dood in gevonden wilden worden, maar steken hun kroost wel in hippe DKNY-broeken en exclusieve vintage-winterjasjes.
Dat is precies waar ik zo bang voor ben, begrijp je? Dat er een verse baby op je borst wordt gelegd en dat plotseling alles waar je vroeger in geloofde niet meer opgaat. Dat je geen Trainspotting, maar gedachteloos Finding Nemo in de videorecorder schuift. Dat je een verstandige auto met goede laadruimte en acht airbags aanschaft, en die leuke paarse tweedehands mini geen blik waardig keurt. Dat je je etage in de binnenstad opgeeft en wegtrekt naar Almere-Buiten waar de kinderen tenminste veilig buiten kunnen spelen. Dat je vakanties naar kindvriendelijke (dus doodsaaie) oorden boekt en een koelbox meeneemt naar het strand. Dat je je muiltjes voor verstandige loopschoenen verruilt en je chique enveloptasje voor een ruime shopper. Dat je ‘chips’ in plaats van ‘shit’ gaat zeggen. Dat je, kortom, door de knieën gaat voor je kleuter en nooit meer overeind komt.
Maar het schijnt het allemaal waard te zijn. Kinderen krijgen is immers de ultieme leerervaring. Veel zinnen van splinternieuwe ouders beginnen met het licht neerbuigende ‘Als je eenmaal kinderen hebt, dan…’. Het is de grote levensveranderende ervaring, het keerpunt in hun leven waarop ze zijn gaan inzien wat echt belangrijk is en wat niet. Het is een les in nederigheid. Een bron van nieuwe altruïstische gevoelens. Niet langer draait de wereld om hen, maar er is plotseling iemand anders die zorg en aandacht vraagt. Madonna, voorheen material girl en beroepsnarcist en nu moeder Madonna in eigen persoon, zingt in Nothing really matters over haar wonderbaarlijke metamorfose na de geboorte van Lourdes: ‘When I was very young nothing really mattered to me but making myself happy. I was the only one. Now that I am grown everything’s changed, I’ll never be the same because of you.’
Op de een of andere manier is het krijgen van kinderen bijzonder geworden. Misschien heeft het iets te maken met het feit dat we kleinere gezinnetjes hebben dan vroeger. Of dat we kennis over opvoeden niet langer van onze moeders en grootmoeders krijgen, maar halen uit boeken van opvoedingsdeskundigen, sessies met gedragstherapeuten en artikelen van kinderpsychologen. Kroost grootbrengen is geprofessionaliseerd. Misschien heeft het ook iets te maken met het feit dat vrouwen steeds later kinderen krijgen. Dat ze jarenlang de beest konden uithangen, iedere impuls konden najagen en zich nu met hart en ziel storten op het volgende project. En omdat ze al wat ouder zijn, en verminderd vruchtbaar, lukt het soms niet meteen. Als het dan na jaren van temperturen en verplichte nummertjes maken eindelijk zover is, en het felbegeerde kind aan de borst ligt, gaan alle remmen los.
Ieder kind is tegenwoordig bijzonder en heeft een speciale behandeling nodig. Normale kinderen bestaan niet meer. Is het kind niet hyperactief, hoogbegaafd of behept met ADHD (in de volksmond Alle Dagen Heel Druk genoemd), dan is het wel een hypergevoelig en paranormaal begaafd nieuwetijdskindje. Uit onderzoek in Amerika bleek dat vijftig procent van de ouders dacht een hyperactief kind te hebben, terwijl dat maar in één tot drie procent van de gevallen zo was. Ik bedoel maar. De meeste peuters zijn nu eenmaal druk, lastig, dwars en driftig. Die hebben geen bijzondere behandeling nodig, maar een duidelijk setje regels en grenzen. Waarom? Omdat ik het zeg en ik ben je moeder en zo doen wij dat hier thuis en zolang je onder mijn dak woont heb je je daaraan te houden.
Maar pas op, alarmeert het opvoedblad J/M ons. Voordat je het weet heb je een zogeheten ‘onveilig gehecht’ kind. Bij vijfendertig procent van de kinderen is iets mis met de gehechtheid, dat is dus één op de drie. En dergelijke kinderen lopen een groot risico op te groeien met ernstige problemen qua zelfvertrouwen, leervermogen en sociale vaardigheden. We moeten het kind voortdurend ‘bevestigen in zijn bestaan’: als het huilt, geef je het aandacht. Heeft het honger, dan geef je het te eten. Heeft het een vuile luier, dan wordt het verschoond. Geeft het een kik, dan wordt het vermaakt en toegebrabbeld.
De nieuwe generatie opvoeders schijnt een ‘autoritatieve’ opvoedhouding na te streven. Dat heeft niet zoveel te maken met autoritten, maar met aan de ene kant regels stellen en aan de andere kant het kind aanmoedigen en het vertrouwen uitspreken in de eigen mogelijkheden. Als je de opvoeddeskundigen moet geloven, mogen ouders negatief gedrag niet ‘belonen’ met aandacht. Ze dienen het te negeren. Het standje, foeteren of de corrigerende tik is hopeloos uit de tijd – dat laatste wordt zelfs strafbaar. Hoe moet ik me dat voorstellen? Wegkijken terwijl het huis afgebroken wordt?
Positief gedrag mogen ouders wel bevestigen met aandacht, en dus staan ze elke zaterdag voor dag en dauw langs de lijn bij het voetballen, sjouwen ze pretparken af, kijken ze hun baby urenlang liefdevol in de ogen en liggen ze op de grond blokkenhuizen mee te bouwen. In Ouders van nu staan tips om kinderen te vermaken als het buiten regent. ‘Met een beetje fantasie kun je ook binnenshuis van alles regelen om je dreumes van dienst te zijn.’ We dienen de kussens van de bank te halen, het matras van het bed te slepen, de slaapzak uit de kast te trekken en de huiskamer om te toveren in een klimparadijs. ‘Als jij op de grond gaat liggen kan hij natuurlijk ook gezellig over jou heen klimmen.’ Dan wen je ook vast aan het over je heen laten lopen wat met deze opvoedmethode onvermijdelijk staat te gebeuren, denk ik dan maar.
Moderne opvoeders gaan volgens het ‘onderhandelingsmodel’ te werk, stond onlangs te lezen in de Volkskrant. Wat daar precies mee wordt bedoeld is onduidelijk. Normaal zijn bij het onderhandelen twee min of meer gelijkwaardige partners betrokken. De ene partij wil iets, de ander heeft iets. En na een hoop optellen en aftrekken, loven en bieden, komen ze tot een vergelijk. Bij een ouder-kindrelatie zijn kinderen de zwakste partij. Ze hebben niet zoveel te bieden behalve dat ze ophouden met zeuren. Wat is dat voor onderhandelen? Dat is een beproefde kinderlijke strategie om je zin door te drijven.
Ooit de speelgoedcollecties van kinderen bekeken? Of hun klerenkasten? Het is alsof je in de opslagruimte van de Bart Smit rondloopt. Het geld is er, zelf hebben ze als tweeverdieners ook jarenlang gefunshopt tot ze erbij neervielen en ze zijn gebaat bij een blij kind, dus waarom niet. Fiona Hering, modejournaliste en beroemde big spender, vertelde me eens dat ze al maandenlang niets meer voor zichzelf had gekocht en alleen maar couture, haarspelden en kinderparfum voor haar dochtertje insloeg. Zij is geen uitzondering: de meeste vriendinnen van me gedragen zich als de personal shopper van hun kind.
Schrijfster Heleen van Royen, moeder van Olivia en Sam, moppert in een column op haar kinderen die voortdurend zeuren om ijsjes en drankjes in de speeltuin. ‘Ik zou wel een kop koffie lusten, maar dat durf ik niet te bestellen, want dan komen ze terug en gaan ze gillen dat het niet eerlijk is dat ik wel iets heb en zij niet. Verdorie, ik ben een gevangene van mijn kinderen. Wanneer is het misgegaan? Het zijn ook helemaal geen kinderen, het zijn consumenten. Twee allesverslindende grootverbruikers die altijd maar één ding willen en dat is meer. Meer video’s, meer kleurboeken, meer haarbandjes, meer snoep, meer lego en meer computerspelletjes. Ik heb monsters gecreëerd.’
Rrrright. En dan vragen ze mij waarom mijn eierstokken nog niet aan het rammelen zijn geslagen…

 


Terug naar top
                                                                                                   Terug naar overzicht

Alle teksten op deze site © Susan Smit, tenzij anders vermeld. / Webdesign: Xntriq.nl