© Nico Kroon
  Biografie
  Bibliografie
  Susan in de media
  Lezingen

Home - Auteur - Bibliografie - 100 spirituele plekken...       

 


Inleiding en fragment uit 100 spirituele plekken die je gezien moet hebben

Inleiding

‘Bedevaart wordt steeds populairder’ kopte de Volkskrant terwijl ik dit boek aan het schrijven was. Steeds meer Nederlandse toeristen, vooral jongeren, boeken een spirituele vakantiebestemming. ‘Veel jongeren zijn misschien niet eens gelovig, maar wel op zoek naar spirituele verdieping.’ Dat verbaasde mij niets, want je hoeft niet religieus te zijn om een heilige plek te willen bezoeken. Je verwacht een bijzonder avontuur te beleven, niet door extravagante luxe of sportieve kicks, maar omdat het een diepere, persoonlijke betekenis heeft. Je onderneemt een bedevaart in de hoop rust, troost, kracht, inspiratie, steun of heling te vinden.

Sommige plekken op de wereld nodigen uit tot reflectie. Krachtplekken in de natuur, eeuwenoude bedevaartsoorden, religieuze overblijfselen van verdwenen beschavingen – die plekken doen iets met je. Ze schudden je wakker, geven je levenslust, maken je bewust van verborgen zaken, doen je beseffen wat je ook alweer echt belangrijk vindt in het leven.

Al jaren bezoek ik, samen met mijn moeder, geliefde, vrienden of in mijn eentje, dit soort spirituele plaatsen. Ik keer er soms verward, soms geïnspireerd, maar altijd opgeladen van terug. Alsof de troebelheid weg is en ik weer duidelijk zie wat mijn plek is in de wereld en dat alles met alles verbonden is. Ik ben geloof ik niet zo’n aards type. Sommigen van jullie weten misschien dat ik me heb laten inwijden in de hekserij (de oudste natuurreligie van Europa), maar mijn relatie met de natuur moet ik steeds nieuw leven blijven inblazen. Van nature ben ik namelijk een dromer en een denker. Door mezelf af en toe mijn schrijfkamer uit te sturen en te reizen naar bijzondere plaatsen, zet ik mijn zintuigen op scherp en verbind ik me weer met alles wat leeft.

Op de gewijde plekken in dit boek – of het nu de kathedraal van Chartres was, de stenencirkel in Stonehenge, de Mariakapel in Kevelaer of de Mayatempels in Chitzen Itza – voelde ik dat de bouwwerken slechts zichtbare tekenen zijn van iets diepers. Wat het heilig maakt, is onzichtbaar. Geen storm kan het vernielen, geen vuur kan het in de as leggen, geen verhaal kan het ontkrachten. Het vergankelijke wordt gedragen door het onvergankelijke en zonder precies te weten wat ik zocht, vond ik het terug: het mystieke dat onder het tastbare ligt. De heilige plekken in dit boek zijn voor mij verankeringplaatsen van hogere energieën. Ik voelde tot mijn eigen verwondering dat ik ermee in contact sta en me eraan kan laven.

100 spirituele plekken die je gezien moet hebben’ schreef ik samen met mijn beste vriend Joris van de Weerd. We hebben geprobeerd een gids te maken die niet alleen maar informatie over de plek geeft, maar vooral inzicht in het persoonlijk beleven van een bedevaart. We hopen je zo te inspireren om erop uit te trekken en te ontdekken dat de aarde een magische plek is, levend, popelend om contact te maken.

Amsterdam, maart 2009

Land: Mexico
Plaats: Chitzen Itza en Coba
Spirituele plek: Mayatempels van Chitzén Itzá en Cobá

Met een zacht plofje raken de wielen de bodem. Na ruim tien uur vliegen zijn we in Mexico. Morgen zal ik met een vriend een auto huren en ter queeste trekken. Op twee uur rijden, in het noorden van het schiereiland Yucatán, ligt namelijk de ruïnestad Chitzén Itzá. Het was een religieuze metropool waar de Mayacultuur nog tot de elfde eeuw bloeide. De Maya’s hebben me altijd tweeslachtige gevoelens bezorgd. Aan de ene kant is er hun gerichtheid op zon en maan en de mysterieuze Mayakalender die me aanspreken, aan de andere kant zijn er de verhalen van offerrituelen die me doen gruwelen.

De volgende ochtend is het nog vroeg als we de grote weg verlaten om Cobá, een kleinere ceremonieplaats van de Maya’s, te bezoeken. We passeren kleine dorpjes met huizen van golfplaat, broodmagere straathonden, kinderen op blote voeten. Ineens slaakt F. een kreet en geeft een ruk aan het stuur. Een enorme vogelspin kruipt tergend langzaam de weg over. We zijn er nog maar net van bijgekomen als we er nog een zien. En nog een. Goeie god, dit is Tarantularoad. We tellen er uiteindelijk vierentwintig. Bij nummer twaalf gil ik niet meer en bij nummer achttien durf ik tussen mijn vingers naar het achtpotige beest te loeren.

Cobá blijkt half verscholen in het oerwoud te liggen. Er rijden fietstaxi’s rond, maar wij besluiten over de grindpaden door de schitterende natuur te wandelen – ik met een half oog op de grond gericht in verband met eventuele spinnen. Het is al flink opgewarmd, maar onder het bladerdak is het gerieflijk. Hier en daar zien we, half verscholen achter bomen en begroeiing, eeuwenoude tempels. Het ziet er allemaal spannend en mysterieus uit. Een beetje Indiana Jones. Ineens duikt tussen de bomen de 42 meter hoge piramide op waar ik over gelezen heb: La Iglesia. We beklimmen het, trede voor trede, ons om de tien meter verbazend over het fantastische uitzicht op de andere gebouwen en het oerwoud.

Rond het middaguur rijden we door naar Chitzén Itzá, dat in Maya ‘aan de bronnen van Itzá’ betekent. Het parkeerterrein staat vol toeristenbussen, er zijn talloze souvenirwinkels en restaurants en bij de kassa krijgen we een polsbandje om. Het is allemaal wat minder Indiana Jones, zullen we maar zeggen. Anders dan Cobá is dit een uitgestrekt, open landschap waar de tempels her en der in verspreid liggen. Deze plek mag dan flink geëxploiteerd worden, toch ontlokt het aanzicht, zodra we de kermis bij de ingang achter ons hebben gelaten, bij ons een hartgrondige wauw. De kalkstenen piramiden, tempels, zuilengalerijen en paleizen zijn ooit gebouwd om indruk te maken en dat lukt ook in halfvergane vorm nog steeds. Niet voor niets werd Chitzén Itzá in 2007 verkozen tot een van de zeven nieuwe wereldwonderen.

Ook dichterbij zien de overblijfselen eruit als iets wat niet tot de gewone werkelijkheid behoort. Vooral de El Castillo tempel imponeert me. Het is in feite een wat fors uitgevallen kalender: de 18 niveaus corresponderen met de 18 maanden waaruit de Maya kalender bestond, het totale aantal treden is 365, de dagen van een jaar, en het aantal vlakken op de zijkanten 52, het aantal jaren waaruit een Maya eeuw bestond. Een ander gebouw, dat bestaat uit een koepel over twee grote terrassen, zou gediend hebben als observatorium. Drie muuropeningen zijn precies gericht op de ondergangspunten van de zon en maan. Het doet me beseffen dat deze hemellichamen, die het leven hier op aarde mogelijk maken, in onze moderne religies zo worden vergeten.

De minder fijnzinnige kant van de Maya’s wordt me duidelijk als we voor het grootste bouwwerk staan: een trappenpiramide met een Tolteekse tempel erop. Priesters zouden hier mensenharten geofferd hebben. Als ik beter om me heen kijk, zie ik agressieve versieringen van krijgers, adelaars die harten uit levende mensen rukken en doodshoofden. De gevederde slang in mensengedaante heb ik al eens eerder gezien. Het is Chac, de god van de regen en de vruchtbaarheid.

De hitte is inmiddels bijna niet te verdragen, maar toch lopen we naar een bron die zich aan de rand van het terrein bevindt. Het ziet eruit als een ronde krater en heeft een doorsnee van zo’n zestig meter. Het geeft me de kriebels. Het is onnatuurlijk rond en steil, maar toch schijnt het op natuurlijke wijze te zijn ontstaan na het instorten van stukken kalksteen of, zoals sommige wetenschappers geloven, na de inslag van een meteoriet. Deze bovengrondse poel wordt een cenote genoemd en wordt als heilig beschouwd. Hoe langer ik erin staar, hoe meer ik het gevoel krijg dat deze poel de reden is dat juist hier het religieuze centrum van de Maya’s werd gebouwd. De Amerikaanse amateur archeoloog Edward Thompson was er in de negentiende eeuw van overtuigd dat dit de offerbron was waarover hij in de reisverslagen van een Spaanse missionaris uit de zestiende eeuw had gelezen. De priesters zouden hier in droge tijden maagden in hebben geduwd om de regengod gunstig te stemmen. En inderdaad, bij zijn opgravingen stuitte hij op sieraden, jade en beenderen van jonge meisjes en jongens.

Als we teruglopen en met gemengde gevoelens praten over deze huiveringwekkende verdwenen beschaving, begint het te betrekken. We haasten ons naar de ingang van het terrein, maar het begint al te plenzen alsof er een kraan wordt opengezet. Gillend en lachend rennen we naar het dichtstbijzijnde bouwwerk om te schuilen.

Terwijl de regen met bakken uit de lucht komt, kijk ik omhoog, naar een goddelijk gevederde slang met een enorme muil en hemelwaarts gerichte staart. Het is Chac.

De Maya’s mogen dan uitgestorven zijn; de regengod is alive and kicking.


- Titelinformatie
- Recensies
- Leesfragment

- Gesigneerd exemplaar
- Bol.com
- Proxis.be

   100 spirituele plekken die    je gezien moet hebben
   Susan Smit
   Paperback. 448 p.
   ISBN: 9789044612684
   € 15,00

 


                                                                                                                                Terug naar top

Alle teksten op deze site © Susan Smit, tenzij anders vermeld. / Webdesign: Xntriq.nl